Ik word Mic Mac Madam!

Ik word Mic Mac Madam!

A whole new world
A new fantastic point of view
No one to tell us, “No”
Or where to go
Or say we’re only dreaming

Het is misschien een tikkeltje melig om Aladdin te citeren, maar ik voel me echt alsof ik a whole new world betreden heb de laatste maanden. Hoewel de C-crisis ter plaatse verder trappelt, ik graag nog eens een vriendin zou vastpakken of iemand een echte Brusselse bees als begroeting geven (mannekes! Kan je u dat nog herinneren? Binnenkomen in een gezellig vol café en de hele tafel een kus geven?) en net als iedereen ben ik de digitale uitwisselingen zo beu als koude pap. Toch heb ik iets om dit jaar geweldig naar uit te kijken. In maart start ik namelijk officieel als Mic Mac Madam!

Schaamteloos kinderen inzetten ter promotie van mijn zaak? Check.

Mic Mac wat? Voor wie er nog niet van gehoord heeft is het een hele mond vol, maar Mic Mac Minuscule is de duurzame onderneming waar ik me vollenbak voor wil smijten. Het concept is even eenvoudig als geniaal: tweedehands geboortelijsten. Als nieuwe ouder word je overspoeld door spulletjes en het is niet altijd duidelijk wat je nu écht nodig hebt en wat niet. (Over sommige zaken zullen we het wel nooit eens geraken – zo lijkt de wereld der jonge ouders verdeeld in kamp pro/contra Babycook.) Bovendien dragen al die nieuwe shiny dingen bij aan een gigantische berg stuff, die dan weer niet bijdraagt aan het welzijn van onze blauwgroene bol. Terwijl die spullen vaak slechts enkele maanden of jaren gebruikt worden en daarna nog in prima staat zijn.

Enter Mic Mac Minuscule. Jonge ouders die een kindje verwachten kunnen beroep doen op een Mic Mac Madam (of Meneer – al gebiedt de eerlijkheid me te zeggen dat het nogal een vrouwelijk beroep lijkt te zijn ;-)). Die begeleidt ouders bij het opstellen van een geboortelijst, geeft vanuit eigen ervaring eerlijk advies én zoekt alle spulletjes tweedehands bij elkaar. Handig als je wel tweedehands wilt kopen, maar niet per se zelf je hele uitzet bij elkaar wilt snuisteren.

Ik had al eens contact met Mic Mac in 2018, maar toen was het niet ‘het moment’ om ermee te starten. Eind vorig jaar zochten ze nieuwe Madammen in Brussel en kriebelde het toch té hard om nog te negeren. Een job waarvoor je tweedehands mag shoppen én anderen kan helpen met advies? Echt op mijn lijf geschreven. Enkele supertoffe gesprekken met Jona en Gert verder was de kogel door de kerk. Dus ging ik dit jaar in januari halftijds werken voor BBL om vanaf maart écht te springen als zelfstandige in bijberoep.

Dat klinkt misschien niet als een gigantische stap, maar je moet weten dat ik al járen droom van een eigen onderneming: als kind wilde ik juwelenontwerpster worden, als tiener droomde ik van een theehuis (met vier kamers, en een verschillende internationale theetraditie in elke kamer), als twintiger startte ik bijna een traiteursbusiness. Maar springen is angstaanjagend, zeker als je ook een beetje een control freak en een doemscenario-denker bent (en je intussen ook nog kinderen krijgt / een huis verbouwt / jeweetwel).

Nu dus wel die sprong, niet in de onpeilbare diepte maar middenin een fantastisch netwerk van andere Mic Mac Madammen. En zo is de kop eraf! Ik kijk er enorm naar uit om Brusselse Mic Mac Madam te zijn. En… heb jij nog een zolder die volstaat met je baby-uitzet, terwijl je kinderen intussen al lang uit de luiers zijn? Of zijn je vrienden in verwachting en nog op zoek naar die uitzet? Laat het mij weten of surf naar www.micmacminuscule.be voor meer info!

DIY carnaval politiekostuum met auto, badge en pet voor kinderen

DIY carnaval politiekostuum met auto, badge en pet voor kinderen

Carnaval, het feest van de vermommingen. Wij proberen er elk jaar iets moois van te maken. Ik beslis samen met Roald in wat hij zich wilt verkleden en dan gaan we aan de slag om een outfit in elkaar te steken. Als hij zelf kan helpen met knutselen is het extra leuk natuurlijk.

In de eerste kleuterklas maakte ik een brandweerwagen van een kartonnen doos (met werkend zwaailicht van een fietslampje) dus de hulpdiensten waren top of mind bij het brainstormen. Het werd een politiewagen, specifieker: een Amerikaanse politiewagen, naar analogie met één van zijn meest gekoesterde autootjes.

DIY carnaval politiekostuum met auto, badge en pet

Aan de slag: ik begon mijn research via Pinterest en vond naast heel veel inspiratie deze geweldige tutorials waarop ik thuis voortbouwde: een kartonnen politie auto (met kofferbak :-)) en een tutorial voor een politiepet en badge van karton (zie onderaan). Er zit ook een kostuumpje bij voor een Yorkshire Terriër dat ik niet nodig had (maar als je een hond heb, leef je uit zou ik zeggen). Een donkerblauwe broek, lichtblauw hemd en donkerblauw petje vond ik bij H&M na deze tips.

Voor kleine zus maakten we er een “kleine boef” kostuum bij: met textielverf schilderden we strepen op een grijze trui en broek, een lapje grijze jersey kreeg een opschrift en werd erop genaaid. Een geïmproviseerd boevenmasker uit een lapje zwarte stof + elastiek maakte de outfit compleet!

Zelf aan de slag gaan? Hier is mijn werkwijze:

Benodigdheden:

Voor de badge en het petje (zie onderaan voor instructies)

stevig karton (bv van een doos)
een stift met witte reliëfverf, ik gebruikte Marabu 3D-liner
zilveren verfspray of dekkende verf
een fijne zwarte permanente stift
brochespelden die je kan lijmen (bv deze)
Sterke alleslijm (bv Velpon)
lettersjabloon (optioneel)

Voor de politieauto

een langwerpige kartonnen doos die in de breedte over je kind past
een schoendoos (of andere stevige doos) die ongeveer even breed is als de breedte van je kartonnen doos
enkele extra grote stukken karton voor de zijkanten van de auto
een cuttermes en iets om het karton op te snijden (om de ondergrond te beschermen)
ducttape
witte, blauwe en zwarte plakkaatverf
goud, rood en/of blauw glanzend papier
schilderstape
witte knutsellijm
stevige linten om de auto te dragen, bijvoorbeeld tassenband
een nietjespistool (niet onontbeerlijk, maar wel handig)
fietslichtjes
ijzerdraad (hoeft geen fijne te zijn)

Instructies DIY politieauto

Opmerking: ik geef hier alle maten mee van onze politieauto. Afhankelijk van jouw dozen, kan dit verschillen. Het belangrijkste is dat je de afmetingen aanpast zodat het klopt. Maak er vooral je eigen creatie van!

Begin met het frame van de politieauto. Verwijder eventuele bovenflappen van de langwerpige kartonnen doos. Ongeveer 1/3 van deze grote doos wordt kofferbak. Mijn doos is 50 cm lang en 31 cm breed en ik nam 20 cm voor de kofferbak. Snijd langs de zijkanten de bodem van de doos los in de andere 2/3. Ter hoogte van de kofferbak plooi je de bodem omhoog en zet je die vast met duct tape om de wand te maken. Snijd af ter hoogte van de bovenkant.

Maak van een extra stukje karton de flap: Knip een stuk karton met dezelfde breedte als je doos, en de lengte van je kofferbak plus 15 cm. Plooi 5 en 10 cm om langs weerskanten (dat kan door voorzichtig een halve snede te maken met je cuttermes), rond de hoeken af aan de korte kant en snij in het midden een klein gaatje als hefboom. Maak tussen de twee plooien in de helft nog een snede, zodat de koffer omhoog kan klappen. Dit plak je nu met duct tape vast boven de kofferbak (zie foto).

Bevestig een schoendoos of andere stevige doos ongeveer zo breed als je frame vooraan met lijm en duct tape, en maak een driehoek van karton in de breedte van je doos, bevestig deze ook met lijm en duct tape. Deze worden de voorste bumper. Bij mijn doos kwam er zo’n 21 cm bij, dus was de totale lengte 71 cm.

Meet nu dezijkanten en de bovenkanten van je frame op en teken een sjabloon voor de zijkanten. Dat moet aan de achterkant even hoog zijn als je basisdoos (bij mij 25 cm). De voorste bumper loopt van de driehoek + schoendoos tot aan het begin van je basisdoos. Mijn voorbumper is 13 cm hoog vooraan en 24 cm hoog bovenaan (aan de voorruit). Tussen de twee bumpers teken je een raam, dat van mij is 16 cm hoog. Ik maakte de bovenkant lichtjes bol en voorzag geen uitsparing voor wielen.

Dat sjabloon snijd je 2x uit stevig karton. Nu komen de voor- en achterruiten: meet de hoogte van de voorbumper + de schuine kant + de hoogte van de voorruit + 5 cm en snijd deze lengte met de breedte van je basiselement (31cm) uit karton. Voor de achterruit meet je de schuine wand van de achterruit + 10 cm. Bij beide elementen snijd je met het cuttermes halve snedes ter hoogte van de plooiingen, + 5 cm aan het einde van de voorruit en 5 cm aan weerszijden van de achterruit.

Nu ben je klaar om te schilderen! Gebruik schilderstape om rechte lijnen af te plakken en zoek een voorbeeld van het soort politiewagen dat je wilt namaken. Schilder eerst de lichte kleuren (bv de ramen), dan de donkere en ten slotte de letters of symbolen.

Bevestig als alles droog is de twee zijflappen aan de flap voor de voorruit met duct tape langs de binnenkant. Plak de zijkanten met voorruit aan de zijkanten van je doos met een royale hoeveelheid knutsellijm. Bevestig ten slotte de achterruit met duct tape langs de binnenkant aan de zijflappen.

Schilder ook het witte fietslichtje met blauwe plakkaatverf en maak één of twee lichtjes met een stukje ijzerdraad vast door het bovenste frame. Knip eventueel extra details van metallic papier, zoals een ster of achter- en voorlichten. Wij maakten ook een metalen bumper met karton en zilververf (omdat de voorbeeldauto ook zo’n bumper had).

Meet en knip het stevige lint (tassenband) op maat zodat je de auto over beide schouders kan dragen. Je kan eventueel een dwarsstukje toevoegen met de breedte van de schouderbladen dat je vastnaait aan weerskanten, zodat het minder makkelijk van de schouders glijdt. Maak de linten aan de binnenkant vast met een nietjespistool. Bij gebrek daaraan kan je het ook proberen vastmaken met een gewone nietjesmachine.

Instructies DIY badge en pet

Teken een badge (of meerdere) op stevig karton, teken ook de versieringen die erop moeten komen met potlood (zie foto, of zoek een voorbeeld naar wens). Snij het karton uit. Overtrek de versieringen met reliëfverf, zorg dat het overal even dik is. Laat drogen en spuit of verf met de zilververf. Breng de laatste details aan met zwarte permanente stift. Ik schreef POLICE – ROALD – 2KK (2e kleuterklas) :-) Lijm met alleslijm vast aan een brochespeld.

Schrijf de letters voor de pet (POLICE of POLITIE of…) vooraan op de pet met een (wit) potlood of zichtbaar stiftje. Ik deed dit met behulp van een lettersjabloon, maar met de losse pols kan ook. Overtrek ze met de reliëfverf. Laten drogen en checken of het nog ergens bijgewerkt moet worden. Klaar!

DIY politiepet
De 20 van 2020

De 20 van 2020

Zo, 2020 zit er helemaal op. Het was waarschijnlijk het vreemdste, meest desoriënterende jaar dat velen van ons al hebben meegemaakt in hun leven. Het constante aanpassen van vers gemaakte plannen, het opnieuw en opnieuw krulletjes schaven van het vers gebeitelde ‘nieuwe normaal’… Het was best een uitputtingsslag. Maar niet alles was kommer en kwel! Gelukkig. Ik maakte een lijst van de 20 dingen die mijn jaar hebben vorm gegeven, die ik me wil herinneren of die me zullen bij blijven. En hoewel 2021 het jaar wordt waarin ik me niet laat opjagen (ha!), zitten er toch ook enkele voornemens bij.

1. Onze polyvalente zaal

Ook gekend als de treinenzaal, de sportzaal, de bibliotheek en de bureau waar ik de meeste van mijn thuiswerkende uren doorbracht. Onze sous-sol van dik 16 vierkante meter, die met een raam uitkijkt op de straat. Hoe vaak we dankbaar zijn geweest dat die renovatie al af was voor de lockdown, alsof het zo voorbestemd was. Ik heb er dit jaar tientallen sport- en yogasessies gedaan, soms met publiek van de straat alsof ik in een visbokaaltje zat. Roald bouwde er zijn treinset telkens opnieuw op (en af wanneer ik wilde sporten). En uiteraard is er uren en uren geZoomd-Hangout-Teamsed-Skyped totdat het mijn oren uit kwam, and then some. And some more. En het ziet er naar uit dat we daar nog niet meteen vanaf zijn. Gelukkig is het behangpapier achter het bureaublad een reisfoto van de Indische theevelden en kan ik af en toe in mijn hoofd op reis gaan.

2. Yoga

Ik schreef het al in april, toen ik yoga pas had teruggevonden. Ik heb het zowat het hele jaar volgehouden om minstens één uurtje per week te wijden aan de practice met Linda. Het bracht me telkens een uur van inspanning én van rust. Leren om je schouders, heupen, hart… te openen. “Keep your legs active! Roll your shoulders down” zegt Linda steeds. Vaak met gezucht en soms (thuis) met gevloek.

In december had ik een bijzonder lastige dag, het huilen stond me nader dan het lachen. Maar het was donderdag, dus ik deed flink mee yoga. Ik hield sommige poses maar net vol. En toen lukte het plots bij een arm stretch om langs beide kanten mijn vingers achter mijn rug aan te raken! Dat was letterlijk van mijn kindertijd geleden. Het is ongelofelijk hoe zo’n crappy dag toch zo’n overwinning kon voortbrengen. En behoorlijk symbolisch voor dit crappy jaar: je moet de lichtpuntjes weten te vinden, en soms komen ze alleen als je er een beetje voor afziet.

Yoga deed meer dan micro overwinningen brengen. Het verbeterde mijn houding en mijn beleving van andere sportactiviteiten. Ik werd er flexibeler van, en sterker. Ik ben ervan overtuigd dat ik dankzij yoga en mijn verhoogde lichamelijke bewustzijn minder last van mijn rug heb gekregen bij het constante thuiswerken. Het mag, kortom, gewoon blijven in 2021.

3. Snail mail

Het coronajaar deed niet alleen de ziekenhuizen kraken in hun voegen, ook de postdiensten konden het bijwijlen niet meer aan. Mijn inderhaast bestelde plasticineset en de ontdekking van Vinted zaten daar misschien voor iets tussen (sorrynotsorry). Maar wat ook erg fijn was, was de herontdekking van de brieven en kaartjes. Ik maakte vanaf maart een vast item van verjaardagen en speciale gebeurtenissen in mijn Bullet Journal maandoverzicht en stuurde eindelijk de leuke kaartjes die ik al jaren zit te verzamelen. De stroom aan kerstkaartjes dit eindejaar maakt ook duidelijk dat ik niet de enige ben die het fijn vindt om een beetje papieren geluk te ontvangen en verzenden.

4. Fermenteren

Mijn hernieuwde liefde voor zuurdesembrood in maart was weinig origineel, zo bleek uit de lege supermarkt rekken. Ik stortte me ook op zuurkool en allerlei vormen van kimchi. In het najaar moest ik niet lang nadenken toen een buurvrouw een deeltje van haar SCOBY (symbiotic culture of bacterie and yeasts) aanbood om kombucha te maken! Sindsdien staat er ook een grote glazen pot thee en suiker te veranderen in een heerlijk friszuur gefermenteerd drankje.

Ik weet niet wat het is met fermenteren. Het is tegelijk geweldig rustgevend en enthousiasmerend om uit het niets nieuw leven te zien ontstaan in de vorm van kleine gasbelletjes die deeg, gezouten groentereepjes of ice tea doen opschrikken. Ik schafte me ook al wat interessante lectuur aan: Fizz van Barbara Serulus en Over Rot, het complete handboek om àlles zelf te fermenteren. We hebben dan wel niet deelgenomen aan die 2021 corona-babyboom die er zit aan te komen als een vrolijke derde golf (sorrynotsorry), de miljoenen gist- en bacteriëncellen in de keuken en koelkast zijn op hun eigen manier mijn corona-baby’s!

5. Friskis

Friskis saved my ass this year. Dat mag je letterlijk nemen: qua eetgewoontes was het niet altijd een topjaar, maar het feit dat ik (veel) kon blijven sporten met Friskis & Svettis maakte enorm veel goed. In het voorjaar zetten ze een aantal sessies op YouTube en velen haalden opgelucht adem als we in juni eindelijk weer live mochten gaan sporten. Want het is ook veel meer dan een sportclub: het is een fantastische zotte bende van mensen die zich vrijwillig inzetten voor beweging & smiles.

Ik ging dit jaar ook wat actiever deel uitmaken van die bende door te starten als Host. Dat betekent dat ik voor een aantal sportlessen per week de mensen ontvang, hun lidmaatschap check en alles klaarzet en opruim voor de sessies. Naast een manier om mezelf extra te motiveren om geen sportafspraak te missen, was het fijn om zo betrokken te zijn in de organisatie.

Toen lockdown 2 begon en ik terug veroordeeld werd tot sporten met de laptop in de kelder (zie nr.1: Onze polyvalente zaal) switchte Friskis naar live Zoom sessies voor leden. Het is natuurlijk niet hetzelfde als een sportzaal, maar de wetenschap dat je live met iemand staat mee te doen en ook de andere mensen op een mini schermpje ziet staan springen in hun living/hal/bureau geeft een extra boost. Voornemen voor 2021: vooral veel blijven sporten, hopelijk snel weer echt live.

6. Ons gezin

kroniek van een corona jaar

Als kerstcadeau voor 2020 maakten we een fotoboek voor de grootouders en overgrootouders. Zo konden ze toch een beetje bij de vele gemiste momenten van het jaar zijn. Het was ook voor mezelf een leuke oefening in terugblikken. In een jaar dat voelt alsof er hele maanden voorbij zijn gegaan zonder één gebeurtenis als herinnerings-ankerpunt, bleek toch veel gebeurd te zijn in de cocon van ons vier.

Esther evolueerde van eerste woordjes naar een druk taterende peuter met al een behoorlijke uitleg (en vooral véél persoonlijkheid). Roald ontdekt steeds gretiger de wijde wereld om zich heen, en daar hoort al eens een fijne filosofische beschouwing bij. Er werd geknutseld en gespeeld dat het een lieve lust was. We ontdekten een hoop nieuwe parken en speeltuinen.

Maarten en ik wisselden regelmatig onze stemmingen met elkaar af, en het was prettig om daarover te kunnen praten of gewoon de andere even een doom and gloom momentje te gunnen. Ondanks de momentjes van near insanity zijn we als gezin nog een stukje hechter geworden het afgelopen jaar.

7. Fases van rouw

Stages of Grief: The roadmap you expected started with denial, then moved to anger, depression, bargaining, and acceptance. The road you got has a starting point and a tangled line instead of neat and tidy stops along a timeline.
van: speakinggrief.org

Ontkenning – woede – depressie – marchanderen – aanvaarding. Iedereen heeft al wel eens van de rouwfases of de ‘Kübler-Ross rouwcyclus’ gehoord. Dit jaar voelde het alsof we continu ergens op die rollercoaster zaten. Het is namelijk geen lineair proces, maar een heen en weer slingeren tussen verschillende emoties. Die bij mij vaak opnieuw van voor af aan begonnen als er weer een verstrenging werd aangekondigd.

Van de adrenalinestoot op het moment dat de crèche belt om te zeggen dat dochterlief (weer) in quarantaine moet, de wanhoop wanneer je een persbericht probeert te versturen terwijl je tegelijk plasticine konijnen moet rollen, de depressie omdat de situatie uitzichtloos lijkt tot de boswandelingen met collega’s waarin je het beste probeert te maken van de shitty situatie. Ik heb mezelf alleszins beter leren kennen in die rouwfases. Ik besef al een beetje wanneer ik volop in de ontkenning ga (“deze keer zal het wel niet zo’n vaart lopen”) en wanneer ik weer lijk weg te zinken in het drijfzand van zelfmedelijden – wat het er daarom niet leuker op maakt. Maar de emotie benoemen, relativeert ze toch een klein beetje.

8. Thuiswerken

Ik was zo iemand die pre-corona bijna nooit thuiswerkte. Simpelweg omdat ik me thuis precies minder goed op het werk kon concentreren. Ik had de werkomgeving nodig om mij op het werk te voelen. En ik ben ook gewoon graag onder de mensen. Needless to say dat de eerste weken van de pandemie niet de meest productieve uit mijn carrière waren. Deep Work lezen (zie nr 15) heeft me zeker geholpen om mijn idee bij te stellen van wat betekenisvol werk is. Gaandeweg leerde ik het thuiswerk wel appreciëren. Een voordeel was bijvoorbeeld dat ik vaak wat vroeger aan het avondeten kon beginnen, of er eens op tijd aan dacht om iets uit de vriezer te halen of bonen te weken.

Toen naar het werk gaan weer mocht deze zomer, heb ik zelfs een tijdje de boot afgehouden. Omdat ik me toch nog niet zo heel erg safe voelde. Een ritme met twee dagen buitenshuis werken per week in augustus was uiteindelijk best prettig. En terug naar 100% thuiswerk in oktober voelde voor mij dan ook als een terug naar de kerker, euh, kelder-verdict. Vooral het gemis aan andere mensen om mee te babbelen, iets van te leren weegt bij mij met momenten vreselijk zwaar. Maar het is niet anders, we moeten erdoor.

9. Speelstraten

Toen de Vlaamse Gemeenschapscommissie en Brussel Mobiliteit voor de zomer beiden een projectoproep lanceerden om activiteiten te bedenken die de staycation voor veel Brusselse gezinnen aangenamer kon maken, kwamen we met enkele buren samen om te brainstormen. Een projectvoorstel voor speelstraten werd op enkele dagen in elkaar gestoken en ingediend. We zouden tijdens de weekends in de zomermaanden rond alle straten van ons Weldoenersplein afwisselend speelstraten organiseren en met het budget van de subidie materiaal aankopen en animatie organiseren.

Tot onze vreugde werd het projectvoorstel goedgekeurd en kregen we van de VGC voor #staycationBXL een mooie som waarmee we o.a. een tweedehands trampoline aankochten, fotosessies organiseerden, retro volksspelen lieten komen en een springkasteel installeerden. De administratie met de gemeente in orde krijgen was een ander paar mouwen waarover ik hier niet te ver ga uitwijden. De speelstraten waren een geweldig succes en gingen door tot eind september. De kinderen amuseerden zich rot en buurtbewoners leerden elkaar beter kennen. Overdoen in 2021? Hell yes! Zelf een speelstraat starten? Al onze resources zijn hier gebundeld.

Een impressie van de speelstraat in juli
Filmpje ter afronding van de speelstraten

10. Play-Doh

Serieus, waar was Play-Doh de voorbije drie jaar van ons leven? Aan het begin van de eerste lockdown bestelde ik een pretpakket om de kinderen bezig te houden waar een plasticine setje in zat. Wat een schot in de roos. Vooral de jongste is dol op “pla-ci-ne!”. Ik heb al eindeloos veel konijnen en dinosaurussen geboetseerd, maar hey, alles wat hen bezig houdt…

11. Declutteren

Als mijn 32-jarige zelf tegen mijn 15-jarige zelf zou kunnen vertellen dat ik ooit plezier zou scheppen in opruimen, ordenen en spulletjes weggeven of verkopen, zou mijn 15-jarige zelf waarschijnlijk eens goed lachen (of nog meer willen stoppen met ouder worden). Toch is het zo. Zeker dit jaar heb ik steeds meer opgeruimd, Brussel Verniet aangesproken of dingetjes verkocht. Ik ontdekte Vinted (toegegeven, daar is ook al wel wat mee binnengekomen). In 2021 doen we vrolijk verder met onze huizen en hoofden op te ruimen.

12. De broodrooster

Huishoudelektro als geschenk voor Moederdag, so cliché. Ik was nochtans dolblij met mijn Smeg broodrooster – ik hintte namelijk al maanden (wat zeg ik, jaren) dat ik er zo eentje wilde in dezelfde kleur als de koelkast. Geroosterd brood met confituur, hmmm. Hoeveel droge broodkorstjes intussen gered zijn van de GFT, het is niet te tellen (zie nr. 19: Empty the fridge). Feministisch taboe: doorbroken ;-)

13. Ward Verrijcken

Er zijn dit jaar heel wat mensen gestorven, goes without saying, en ik ben dankbaar dat mijn persoonlijke kring gespaard werd van dat leed. De dood die mij wel geraakt heeft als een uppercut die ik niet zag aankomen, was die van VRT filmreporter Ward Verrijcken begin november.

Die heerlijke intro (seize the day! Everyone cool this is a robbery!) – snel, zet de radio wat harder – gevolgd door die warme, immer enthousiaste stem die de keuken binnenkwam op woensdagochtend en ons up to date bracht van het laatste filmnieuws. De vele fijne ontdekkingen dankzij zijn enthousiaste recensies (the Politician, een van de recentere). Zijn aandacht voor feminisme en gelijke kansen in de filmwereld. Hoe hij altijd de positieve kanten van de films benadrukte. Ik mis zijn inbreng over nieuwe films, zijn vrolijkheid op woensdag ochtend, zijn goeie tips. Met dankbaarheid voor wat hij ons gegeven heeft. Rust zacht FilmWard.

14. Webinars

Daar kunnen we kort over zijn: ik was er geen fan van in 2019, en ik ben het nu nog minder. Af en toe zijn ze interessant, meestal moet ik heel erg mijn best doen om bij de powerpoint te blijven hangen vooraleer ik afdwaal naar ergens anders. Wellicht zijn webinars here to stay, maar geef mij maar een fijn netwerk event in 2021. Met een receptie. (My god, een receptie. My kingdom voor een receptie!)

15. Deep Work

Het boek geschreven door Cal Newton stond al een tijdje op mijn lijstje. De cursus van Baas Over Eigen Tijd gaf me de nodige por om het ook echt te lezen. Het boek gaat over het belang van ‘diep werk’ vs. ‘shallow’ (ondiep) werk en hoe je erin kan slagen om meer diep werk te doen.

Hoe meer ik lees over de werking van onze hersenen, welke factoren bijdragen tot een vervullend/succesvol/aangenaam leven (dat bedoel ik niet per se als “economisch succesvol”), hoe meer ik er van overtuigd geraak dat mijn eigen vermogen om extreem te multitasken misschien toch niet zo productief is als ik zelf dacht, en vooral tijds- en aandachtsconfetti oplevert. Focus, concentratie en diep werk leveren zo veel meer op. Makkelijker gezegd wel, als je je de laatste tien jaar bekwaamd hebt in dat multitasken :-) Bovendien heb ik een super associatieve hersenpan – wat nuttig is in brainstormsessies, maar niet als je wilt focussen.

Voornemen voor 2021 is dan ook meer in te zetten op activiteiten die me helpen om brain waves te kanaliseren. Meditatie, yoga, af en toe wat good old discipline en de eigen versie van de video-deep work sessies.

16. Untamed

Een autobiografisch boek van Glennon Doyle dat ik las tegen het einde van 2020 en oh boy, wat was dat boek goed getimed dit jaar, zeg. Hoe veel eye openers en truth bommekes kan je in een easy geschreven selfhelp boek steken? Sinds ik Untamed las, heb ik al zo vaak in een bepaalde situatie moeten terugdenken aan een hoofdstuk of een boodschap.

“We can do hard things.”
“Mothers have martyred themselves in their children’s names since the beginning of time. We have lived as if she who disappears the most, loves the most. We have been conditioned to prove our love by slowly ceasing to exist.”
(BAM!)
“Being human is not hard because you’re doing it wrong: it’s hard because you’re doing it right.”
“Listen. Every time you’re given a choice between disappointing someone else and disappointing yourself, your duty is to disappoint that someone else. 
“I think we are only bitter about other people’s joy in direct proportion to our commitment to keep joy from ourselves.”

Neem het niet van mij aan, lees het boek zelf of luister naar de podcastaflevering van Werk & Leven over Untamed. Het is in het Nederlands vertaald als “Ongetemd Leven”.

17. Clangers

Clangers | Ketnet

Voor het avondeten wilt moeder al eens ongestoord aan de haard kunnen zitten (enfin, veel zitten is er meestal niet bij), en dan mag er al eens een filmpje gekeken worden op tv. De jongste kijkt dan naar Ketnet Junior, en één van de grote favorieten hier in huis zijn de Clangers. De Clangers zijn vrolijke, goedaardige gebreide wezentjes die het midden houden tussen muis en olifant. Ze wonen op hun eigen planeet en beleven daar allerlei avonturen. Die avonturen zou je eerder braaf kunnen noemen, en bestrijken vaak thema’s als muziek en mooie geluiden, schoonheid en gevoelens ter sprake brengen.
In dit rare, chaotische jaar waren het vriendelijke leventje, de fluittoontjes en harmonische muziekjes van de Clangers, voor ons verteld door Vic De Wachter (in de Engelstalige versie door Michael Palin!) heerlijk om dagelijks tien minuutjes bij thuis te komen. Het moeten niet altijd pups, draken of ninja’s zijn.

18. Disney Plus

Gedeeld met drie andere gezinnen en een zalige trip down memory lane: ons gloednieuwe Disney Plus abonnement. Samen met je vijfjarige Aladdin, Jungle Book, Lion King of 101 Dalmatiërs (her)ontdekken: pure magic en een pak rustiger dan de meeste Netflix programma’s. Het moeten niet altijd pups, draken of ninja’s zijn.

19. Empty the Fridge

Een kookboekje dat ik op goed geluk uitleende uit de bib en waar zo veel nuttigs bleek in te staan dat ik het ook aankocht. Veel leuke, vaak out of the box tips om te koken met (koelkast)restjes. Als je weet dat wereldwijd 1/3 van al het voedsel verspild wordt, loont het de moeite om zelf je steentje bij te proberen dragen.

20. Meal preppen

Helpt ook tegen voedselverspilling! Ik was begin 2020 met veel goede moed gestart met mijn lunchen te preppen in het weekend. Ik maakte dan een stuk of 5-6 verschillende slaatjes die ik tijdens de week in een bentobox met vakjes mee nam naar het werk. En toen kwam met de pandemie het einde van de lunch buitenshuis, de drop in goesting om dit soort dingetjes te doen en het op z’n kop zetten van een hele hoop vaste routines. Deze fijne routine, die nog niet echt was ingesleten, sneuvelde. Goed voornemen voor 2021: terug beginnen en er een blogpost aan wijden! Stay tuned, y’all.

Kerstknutselen: kerstboom ornamenten van kaneel

Kerstknutselen: kerstboom ornamenten van kaneel

’tis the season, y’all! Veel mensen schijnen dit jaar extra vroeg aan de Christmas spirit begonnen te zijn – Instagram stond al vol met kerstbomen in november – en geef ze eens ongelijk. Kerstsfeer met lichtjes en glinsters helpt ons om de donkerte even te verdrijven. De twee mannen in huis zijn allebei grote fans van Kerst en al het cocoonen dat daarbij komt kijken. Ook onze boom staat er wat vroeger dan andere jaren, en de Nordmannen waren zelfs al gans uitverkocht bij onze lokale leverancier!

Toen Maarten en ik voor het eerste jaar samen woonden in Schaarbeek, hadden we nog geen kerstboom ornamenten. Ik ging de week voor Kerstmis op jacht, om vast te stellen dat op een paar glazen vogeltjes na alle kerstboomversiering al uitverkocht was. Intussen had ik echter ook pas Pinterest ontdekt (ancient times, y’all) en had ik daar een Martha Stewart DIY kerstversiering ideetje neergeplonkt op mijn Crafts bordje. De rest is (familie)geschiedenis, want die kaneelvogels gaan intussen dus al 9 Kersten mee (Kerstmissen? Wat is eigenlijk het meervoud van Kerst?)

De oorspronkelijke kaneelvogels van Martha Stewart

Martha Stewart maakt er vogels van die je zelf moet uitsnijden volgens een patroon, maar je kan dit even goed maken met koekjes vormpjes, al dan niet in kerst thema. Dat is ook leuker om te doen met kinderen. Die van mij kocht ik tweedehands toen Roald nog een baby was (in de hoop dat we later samen koekjes zouden bakken – mission accomplished!), aangevuld met een recent setje sneeuwvlokken uit de Ikea.

Voor het crea materiaal ging ik indertijd naar de Banier, intussen weg uit Brussel, snif. Je kan het waarschijnlijk ook wel vinden bij AVA papierwaren, Veritas, of online. Voorzie ook wat geduld (of temper de verwachtingen), want die dingen moeten best lang drogen en ook het versieren vergt wat tijd met drogen tussendoor. Kaneel in zulke hoeveelheden koop je best bij een Turkse of Marokkaanse supermarkt, daar hebben ze dat vaak goedkoper in grote hoeveelheden. Het doet je huis alleszins heerlijk ruiken. Een beetje extra kerstsfeer, wie kan daar tegen zijn?

Disclaimer 1: als je dit met kinderen maakt die graag mee koekjes bakken, komen ze misschien in de verleiding om eens te proeven van het deeg. Knoop van tevoren in hun oren dat er lijm in zit en dat het niet is om op te eten! (Dat schrok Esther niet af om tóch een stukje eland in haar mond te steken)
Disclaimer 2: je huis en jijzelf zullen vol glitter hangen na afloop van dit project. Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.

Wat heb je nodig:

1 cup kaneel (of speculaasmix, of wat gemalen piment/gember erdoor…)
1/4 cup appelmoes (fijne, zonder stukjes)
1/2 cup witte knutsellijm
een tube alleslijm (genre Velpon)
glitters en kleine pareltjes in verschillende kleuren
een deegrol
een matje om op te rollen/glitteren
bakpapier en een rooster om te drogen
koekjes vormpjes
een rietje
dun lint, bijvoorbeeld cadeaulint, of stevige ijzerdraad
een paar maatbekertjes met cups zijn wel zo handig, anders kan je ook 250 ml = 1 cup, 125 ml = 1/2 cup en 62 ml = 1/4 cup gebruiken

Hoe maak je het:

Meng de kaneel met de appelmoes in een grote kom. Meng de lijm eronder en kneed tot je een droog, redelijk elastisch deeg hebt. Laat 30 à 45 minuten staan. Bekleed een rooster met wat bakpapier (of een bakplaat als je geen rooster hebt). Neem dan een kwart van het deeg en rol het uit op een matje of glad oppervlak tot ongeveer 0,6 cm dikte. Dit gaat waarschijnlijk makkelijker als je een vel bakpapier op het deeg legt. Als het deeg te droog is geworden, sprenkel er dan wat water over. Als het te nat is, strooi er wat extra kaneel over. Steek of snij er vormpjes uit, maak met het rietje een gaatje voor het lintje en leg die op de rooster om te drogen. Verzamel het overgebleven deeg, voeg bij een nieuw kwart van het deeg en herhaal totdat al het deeg opgebruikt is.

Ja, ik zie de ironie van het feit dat het matje in Paasthema is

Laat de ornamenten nu minstens 24 uur drogen totdat ze helemaal hard zijn. Je kan ze ook 2 uur bakken in de oven op 90 graden.

Als ze helemaal hard zijn, kan je gaan versieren! Zorg dat je een paar kladpapieren hebt die je op je werkvlak legt. Smeer de delen die je wilt versieren in met alleslijm (dit kan best door een volwassene gebeuren) en strooi er dan glitters of pareltjes over. Klop het er weer af, vouw je papier voorzichtig in twee en doe de overgebleven glitters/parels terug in het potje. Begin met het kleinste (eerst glitter, dan parels) en laat even drogen tussen twee verschillende kleuren door, anders gaat je decoratie zich door elkaar mengen. Laten drogen.

Knip dan lintjes of ijzerdraad op de juiste maat, steek die door het gaatje en knoop een lusje. Et voila: professionele kerstornamenten, uit je eigen keuken!

The making of de foto…
Een verjaardag, een dinosaurustaart en een bezinning over quitters

Een verjaardag, een dinosaurustaart en een bezinning over quitters

Afgelopen zaterdag werd Roald vijf. Een mijlpaal voor hem, en voor ons. Mijmerend door babyfoto’s scrollen en niet kunnen geloven dat er al vijf jaar voorbij zijn. De eerste rollende ogen als ik hem zeg wat een schattige baby hij toch was. Kinderen hebben lijkt constant schipperen tussen “stop de klok!” en stiekem verlangen naar de volgende mijlpaal. Ik kijk er bijvoorbeeld enorm naar uit als hij volgend jaar zal leren lezen – de wereld die voor hem open zal gaan! Hij is al een boekenwurm van voor zijn eerste jaar en nog steeds hangt hij aan de lippen van eenieder die een boekje voorleest.

Vijf jaar moederschap, ook. Veel geleerd over mezelf, in die jaren. Soms denk ik dat dat te maken heeft met de kaap van de dertig ronden en meer perspectief krijgen, maar ongetwijfeld dwingen kinderen je ook om een aantal inconvenient truths over jezelf te confronteren. Over het beeld dat je van jezelf hebt, bijvoorbeeld. Of over je drijfveren – de zichtbare en de onzichtbare.

Een paar jaar geleden haalde mijn moeder op kerstdag aan tafel onze roze boekjes van Kind en Gezin boven, waar ze vanalles over ons in onze eerste levensjaren had genoteerd. “Kan al hele liedjes repertoires zingen” of “nogal autoritair aangelegd” – hilarisch en herkenning van vroege karaktertjes. Ik nam me voor om ook zo veel mogelijk herinneringen over de kinderen aan het papier toe te vertrouwen.

Voor Roald geboren werd, kocht ik daarom een dagboek voor vijf jaar: “Mom’s One Line A Day”. Met het idee om dagelijks één regel te schrijven (want, haalbaar). Van zodra er een jaar rond is, kom je jezelf een jaar geleden tegen en kan je terugblikken op wat je toen aan het doen was. In ons geval ging dat naast de kinderlijke evoluties (en weeklachten over te weinig slaap, die precies toch ook nogal cyclisch waren) ook vaak over een bepaalde fase van de verbouwing, wat moed gaf om verder te doen.

In het begin vulde ik trouw dagelijks mijn boekje in. Hoe de roze wolk voelde, wie er die dag op bezoek was geweest, waneer hij begon te kruipen… Maar na een tijdje stak routine de kop op. Ik ben niet goed met routine, heb ik de laatste jaren beseft. Maar toch vond ik het belangrijk om door te gaan. Ik haalde vaak op het einde van de week, agenda en foto’s op de GSM in de hand, halsstarrig herinneringen in. Soms moest ik zelfs twee of meer weken inhalen. Energie om de dagen van een jaar, twee, drie, geleden na te lezen en te grinniken was er niet meer. Het werd een taak op de af te werken lijst en de lol was eraf. Waarom bleef ik dan registreren? Wetende dat ik in mijn hele leven nooit langer dan een paar maanden een dagboek heb volgehouden, alle wetenschap over het nut van regelmatig schrijven ten spijt?

Het zit zo: ik krijg energie van nieuwe dingen doen, leren, mensen ontmoeten. Een dagboek starten, een activiteit bedenken, een organisatie in gang trekken. Maar na een tijdje slaat de routine toe, en dan blijf ik het doen uit loyauteit – of in dit geval, omdat ik een bepaald beeld van mezelf heb gecreëerd. Dat ik zo’n moeder zal zijn die over 20 jaar karaktertjes kan oproepen aan de kerstdis, die alle herinneringen registreerde. En ook: dat ik geen quitter ben. Want opgeven terwijl de eindmeet in zicht is, is dat niet voor losers?

Toen kwam de eerste lockdown. Uren werden dagen werden weken werden maanden. Het gebrek aan externe prikkels, gebeurtenissen, evenementen die werken als kapstok voor mijn geheugen maakt dat die periode één lange tijdsbrij is als ik erop terugkijk. Laatst was ik foto’s aan het sorteren en stond ik versteld van de hoeveelheid knutselwerken, parkbezoeken… die we in die maanden gedaan hebben. Ik ben het precies allemaal vergeten. Tegelijk was de motivatie voor het dagboek echt helemaal weg. Ik stopte met invullen en een dag werd een week werd een maand …

De lege pagina’s stapelden zich op. De berg om terug op te klimmen werd steeds hoger. Het boek openen en invullen impliceert dat ik het àllemaal moet invullen, teruggaan in de tijd. Insurmountable. Die gedachte is een gevolg van (kwalijk) perfectionisme, dat besef ik intussen, maar wat moet je daarmee?

Dat was het moment om me af te vragen: waarom doe ik dit? Wil ik dit echt? Of is het om een bepaald beeld voor mezelf of van mezelf in stand te houden? Ga ik dat ooit allemaal terug lezen? Wie gaat mij hiervoor een reprimande geven, behalve ikzelf? Zal ik niet sowieso die moeder zijn die goeie verhalen heeft aan de kerstdis of herinneringen doorgeeft aan haar kinderen? (ja, ik geloof van wel)

Dus besloot ik om dan toch maar een quitter te worden. Die opgeeft met de finish in zicht. Nee, ik zal geen triomfantelijke foto kunnen posten van het boekje in kwestie ter ere van zijn vijfde verjaardag. De foto die zonder woorden zegt “Kijk eens hoe lang ik al goed bezig ben!” So what? Kan ik niet beter accepteren dat ik liever mijn energie steek in het opstarten van nieuwe dingen, daar waar ze rendeert? Waar ik content van word?

Verjaardagstaart: approved

Ik liet het passeren. En we vierden Roald zijn vijfde verjaardag met een lekkere dinotaart (want nieuwe taartjes bakken doe ik nog altijd graag, jaja). Het boekje staat in de kast, onvolmaakt te wezen, en dat is oké. Misschien komt er een dag dat ik nog een paar hoogtepunten aanvul. Of niet. Ooit zal ik er zeker terug door bladeren en grinniken om zoveel baby antics en slaaptekort. Met samen herinneringen maken gaan we intussen gewoon door.

Voor wie de taart wilt namaken:

Ik maakte deze chocomoussetaart + een simpele 4/4 cake en cupcakes voor de vulkaan. Je kan ook je favoriete biscuit, devil’s food cake… bakken en vullen met je favoriete vulling. Alles werd bestreken met chocoladeganache van het recept en versierd met chocolade-botercrème (100 ml room opwarmen en over 50 gram witte chocolade gieten, mengen, mixen met 100 gram malse boter en enkele eetlepels poedersuiker) met groene en blauwe kleurstof voor het meer en de bosjes, icing van eiwit met rode en oranje kleurstof (er zijn twee eiwitten over van het taartrecept die je hiervoor kan gebruiken), Lion of Malteser balletjes voor de rotsen en plastic dino’s en boompjes.

Een spuitzak met een spuitmondje zijn nodig om de botercrème en icing aan te brengen. De crème voor het meer spoot ik erop en smeerde ik dan wat uit met een lepeltje. De bosjes errond zijn met een gekarteld spuitmondje gemaakt. De oranje en rode icing was zeer lopend en spoot ik met een spuitzak met dunne opening van bovenaf in de vulkaanmond, en dat liep er als net echt naar beneden uit.

Hittegolfkoken: salade van watermeloen, feta, munt en olijven

Hittegolfkoken: salade van watermeloen, feta, munt en olijven

Slapen jullie ook zo slecht? Fieuw zeg. Ik ben twee dagen geleden op de valreep naar de winkel gespurt voor een ventilator, want het was niet meer te doen in huis, alle gevelisolatie ten spijt. Heerlijk briesje naast het bed, helaas was het voor onze net-niet-tweejarige dochter óók veel te heet de voorbije nachten. Maar we houden de moed erin, want de temperaturen gaan morgen beginnen zakken! (slaakt diepe zucht). Voor het zover is, nog een verfrissend hittegolf recept, waarvoor je geen vuur of oven nodig hebt en dat in een handomdraai klaar is – ahja, want fut om iets ingewikkeld in elkaar te draaien hebben we ook niet meer. Ik geef u: watermeloen-feta-munt-olijven salade.

salade van watermeloen, feta, munt en olijven

Ik vond dit recept voor het eerst bij Nigella Lawson, als ik me goed herinner. Het is ideaal in de zomer, want watermeloen is zowel eten als drinken. Je kan ook lekker variëren: de olijven weglaten voor wie dat niet lust, rucola toevoegen voor wie wat meer groen wilt. Watermeloen-feta-munt is wel de verfrissende ruggengraat van het recept die je best behoudt, al zou je het ook kunnen veganizen met feta van Violife.

Nigella is ook degene die me de truc met het limoensap leerde. Als je de ajuinringen minstens een half uur laat weken in limoensap (werkt wellicht ook met citroen) dan worden ze mooi felroze maar ook zachter en beter verteerbaar. Ik ben zo iemand die rauwe ajuin meestal uit Griekse salade vist of kebabventers op het hart drukt om geen ajuin in mijn broodje te doen omdat het op mijn maag blijft liggen (en omdat ik een ajuin-en-komkommer trauma heb van de laatste trimester zwangerschap, dat ook). Maar met deze truc lust ik het wel! Slim, toch?
(kleine disclaimer: op de foto is de limoen nog niet geweekt)

Ingrediënten voor een salade voor 3-4 personen, als lunch of als bijgerecht:

een rode ui
het sap van een limoen
een halve tot drie kwart kleine watermeloen
een twintigtal zwarte Kalamata olijven (de lekkerste die je kan vinden, ik ben fan van Père Olive. Olijven uit blik zijn hiervoor eigenlijk niet zo’n ideale keuze)
een half pakje feta
de blaadjes van enkele takjes munt
optioneel: rucola
peper en zout

Bereiding:

Snijd de ui in fijne ringen. Doe in een kommetje en besprenkel met het limoensap. Laat minstens een half uur weken.
Snijd de watermeloen in blokjes van 2-3 cm. Doe in een saladeschaal, schep er de olijven en de ajuinringen en eventueel de rucola door. Verkruimel de feta boven de salade en strooi er de muntblaadjes over. Breng op smaak met wat van het limoensap en eventueel wat peper. De feta en olijven zorgen al voor een zoute toets, dus check zeker eerst voor je er nog zout over strooit. Hydrateren maar!

Hittegolfkoken: gember-hibiscus ice tea

Hittegolfkoken: gember-hibiscus ice tea

Het is zover, de eerste echte hittegolf van 2020 is bezig. Wij blijven (alweer) in ons langzaam opwarmend kot en proberen vooral geen extra warmte op te wekken. Ik ging op zoek naar de recepten die mij verfrissen en weinig tot geen vuur of (heavens forbid) ovens nodig hebben. Vandaag: gember-hibiscus ice tea

Hibiscus gember ice tea

Drie jaar van mijn leven, van mijn derde tot en met mijn vijfde middelbaar, bracht ik door in de Verenigde Staten. Op restaurant kan je daar, naast koud water à volonté, ook bijna overal ice tea van het huis krijgen. Hoe verder je er naar het zuiden gaat, hoe meer kans dat de standaard versie van die ice tea gezoet is (en hoe meer naar het zuiden, hoe zoeter). Zelfs de hyper-intramobiele US of A is dus geen culinaire monocultuur. Aan de oostkust althans, van de westkust kan ik niet meespreken. Bij de ongezoete versie krijg je een kommetje met verschillende soorten suiker en roze zakjes zoetmiddel, ook al is ijskoude ice tea zoeten met gewone suiker geen sinecure. Bij vrienden stonden er ook vaak kannen met zelfgemaakte ice tea in de koelkast waar je naar believen van mocht uitschenken. Want Amerikanen vinden het totaal niet raar als je hun frigo opentrekt als huisgast.

Dat die huisgemaakte ice tea stilaan de oversteek naar het Europese continent heeft gemaakt, kan ik alleen maar toejuichen. Tegenwoordig heeft elke zichzelf respecterende hippe koffie-, cocktail- of zomerbar een huisgemaakte ice tea, die meestal al uitverkocht is als jij hem wilt bestellen. Wie liever in zijn kot blijft of ’s nachts verfrissing zoekt in de koelkast kan het ook makkelijk zelf maken! Het recept is helaas niet helemaal zonder warmte: het water voor de thee moet je eerst opwarmen (tenzij je thee ook koud kan brouwen, iemand al geprobeerd?) en dan weer laten afkoelen. Als je een waterkoker hebt, is dit het moment om die boven te halen, want zo maak je waarschijnlijk het minste extra warmte. Ik maak de ice tea ’s avonds laat en laat hem dan buiten de koelkast afkoelen om er ’s morgens in te zetten.

Jardin Anglais, heerlijk als ijsthee met een paar takjes munt

Je kan ice tea van zowat elke thee maken. De klassieker is de Lipton black tea en die is prima (zelf drink ik die het liefst met een tikkeltje suiker). Ik maak vaak ijsthee van de Palais des Thés English Garden, al dan niet met een paar takjes munt en schijfje citroen erbij voor extra frisheid. Het recept hieronder komt uit The New Classics van Martha Stewart, dé Amerikaanse keukenprinses. Ik doe er minder suiker in en laat het citroensap weg. Elke hibiscusthee is prima, ik gebruik de hibiscus & orange thee van Shotimaa, te vinden bij Bio Planet. Naast hibiscus en sinaasappel zit daar ook citroengras, rozebottel, peper, zoethout, karadamom, kaneel, gember en kruidnagel in. Geen caffeïne dus, een voordeel als je dit ’s avonds wilt drinken (nadat ik een keer wakker lag na vier glazen ijsthee op café, let ik daar wat op.)

Ingrediënten voor anderhalve liter thee

– 4 zakjes hibiscus/rozebottelthee
– gember: 2 tot 5 cm of meer, afhankelijk van hoe spicy het mag zijn
– suiker: 4 eetlepels (of een ander zoetmiddel zoals honing, agave…)
– anderhalve liter water + enkele eetlepels
– enkele eetlepels citroensap (optioneel)

Bereiding:

Breng het water aan de kook met de suiker in een (afgedekte) kookpot. Snijd intussen de gember in kleine blokjes, schillen hoeft eigenlijk niet (maar het mag). Doe de gember bij het water. Roer even om de suiker op te lossen. Als het water kookt, zet je het af en voeg je de theezakjes erbij. Laat minstens 15 minuten trekken. Proef dan of je er eventueel meer suiker in wilt. Ik laat de theezakjes en gember er gewoon de hele nacht in, of totdat het is afgekoeld en ik het overgiet in een karaf. Als het op kamertemperatuur is, voeg je eventueel de citroen toe en zet je het in de koelkast. Serveren met een ijsblokje en schijfje citroen.

Hittegolfkoken: Salmorejo

Hittegolfkoken: Salmorejo

Het is zover, de eerste echte hittegolf van 2020 is hier. Wij blijven (alweer) in ons langzaam opwarmend kot (leve gevelisolatie) en proberen vooral geen extra warmte op te wekken. Ik ging op zoek naar de recepten die mij verfrissen en weinig tot geen vuur of (heavens forbid) ovens nodig hebben. Vandaag: salmorejo cordobés, oftewel koude tomatensoep.

Salmorejo cordobés: heerlijk in zijn romige eenvoud

Veel mensen hebben leren koken op kot. Ik heb leren koken op Erasmus, weg van de vele engagementen en vriendschappen die bij de Alma Mater mijn tijd zodanig opvulden dat er niet veel meer in huis kwam van koken dan een potje spaghettisaus opentrekken. Op de derde verdieping van La Correduría, het studentenhuis waar ik een semester in Sevilla vertoefde, probeerde ik lekkernijen uit de Andalusische keuken na te maken.

Salmorejo was een revelatie toen ik het voor het eerst proefde. Gazpacho – Spaanse koude soep – had al enkele decennia de Europese grenzen overgestoken en was me welbekend. Tot voor mijn Erasmus was ik echter een koele minnaar van koude groentensoepjes (pun intended). In Sevilla, bakermat van de tapas, kan je perfect nieuwigheden in kleine porties uitproberen, dus proefde ik er de ‘salmorejo cordobés’ (uit Cordoba). Een romige, koude heerlijkheid die smelt op de tong en verfrist bij Sevillaanse temperaturen. Zalig! Sindsdien ga ik ook in Belgische zomertijd met tomaten en stokbrood aan de slag. Ogen toe en je zit meteen op een felgekleurd Andalusisch terrasje te bakken… hashtag reizen-in-de-groene-zone-in-je-hoofd.

Ik ben normaal een grote Jeroen Meus fan – de website van Dagelijkse Kost is mijn go to voor alle klassiekers – maar bij zijn salmorejo recept slaat hij de bal mis: er hoort echt geen paprika, rode peper of tomatenpuree in een salmorejo. Sorry, Jeroen. Doe met gazpacho wat je wilt maar de eenvoud van de salmorejo is net zijn sterkte. Er zijn massa’s recepten te vinden online, ik vertrok van dit recept van de abuela (kan nooit slecht zijn). Het geheime ingrediënt van salmorejo is goede (extra vierge) olijfolie. Die voeg je toe totdat de smaken in elkaar overlopen en het een heel klein tikkeltje bitter afsmaakt.

De blender, uw vriend.

De tomaten moeten vers en echt lekker rijp zijn, probeer dit niet met wintertomaten (salmorejo smaakt toch niet bij koude temperaturen). Je kan ze makkelijk ontvellen door een kruisje onderaan te maken met een mes en 1 minuut te laten koken in kokend water (uithalen met een schuimspaan en laten afkoelen in koud water). Ik ontvel ze zelf meestal niet, want dat produceert weer warmte in de keuken die je kan missen in een hittegolf, en met een krachtige blender is mixen geen probleem. Dit soepje is ook ideaal restjeskoken, het wordt namelijk gemaakt met oud (Frans) brood. In Spanje eten ze het met geplette hardgekookte eitjes en spekjes, maar dat hoeft er zelfs niet bij, vind ik.

Ingrediënten voor een ongeveer anderhalve liter soep

  • 8 rijpe trostomaten, al dan niet van hun vel ontdaan
  • 1/2 grote baguette, minstens een dag oud (wit brood kan ook)
  • 1 à 3 teentjes knoflook (kies zelf hoe hard je wilt stinken)
  • minimum 100 ml olijfolie
  • 1 eetlepel (of goeie scheut) sherry- of witte wijnazijn
  • zout
  • een krachtige blender of staafmixer

Bereiding:

De meeste salmorejo recepten beginnen met het weken van het brood in water, maar het vocht uit de tomaten kan ook perfect hiervoor dienen. Snij de tomaten in stukken en laat samen met het brood in een kom trekken voor minstens een half uur. Het brood moet zacht worden. Eigenlijk kan je deze stap zelfs overslaan, maar dat bemoeilijkt het blenderen wel. Doe brood met tomaten in de blender en mix fijn. Voeg knoflook en sherry/wijnazijn toe, mix opnieuw. Voeg nu een snuifje zout en de olijfolie toe, en blijf olie toevoegen tot de salmorejo goed afsmaakt. Breng eventueel op smaak met meer zout of wijnazijn.
Laat koud worden in de koelkast, kook eventueel een eitje hard voor erbij. Heerlijk om op te dippen met een stuk goed brood tijdens een hittegolf.

Excuses voor de beperkte foto’s. Het gerecht is zo snel klaar dat ik vergat foto’s te nemen en zo lekker dat ik, eh, niet veel foto’s nam. Maak het maar gewoon, dan zal je zien wat ik bedoel.

Over borstvoeding (oh no she didn’t)

Over borstvoeding (oh no she didn’t)

“En wanneer gaat u stoppen met borstvoeding?”

Ik had niet verbaasd mogen zijn met deze vraag, want zo veel vrouwen kregen ze al voor mij. Ik had net aan de specialist van het universitair ziekenhuis waar ik op consultatie was uitgelegd, naar adem happend achter mijn mondmasker, dat ik al bijna vijf jaar borstvoeding geef, gezien me dat relevant leek voor het probleem dat me daar had gebracht en nuttige informatie voor de eventuele behandeling.

Maar ik was het dus toch. Verbaasd. In tegenstelling tot vele vrouwen voor mij heb ik eigenlijk zelden negatieve opmerkingen gekregen over borstvoeding. Mijn partner, familie, vriendenkring, werkgever: ze kennen mij wellicht allemaal goed genoeg om te weten dat ik mijn eigen keuzes maak en daar geen commentaar op nodig heb. Net als bij de melkmuil van een dochter verraadt mijn gezichtsexpressie meestal ook exact wat ik denk, en als ik zo een ongepaste opmerking krijg staat de expressiemeter meestal op “say what? You kidding me?”. Misschien was het mondmasker en het daaruitvolgende gebrek aan expressie de boosdoener.

“Euhm, dat weet ik niet. Wanneer mijn dochter dat wilt?” hoorde ik mezelf stamelen. De professionele doch uiterst verbaasde houding van de dokter deed me vermoeden dat ze zelf nog niet aan kinderen was begonnen en niks wilde suggereren met de vraag. Haar verdere vragen deden me ook vermoeden dat ze dacht dat dochterlief net als een pasgeboren baby van ’s morgens tot ’s avonds aan de borst wilt hangen. Ik ging buiten met het akelige gevoel dat zij en haar stagiaire elkaar zouden aankijken en “wat. was. dat?” zeggen.

Waarom voel ik de behoefte om hierover te schrijven? Het is deze week Internationale Week van de Borstvoeding, mijn vijfde op rij al. De arts in kwestie was zich ongetwijfeld niet van de ironie bewust dat haar ziekenhuis daar steevast campagne rond voert. En dat het thema van dit jaar ‘steun van de omgeving en zorgprofessionals’ is. Die bewuste vraag niet (zo) stellen als zorgverlener hoort daar wat mij betreft bij.

Lang voeden (blijven borstvoeden nadat je baby geen baby meer is) is een taboe, en begrijpelijk. Het is quasi onzichtbaar en de meeste vrouwen die hun baby langer dan een jaar voeden lopen er niet mee te koop, omdat het raar is en soms een beetje schaamtelijk. En ja, ook wel eens gênant, als de peuter zo nodig in het openbaar wilt drinken maar geen flauw idee heeft dat blote borsten geacht worden bedekt te zijn in de open ruimte, net als je mond en neus op het openbaar vervoer tegenwoordig. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het zelf ook een heel raar idee vond voor ik er aan begonnen was. Ik vond het zelfs raar wanneer ik voor dit bericht naar foto’s aan het zoeken was om er eentje tegen te komen met mijn driejarige.

Het was nochtans geen bewuste keuze, bij mij. Net als zo veel moeders begon ik eraan ‘op hoop van zege’, en ‘we zien wel’. De eerste maanden waren bij beide baby’s sukkelachtig. Spruw, syndroom van Raynaud, overproductie (Chinees voor wie nog nooit borstvoeding gaf en hopelijk niet herkenbaar als je het wel deed), smakkende baby’s, vrezen voor koemelkallergie… Met vallen en opstaan en steun van een geweldige lactatiekundige én de omgeving, die me nooit heeft ontmoedigd. Ik wens het iedereen toe, die steun.

En dan komt plots die dag dat het vanzelf gaat en je denkt “hé, dit is handig!”. En dat blijft zo, tot op het moment dat je je geneert om het in het openbaar te doen, tenminste (gelukkig hebben mijn peuters nooit veel interesse gehad in de borst buitenshuis, dus dat taboe kunnen we al overslaan). De band die je ermee opbouwt en die rust momentjes zijn zo heerlijk, dus waarom ook stoppen? Ik ben een langvoedster by chance, not by choice. Zo zie ik het tenminste. Stoppen doen we wel als het weer onhandig wordt, of niet meer leuk.

Hierover schrijven ligt een eindje buiten mijn comfortzone (en dan hebben we het nog niet eens over tandemvoeden gehad, kuch). Maar ik doe het deze keer toch. Omdat er nog steeds te veel vrouwen de vraag krijgen “wanneer ze gaan stoppen” (ja, ook op 3 maanden) terwijl dat gewoon geen vraag zou moeten zijn. Omdat iemand me eens vertelde dat ze een positief beeld kreeg van borstvoeding toen ik er iets over gepost had en ik daar helemaal warm van werd. Omdat er veel meer langvoedende mama’s zijn dan je zou denken, die het veelal binnenskamers doen. Keep rocking the milk, mama’s, en laat niemands oordeel aan je hart komen.

P.S. Dit bericht is er om te spreken uit mijn eigen ervaring, en die van mij alleen. Ik weet dat niet iedereen borstvoeding wilt geven, of dat het niet bij iedereen gelukt is zoals ze wilden, of dat ze vroeger moesten stoppen dan ze wilden. Of dat ze gewoon geen zin hadden om het langer dan 3 maanden te rekken. Dat is helemaal oké (of jammer, als je dat jammer vindt, en dan hoop ik dat je er vrede mee kan vinden). Flesvoeding is ook voeding en moederliefde is moederliefde.

Eén jaar met de Tern GSD

Eén jaar met de Tern GSD

Vandaag zijn we één jaar trotse eigenaars van de Tern GSD, de felblauwe longtailfiets die ons al massa’s rijplezier bezorgd heeft. Omdat ik er regelmatig vragen over krijg en anderen de elektrische-cargofiets experience alleen maar kan aanraden, schreef ik ter ere van die eerste verjaardag onze ervaringen neer.

Tern GSD
Fun achterop de Tern GSD

Sinds een jaar of twee is het aantal longtailfietsen in Brussel geëxplodeerd. In het begin een curiositeit, nu gaat er geen dag voorbij of ik zie er eentje passeren in onze straat of onderweg. Bij de ouders van onze (kleine) kleuterschool zijn er – uit het blote hoofd – minstens 5 (hier stond eigenlijk 4, maar vanmorgen spotte ik nog een ouder met een gloednieuw ogende bike43!). Als je ermee parkeert aan de school of crèche word je vaak bevraagd, nog vaker door ouders die zelf overwegen om er eentje aan te schaffen. Het is dan ook een ideaal “middenklasse” voertuig voor (milieubewuste) Brusselse stadsbewoners met 1 of 2 kinderen die veel van hun verplaatsingen op twee wielen willen doen. Ik zeg “middenklasse”, want hoewel het natuurlijk een pak goedkoper is dan een auto, is het toch een stevige investering. Wij deden wat rekenwerk en kozen voor een fietslening, waarvan de rente bij aankoop zodanig laag stond dat het eigenlijk niet uitmaakte of we het bedrag onmiddellijk zouden leggen of op maandelijkse afbetaling. Intussen zijn er ook wel wat goedkopere modellen op de markt, en wie weet ontstaat er ook stilletjes aan een (legitieme) tweedehandsmarkt?

Mijn oog viel op de Tern GSD ergens begin 2019. Ik had al gehoord van de bike43, een Brusselse creatie, en vond het idee van zo’n fiets erg interessant. Toen kocht een kennis een Tern GSD om haar kind mee te vervoeren en vertelde er enthousiast over op Facebook. Ik begon over de fiets te lezen en op te zoeken. De specs en snufjes zijn impressionant. De belangrijkste eigenschap is uiteraard dat hij twee kinderen op het bagagerek kan dragen (of een volwassene!), maar eigenlijk is het een echte cargofiets, zonder ‘bak’. Hij kan tot 200 kg dragen, wat hem volgens de fans/marketeers een bestelwagen op twee wielen maakt.

Het zadel gaat heel makkelijk op en neer, heeft slimme maatstreepjes en een handvat onderaan om op te tillen dat echt handig is. De fiets kan ook rechtstaan op z’n bagagedrager, wat hem ideaal maakt om op kleine plekjes op te bergen of zelfs in een lift mee te nemen. Het stuur kan inklappen, wat hem vervoerbaar zou maken in een monovolume auto (nog niet getest, wegens niet in bezit van een monovolume :-)). En dat alles in een fiets die maar 2 meter lang is – zo lang als een doorsnee stadsfiets dus.

Tern GSD
De eerlijkheid gebiedt me erbij te zeggen dat je de fiets eigenlijk niet mag loslaten als de kinderen erop zitten. Dus: don’t try this at home.

Ik heb geen uitgebreide vergelijking gedaan tussen alle merken en modellen, maar wel een GSD getest alvorens de knoop door te hakken. Dat mocht van de kennis die hem had, en dat vond ik zo prettig dat ik ook al meerdere mensen heb laten testen. Je wordt vanzelf een ambassadeur van het merk. Het element dat voor ons de doorslag gaf was het rechtop zetten: ten tijde van de aanschaf hadden we nog geen plaats in een velobox en onze inkom is maar heel kort voordat de trap begint, de fiets kan er zelfs niet in de lengte staan. Maar hij paste wel perfect tussen de deur en trap, tegen de muur. De stoeltjes konden we ernaast ophangen aan enkele kapstokken van de Brico. Het wiel maakten we vast met een extra fietsslot, vooral tegen het omvallen, mocht er toch eens een kind aan gaan hangen.

Tern GSD rechtstaand opbergen
Ingeklapt en rechtstaand is de GSD ongeveer de grootte van een volwassen persoon

De setup dan. Ook daar kan je massa’s kanten uit. De GSD is gemaakt om te passen met de bagagedrager stoeltjes van Yepp, geen extra adapters nodig. Je kan er een voor-bagagedrager aan toevoegen, die net zo groot is als een euronorm 40 x 30 cm (lees: een bak bier). Han-dig, dat ding (behalve soms om te parkeren op een smal plekje. Maar ach.) Dat voorste rek fungeert in mijn ogen ook een beetje als stootkussen naar auto’s toe. Het is zwart en chunky en volgens mij intimideert het daarbij al te voortvarende chauffeurs ook een beetje om mij toch wat meer plaats te gunnen, want van dat rek wil je geen kras op je ziel, eh, blinkende bolide.

Achteraan kozen we voor een Yepp Maxxi stoeltje voor de jongste (toen bijna 1 jaar, nu bijna 2) en een Yepp Junior stoeltje voor de oudste (toen 3,5). De oudste kan weliswaar ook nog in de Maxxi en zit daar ook graag in, want iets meer comfort. Je kan ook met oudere kinderen voor de Clubhouse gaan, maar dat leek me persoonlijk minder handig omdat je dan minder kanten uit kan met je bagagedrager. De stoeltjes zijn er immers op en af binnen de minuut. En als de kinderen groot zijn kan je je bagagedrager ook nog verbouwen tot een groot cargorek. De gigantische grijze tassen krijg je bij de fiets, en ook die zijn zo slim ontworpen dat ze zowel massa’s boodschappen kunnen bevatten als heel klein opgevouwen worden.

Uitstapjes naar de speeltuin

Stevige beveiliging en een goede diefstalverzekering zijn helaas geen overbodige luxe, want evenredig met het aantal elektrische fietsen in Brussel stijgt ogenschijnlijk ook de diefstal ervan. We startten met een Abus Bordo slot en lieten een extra hoefijzerslot op het voorwiel plaatsen. We namen ook een diefstalverzekering met alles erop en eraan via de fietshandelaar. Geen overbodige luxe, zo bleek. Op een donkere novemberdag kwam ik om 17u12 buiten van mijn werk en was de fiets weg, het slot doorgezaagd. Op quasi klaarlichte dag, in koelen bloede gepikt. We kregen het volledige bedrag terug van de verzekering, maar je moet dan ook een nieuwe verzekering kopen, en de fiets was intussen duurder geworden, dus dat bedrag moesten we bijleggen. En je bent weer een halve dag kwijt met aangifte bij de politie, nieuwe fiets bestellen en ophalen, enz. enz.

Gone, baby gone: een illusie armer over de veiligheid van fietssloten…

Ik ben sindsdien ook een tikkeltje paranoïde geworden wat de beveiliging betreft en heb twee verschillende soorten sloten aangeschaft: een U-slot met ART 4 (ART is eens soort onafhankelijke beveiligsclassificatie voor fiets- en brommersloten) én een ABUS Bordo Alarm slot – met een bewegingssensor die begint te loeien als een alarm als iemand eraan komt. Bovendien is de fiets met een sticker geregistreerd via mybike.brussels en neem ik de batterij er vaker af als ik hem langer laten buiten staan, of in het donker ergens parkeer… Is dat waterdicht? Waarschijnlijk niet, maar het feit dat je 3 buizen moet doorslijpen én het alarm (heel hard) afgaat maakt onze fiets toch weer een pak minder aantrekkelijk voor een dief, hoop ik dan maar.

Een paar maanden na de aanschaf ontdekte ik dat er een levendige Facebookgroep (‘The Tern GSD’) gewijd is aan de fiets. Mensen van over de hele wereld delen er hun tips en tricks, weetjes, advies en geestige foto’s van de ladingen die ze met hun GSD vervoeren. Ik moet toegeven dat ik ook wel eens trots een foto deel wanneer ik een volledige Colruyt winkelkar op de fiets heb gestouwd :-) Wie een aankoop overweegt, kan er altijd zijn licht eens gaan opsteken.


De fiets heeft ons verplaatsingsgedrag toch nog een stuk getransformeerd. We hadden al Cambio ipv een eigen wagen, dan worden je autoverplaatsingen sowieso een meer bewuste afweging. Maar sinds ik elektrisch rijd, vervang ik veel vaker een rit met het openbaar vervoer doorheen Brussel door een fietstocht. Het is zo heerlijk om trapondersteuning te hebben op de Brusselse heuvels en je zo op het verkeer te kunnen concentreren in plaats van de berg die je opgaat. Toch word je er niet lui van, je kan zelf bepalen hoeveel ondersteuning je krijgt en ik voel het wel als ik een aardig stukje geklommen heb.

Ik gebruikte de GSD ook al voor (werk)verplaatsingen in een 20-25 km radius van Brussel: Mechelen, Vilvoorde, Halle. Heerlijk fietsen langs jaagpaden en kanalen en uitgewaaid op de meeting aankomen in dezelfde tijd als de (totale) treinreis. Ik kijk er naar uit als de kinderen groter zijn en een uurtje achterop zitten niet meer te veel is voor de jongste, dan trappen we zo naar de familie in Mechelen! En dat voor iemand die eigenlijk niet eens echt graag fietst (toch niet recreatief).

Zijn er ook nadelen? Ja hoor. Het grootste nadeel van de Tern GSD, waarover iedereen het eens is, is de staander. Het model dat initieel werd meegeleverd was eigenlijk van slechte kwaliteit, waardoor het al na een paar weken niet meer vlotjes in- en uitklapte en bij heel wat mensen gewoon afbrak op een bepaald moment. Je kinderen of vracht op de fiets laten zonder dat je hem vasthoudt (wat sowieso door Tern sterk wordt afgeraden) was totaal uit den boze. De vervangstaander, een Ergotec, is een pak steviger, maar is zodanig stug in gebruik dat het erg lastig is om de staander op te heffen als je kinderen of boodschappen eenmaal op de fiets zitten (tip: gebruik de Walk functie van de batterij, als het toch moet). Als antwoord op deze problemen ontwikkelde Tern de Atlas staander, die helaas door corona vertraging opliep. Intussen wordt hij al verdeeld in verschillende werelddelen, dus ik ben erg benieuwd of wij binnenkort de mogelijkheid tot upgrade gaan krijgen.

Een ander – eerder klein – nadeel vind ik de kleine afmeting van de wielen, waardoor je meer rondtrekt. Komende van een heel grote Achielle stadsfiets voel ik dat verschil hard. In het begin heb je daardoor de neiging om de versnellingen op het hoogste te zetten, om toch meer weerstand te voelen. Door die kortere trapcirkel krijg ik bij lange ritten soms ook wat last van de bloedcirculatie in mijn benen (slapende tenen). Maar ik heb nog nooit iemand anders daarover weten klagen :-) Die kleine wielen zijn er overigens wel voor een reden: het lage zwaartepunt maakt de fiets heel erg stabiel, wat handig is als je zware ladingen vervoert. Bovendien zijn de dikke banden uitermate geschikt om de Brusselse tramsporen mee te navigeren – weer een fietsangst minder.

Alles bij elkaar genomen, zou ik onze GSD niet meer kunnen missen. Van de aankoop hebben we nog geen seconde spijt gehad, en het elektrisch rijden bevalt ons zodanig dat we op het punt staan om een tweede elektrische fiets aan te schaffen, om vlot met het hele gezin op uitstap te kunnen gaan.

Heb je nog vragen over de GSD, longtail fietsen, of waarom we sommige keuzes hebben gemaakt? Laat het mij weten in de comments!