Categorie: duurzaam leven

De 20 van 2020

De 20 van 2020

Zo, 2020 zit er helemaal op. Het was waarschijnlijk het vreemdste, meest desoriënterende jaar dat velen van ons al hebben meegemaakt in hun leven. Het constante aanpassen van vers gemaakte plannen, het opnieuw en opnieuw krulletjes schaven van het vers gebeitelde ‘nieuwe normaal’… Het was best een uitputtingsslag. Maar niet alles was kommer en kwel! Gelukkig. Ik maakte een lijst van de 20 dingen die mijn jaar hebben vorm gegeven, die ik me wil herinneren of die me zullen bij blijven. En hoewel 2021 het jaar wordt waarin ik me niet laat opjagen (ha!), zitten er toch ook enkele voornemens bij.

1. Onze polyvalente zaal

Ook gekend als de treinenzaal, de sportzaal, de bibliotheek en de bureau waar ik de meeste van mijn thuiswerkende uren doorbracht. Onze sous-sol van dik 16 vierkante meter, die met een raam uitkijkt op de straat. Hoe vaak we dankbaar zijn geweest dat die renovatie al af was voor de lockdown, alsof het zo voorbestemd was. Ik heb er dit jaar tientallen sport- en yogasessies gedaan, soms met publiek van de straat alsof ik in een visbokaaltje zat. Roald bouwde er zijn treinset telkens opnieuw op (en af wanneer ik wilde sporten). En uiteraard is er uren en uren geZoomd-Hangout-Teamsed-Skyped totdat het mijn oren uit kwam, and then some. And some more. En het ziet er naar uit dat we daar nog niet meteen vanaf zijn. Gelukkig is het behangpapier achter het bureaublad een reisfoto van de Indische theevelden en kan ik af en toe in mijn hoofd op reis gaan.

2. Yoga

Ik schreef het al in april, toen ik yoga pas had teruggevonden. Ik heb het zowat het hele jaar volgehouden om minstens één uurtje per week te wijden aan de practice met Linda. Het bracht me telkens een uur van inspanning én van rust. Leren om je schouders, heupen, hart… te openen. “Keep your legs active! Roll your shoulders down” zegt Linda steeds. Vaak met gezucht en soms (thuis) met gevloek.

In december had ik een bijzonder lastige dag, het huilen stond me nader dan het lachen. Maar het was donderdag, dus ik deed flink mee yoga. Ik hield sommige poses maar net vol. En toen lukte het plots bij een arm stretch om langs beide kanten mijn vingers achter mijn rug aan te raken! Dat was letterlijk van mijn kindertijd geleden. Het is ongelofelijk hoe zo’n crappy dag toch zo’n overwinning kon voortbrengen. En behoorlijk symbolisch voor dit crappy jaar: je moet de lichtpuntjes weten te vinden, en soms komen ze alleen als je er een beetje voor afziet.

Yoga deed meer dan micro overwinningen brengen. Het verbeterde mijn houding en mijn beleving van andere sportactiviteiten. Ik werd er flexibeler van, en sterker. Ik ben ervan overtuigd dat ik dankzij yoga en mijn verhoogde lichamelijke bewustzijn minder last van mijn rug heb gekregen bij het constante thuiswerken. Het mag, kortom, gewoon blijven in 2021.

3. Snail mail

Het coronajaar deed niet alleen de ziekenhuizen kraken in hun voegen, ook de postdiensten konden het bijwijlen niet meer aan. Mijn inderhaast bestelde plasticineset en de ontdekking van Vinted zaten daar misschien voor iets tussen (sorrynotsorry). Maar wat ook erg fijn was, was de herontdekking van de brieven en kaartjes. Ik maakte vanaf maart een vast item van verjaardagen en speciale gebeurtenissen in mijn Bullet Journal maandoverzicht en stuurde eindelijk de leuke kaartjes die ik al jaren zit te verzamelen. De stroom aan kerstkaartjes dit eindejaar maakt ook duidelijk dat ik niet de enige ben die het fijn vindt om een beetje papieren geluk te ontvangen en verzenden.

4. Fermenteren

Mijn hernieuwde liefde voor zuurdesembrood in maart was weinig origineel, zo bleek uit de lege supermarkt rekken. Ik stortte me ook op zuurkool en allerlei vormen van kimchi. In het najaar moest ik niet lang nadenken toen een buurvrouw een deeltje van haar SCOBY (symbiotic culture of bacterie and yeasts) aanbood om kombucha te maken! Sindsdien staat er ook een grote glazen pot thee en suiker te veranderen in een heerlijk friszuur gefermenteerd drankje.

Ik weet niet wat het is met fermenteren. Het is tegelijk geweldig rustgevend en enthousiasmerend om uit het niets nieuw leven te zien ontstaan in de vorm van kleine gasbelletjes die deeg, gezouten groentereepjes of ice tea doen opschrikken. Ik schafte me ook al wat interessante lectuur aan: Fizz van Barbara Serulus en Over Rot, het complete handboek om àlles zelf te fermenteren. We hebben dan wel niet deelgenomen aan die 2021 corona-babyboom die er zit aan te komen als een vrolijke derde golf (sorrynotsorry), de miljoenen gist- en bacteriëncellen in de keuken en koelkast zijn op hun eigen manier mijn corona-baby’s!

5. Friskis

Friskis saved my ass this year. Dat mag je letterlijk nemen: qua eetgewoontes was het niet altijd een topjaar, maar het feit dat ik (veel) kon blijven sporten met Friskis & Svettis maakte enorm veel goed. In het voorjaar zetten ze een aantal sessies op YouTube en velen haalden opgelucht adem als we in juni eindelijk weer live mochten gaan sporten. Want het is ook veel meer dan een sportclub: het is een fantastische zotte bende van mensen die zich vrijwillig inzetten voor beweging & smiles.

Ik ging dit jaar ook wat actiever deel uitmaken van die bende door te starten als Host. Dat betekent dat ik voor een aantal sportlessen per week de mensen ontvang, hun lidmaatschap check en alles klaarzet en opruim voor de sessies. Naast een manier om mezelf extra te motiveren om geen sportafspraak te missen, was het fijn om zo betrokken te zijn in de organisatie.

Toen lockdown 2 begon en ik terug veroordeeld werd tot sporten met de laptop in de kelder (zie nr.1: Onze polyvalente zaal) switchte Friskis naar live Zoom sessies voor leden. Het is natuurlijk niet hetzelfde als een sportzaal, maar de wetenschap dat je live met iemand staat mee te doen en ook de andere mensen op een mini schermpje ziet staan springen in hun living/hal/bureau geeft een extra boost. Voornemen voor 2021: vooral veel blijven sporten, hopelijk snel weer echt live.

6. Ons gezin

kroniek van een corona jaar

Als kerstcadeau voor 2020 maakten we een fotoboek voor de grootouders en overgrootouders. Zo konden ze toch een beetje bij de vele gemiste momenten van het jaar zijn. Het was ook voor mezelf een leuke oefening in terugblikken. In een jaar dat voelt alsof er hele maanden voorbij zijn gegaan zonder één gebeurtenis als herinnerings-ankerpunt, bleek toch veel gebeurd te zijn in de cocon van ons vier.

Esther evolueerde van eerste woordjes naar een druk taterende peuter met al een behoorlijke uitleg (en vooral véél persoonlijkheid). Roald ontdekt steeds gretiger de wijde wereld om zich heen, en daar hoort al eens een fijne filosofische beschouwing bij. Er werd geknutseld en gespeeld dat het een lieve lust was. We ontdekten een hoop nieuwe parken en speeltuinen.

Maarten en ik wisselden regelmatig onze stemmingen met elkaar af, en het was prettig om daarover te kunnen praten of gewoon de andere even een doom and gloom momentje te gunnen. Ondanks de momentjes van near insanity zijn we als gezin nog een stukje hechter geworden het afgelopen jaar.

7. Fases van rouw

Stages of Grief: The roadmap you expected started with denial, then moved to anger, depression, bargaining, and acceptance. The road you got has a starting point and a tangled line instead of neat and tidy stops along a timeline.
van: speakinggrief.org

Ontkenning – woede – depressie – marchanderen – aanvaarding. Iedereen heeft al wel eens van de rouwfases of de ‘Kübler-Ross rouwcyclus’ gehoord. Dit jaar voelde het alsof we continu ergens op die rollercoaster zaten. Het is namelijk geen lineair proces, maar een heen en weer slingeren tussen verschillende emoties. Die bij mij vaak opnieuw van voor af aan begonnen als er weer een verstrenging werd aangekondigd.

Van de adrenalinestoot op het moment dat de crèche belt om te zeggen dat dochterlief (weer) in quarantaine moet, de wanhoop wanneer je een persbericht probeert te versturen terwijl je tegelijk plasticine konijnen moet rollen, de depressie omdat de situatie uitzichtloos lijkt tot de boswandelingen met collega’s waarin je het beste probeert te maken van de shitty situatie. Ik heb mezelf alleszins beter leren kennen in die rouwfases. Ik besef al een beetje wanneer ik volop in de ontkenning ga (“deze keer zal het wel niet zo’n vaart lopen”) en wanneer ik weer lijk weg te zinken in het drijfzand van zelfmedelijden – wat het er daarom niet leuker op maakt. Maar de emotie benoemen, relativeert ze toch een klein beetje.

8. Thuiswerken

Ik was zo iemand die pre-corona bijna nooit thuiswerkte. Simpelweg omdat ik me thuis precies minder goed op het werk kon concentreren. Ik had de werkomgeving nodig om mij op het werk te voelen. En ik ben ook gewoon graag onder de mensen. Needless to say dat de eerste weken van de pandemie niet de meest productieve uit mijn carrière waren. Deep Work lezen (zie nr 15) heeft me zeker geholpen om mijn idee bij te stellen van wat betekenisvol werk is. Gaandeweg leerde ik het thuiswerk wel appreciëren. Een voordeel was bijvoorbeeld dat ik vaak wat vroeger aan het avondeten kon beginnen, of er eens op tijd aan dacht om iets uit de vriezer te halen of bonen te weken.

Toen naar het werk gaan weer mocht deze zomer, heb ik zelfs een tijdje de boot afgehouden. Omdat ik me toch nog niet zo heel erg safe voelde. Een ritme met twee dagen buitenshuis werken per week in augustus was uiteindelijk best prettig. En terug naar 100% thuiswerk in oktober voelde voor mij dan ook als een terug naar de kerker, euh, kelder-verdict. Vooral het gemis aan andere mensen om mee te babbelen, iets van te leren weegt bij mij met momenten vreselijk zwaar. Maar het is niet anders, we moeten erdoor.

9. Speelstraten

Toen de Vlaamse Gemeenschapscommissie en Brussel Mobiliteit voor de zomer beiden een projectoproep lanceerden om activiteiten te bedenken die de staycation voor veel Brusselse gezinnen aangenamer kon maken, kwamen we met enkele buren samen om te brainstormen. Een projectvoorstel voor speelstraten werd op enkele dagen in elkaar gestoken en ingediend. We zouden tijdens de weekends in de zomermaanden rond alle straten van ons Weldoenersplein afwisselend speelstraten organiseren en met het budget van de subidie materiaal aankopen en animatie organiseren.

Tot onze vreugde werd het projectvoorstel goedgekeurd en kregen we van de VGC voor #staycationBXL een mooie som waarmee we o.a. een tweedehands trampoline aankochten, fotosessies organiseerden, retro volksspelen lieten komen en een springkasteel installeerden. De administratie met de gemeente in orde krijgen was een ander paar mouwen waarover ik hier niet te ver ga uitwijden. De speelstraten waren een geweldig succes en gingen door tot eind september. De kinderen amuseerden zich rot en buurtbewoners leerden elkaar beter kennen. Overdoen in 2021? Hell yes! Zelf een speelstraat starten? Al onze resources zijn hier gebundeld.

Een impressie van de speelstraat in juli
Filmpje ter afronding van de speelstraten

10. Play-Doh

Serieus, waar was Play-Doh de voorbije drie jaar van ons leven? Aan het begin van de eerste lockdown bestelde ik een pretpakket om de kinderen bezig te houden waar een plasticine setje in zat. Wat een schot in de roos. Vooral de jongste is dol op “pla-ci-ne!”. Ik heb al eindeloos veel konijnen en dinosaurussen geboetseerd, maar hey, alles wat hen bezig houdt…

11. Declutteren

Als mijn 32-jarige zelf tegen mijn 15-jarige zelf zou kunnen vertellen dat ik ooit plezier zou scheppen in opruimen, ordenen en spulletjes weggeven of verkopen, zou mijn 15-jarige zelf waarschijnlijk eens goed lachen (of nog meer willen stoppen met ouder worden). Toch is het zo. Zeker dit jaar heb ik steeds meer opgeruimd, Brussel Verniet aangesproken of dingetjes verkocht. Ik ontdekte Vinted (toegegeven, daar is ook al wel wat mee binnengekomen). In 2021 doen we vrolijk verder met onze huizen en hoofden op te ruimen.

12. De broodrooster

Huishoudelektro als geschenk voor Moederdag, so cliché. Ik was nochtans dolblij met mijn Smeg broodrooster – ik hintte namelijk al maanden (wat zeg ik, jaren) dat ik er zo eentje wilde in dezelfde kleur als de koelkast. Geroosterd brood met confituur, hmmm. Hoeveel droge broodkorstjes intussen gered zijn van de GFT, het is niet te tellen (zie nr. 19: Empty the fridge). Feministisch taboe: doorbroken ;-)

13. Ward Verrijcken

Er zijn dit jaar heel wat mensen gestorven, goes without saying, en ik ben dankbaar dat mijn persoonlijke kring gespaard werd van dat leed. De dood die mij wel geraakt heeft als een uppercut die ik niet zag aankomen, was die van VRT filmreporter Ward Verrijcken begin november.

Die heerlijke intro (seize the day! Everyone cool this is a robbery!) – snel, zet de radio wat harder – gevolgd door die warme, immer enthousiaste stem die de keuken binnenkwam op woensdagochtend en ons up to date bracht van het laatste filmnieuws. De vele fijne ontdekkingen dankzij zijn enthousiaste recensies (the Politician, een van de recentere). Zijn aandacht voor feminisme en gelijke kansen in de filmwereld. Hoe hij altijd de positieve kanten van de films benadrukte. Ik mis zijn inbreng over nieuwe films, zijn vrolijkheid op woensdag ochtend, zijn goeie tips. Met dankbaarheid voor wat hij ons gegeven heeft. Rust zacht FilmWard.

14. Webinars

Daar kunnen we kort over zijn: ik was er geen fan van in 2019, en ik ben het nu nog minder. Af en toe zijn ze interessant, meestal moet ik heel erg mijn best doen om bij de powerpoint te blijven hangen vooraleer ik afdwaal naar ergens anders. Wellicht zijn webinars here to stay, maar geef mij maar een fijn netwerk event in 2021. Met een receptie. (My god, een receptie. My kingdom voor een receptie!)

15. Deep Work

Het boek geschreven door Cal Newton stond al een tijdje op mijn lijstje. De cursus van Baas Over Eigen Tijd gaf me de nodige por om het ook echt te lezen. Het boek gaat over het belang van ‘diep werk’ vs. ‘shallow’ (ondiep) werk en hoe je erin kan slagen om meer diep werk te doen.

Hoe meer ik lees over de werking van onze hersenen, welke factoren bijdragen tot een vervullend/succesvol/aangenaam leven (dat bedoel ik niet per se als “economisch succesvol”), hoe meer ik er van overtuigd geraak dat mijn eigen vermogen om extreem te multitasken misschien toch niet zo productief is als ik zelf dacht, en vooral tijds- en aandachtsconfetti oplevert. Focus, concentratie en diep werk leveren zo veel meer op. Makkelijker gezegd wel, als je je de laatste tien jaar bekwaamd hebt in dat multitasken :-) Bovendien heb ik een super associatieve hersenpan – wat nuttig is in brainstormsessies, maar niet als je wilt focussen.

Voornemen voor 2021 is dan ook meer in te zetten op activiteiten die me helpen om brain waves te kanaliseren. Meditatie, yoga, af en toe wat good old discipline en de eigen versie van de video-deep work sessies.

16. Untamed

Een autobiografisch boek van Glennon Doyle dat ik las tegen het einde van 2020 en oh boy, wat was dat boek goed getimed dit jaar, zeg. Hoe veel eye openers en truth bommekes kan je in een easy geschreven selfhelp boek steken? Sinds ik Untamed las, heb ik al zo vaak in een bepaalde situatie moeten terugdenken aan een hoofdstuk of een boodschap.

“We can do hard things.”
“Mothers have martyred themselves in their children’s names since the beginning of time. We have lived as if she who disappears the most, loves the most. We have been conditioned to prove our love by slowly ceasing to exist.”
(BAM!)
“Being human is not hard because you’re doing it wrong: it’s hard because you’re doing it right.”
“Listen. Every time you’re given a choice between disappointing someone else and disappointing yourself, your duty is to disappoint that someone else. 
“I think we are only bitter about other people’s joy in direct proportion to our commitment to keep joy from ourselves.”

Neem het niet van mij aan, lees het boek zelf of luister naar de podcastaflevering van Werk & Leven over Untamed. Het is in het Nederlands vertaald als “Ongetemd Leven”.

17. Clangers

Clangers | Ketnet

Voor het avondeten wilt moeder al eens ongestoord aan de haard kunnen zitten (enfin, veel zitten is er meestal niet bij), en dan mag er al eens een filmpje gekeken worden op tv. De jongste kijkt dan naar Ketnet Junior, en één van de grote favorieten hier in huis zijn de Clangers. De Clangers zijn vrolijke, goedaardige gebreide wezentjes die het midden houden tussen muis en olifant. Ze wonen op hun eigen planeet en beleven daar allerlei avonturen. Die avonturen zou je eerder braaf kunnen noemen, en bestrijken vaak thema’s als muziek en mooie geluiden, schoonheid en gevoelens ter sprake brengen.
In dit rare, chaotische jaar waren het vriendelijke leventje, de fluittoontjes en harmonische muziekjes van de Clangers, voor ons verteld door Vic De Wachter (in de Engelstalige versie door Michael Palin!) heerlijk om dagelijks tien minuutjes bij thuis te komen. Het moeten niet altijd pups, draken of ninja’s zijn.

18. Disney Plus

Gedeeld met drie andere gezinnen en een zalige trip down memory lane: ons gloednieuwe Disney Plus abonnement. Samen met je vijfjarige Aladdin, Jungle Book, Lion King of 101 Dalmatiërs (her)ontdekken: pure magic en een pak rustiger dan de meeste Netflix programma’s. Het moeten niet altijd pups, draken of ninja’s zijn.

19. Empty the Fridge

Een kookboekje dat ik op goed geluk uitleende uit de bib en waar zo veel nuttigs bleek in te staan dat ik het ook aankocht. Veel leuke, vaak out of the box tips om te koken met (koelkast)restjes. Als je weet dat wereldwijd 1/3 van al het voedsel verspild wordt, loont het de moeite om zelf je steentje bij te proberen dragen.

20. Meal preppen

Helpt ook tegen voedselverspilling! Ik was begin 2020 met veel goede moed gestart met mijn lunchen te preppen in het weekend. Ik maakte dan een stuk of 5-6 verschillende slaatjes die ik tijdens de week in een bentobox met vakjes mee nam naar het werk. En toen kwam met de pandemie het einde van de lunch buitenshuis, de drop in goesting om dit soort dingetjes te doen en het op z’n kop zetten van een hele hoop vaste routines. Deze fijne routine, die nog niet echt was ingesleten, sneuvelde. Goed voornemen voor 2021: terug beginnen en er een blogpost aan wijden! Stay tuned, y’all.

Eén jaar met de Tern GSD

Eén jaar met de Tern GSD

Vandaag zijn we één jaar trotse eigenaars van de Tern GSD, de felblauwe longtailfiets die ons al massa’s rijplezier bezorgd heeft. Omdat ik er regelmatig vragen over krijg en anderen de elektrische-cargofiets experience alleen maar kan aanraden, schreef ik ter ere van die eerste verjaardag onze ervaringen neer.

Tern GSD
Fun achterop de Tern GSD

Sinds een jaar of twee is het aantal longtailfietsen in Brussel geëxplodeerd. In het begin een curiositeit, nu gaat er geen dag voorbij of ik zie er eentje passeren in onze straat of onderweg. Bij de ouders van onze (kleine) kleuterschool zijn er – uit het blote hoofd – minstens 5 (hier stond eigenlijk 4, maar vanmorgen spotte ik nog een ouder met een gloednieuw ogende bike43!). Als je ermee parkeert aan de school of crèche word je vaak bevraagd, nog vaker door ouders die zelf overwegen om er eentje aan te schaffen. Het is dan ook een ideaal “middenklasse” voertuig voor (milieubewuste) Brusselse stadsbewoners met 1 of 2 kinderen die veel van hun verplaatsingen op twee wielen willen doen. Ik zeg “middenklasse”, want hoewel het natuurlijk een pak goedkoper is dan een auto, is het toch een stevige investering. Wij deden wat rekenwerk en kozen voor een fietslening, waarvan de rente bij aankoop zodanig laag stond dat het eigenlijk niet uitmaakte of we het bedrag onmiddellijk zouden leggen of op maandelijkse afbetaling. Intussen zijn er ook wel wat goedkopere modellen op de markt, en wie weet ontstaat er ook stilletjes aan een (legitieme) tweedehandsmarkt?

Mijn oog viel op de Tern GSD ergens begin 2019. Ik had al gehoord van de bike43, een Brusselse creatie, en vond het idee van zo’n fiets erg interessant. Toen kocht een kennis een Tern GSD om haar kind mee te vervoeren en vertelde er enthousiast over op Facebook. Ik begon over de fiets te lezen en op te zoeken. De specs en snufjes zijn impressionant. De belangrijkste eigenschap is uiteraard dat hij twee kinderen op het bagagerek kan dragen (of een volwassene!), maar eigenlijk is het een echte cargofiets, zonder ‘bak’. Hij kan tot 200 kg dragen, wat hem volgens de fans/marketeers een bestelwagen op twee wielen maakt.

Het zadel gaat heel makkelijk op en neer, heeft slimme maatstreepjes en een handvat onderaan om op te tillen dat echt handig is. De fiets kan ook rechtstaan op z’n bagagedrager, wat hem ideaal maakt om op kleine plekjes op te bergen of zelfs in een lift mee te nemen. Het stuur kan inklappen, wat hem vervoerbaar zou maken in een monovolume auto (nog niet getest, wegens niet in bezit van een monovolume :-)). En dat alles in een fiets die maar 2 meter lang is – zo lang als een doorsnee stadsfiets dus.

Tern GSD
De eerlijkheid gebiedt me erbij te zeggen dat je de fiets eigenlijk niet mag loslaten als de kinderen erop zitten. Dus: don’t try this at home.

Ik heb geen uitgebreide vergelijking gedaan tussen alle merken en modellen, maar wel een GSD getest alvorens de knoop door te hakken. Dat mocht van de kennis die hem had, en dat vond ik zo prettig dat ik ook al meerdere mensen heb laten testen. Je wordt vanzelf een ambassadeur van het merk. Het element dat voor ons de doorslag gaf was het rechtop zetten: ten tijde van de aanschaf hadden we nog geen plaats in een velobox en onze inkom is maar heel kort voordat de trap begint, de fiets kan er zelfs niet in de lengte staan. Maar hij paste wel perfect tussen de deur en trap, tegen de muur. De stoeltjes konden we ernaast ophangen aan enkele kapstokken van de Brico. Het wiel maakten we vast met een extra fietsslot, vooral tegen het omvallen, mocht er toch eens een kind aan gaan hangen.

Tern GSD rechtstaand opbergen
Ingeklapt en rechtstaand is de GSD ongeveer de grootte van een volwassen persoon

De setup dan. Ook daar kan je massa’s kanten uit. De GSD is gemaakt om te passen met de bagagedrager stoeltjes van Yepp, geen extra adapters nodig. Je kan er een voor-bagagedrager aan toevoegen, die net zo groot is als een euronorm 40 x 30 cm (lees: een bak bier). Han-dig, dat ding (behalve soms om te parkeren op een smal plekje. Maar ach.) Dat voorste rek fungeert in mijn ogen ook een beetje als stootkussen naar auto’s toe. Het is zwart en chunky en volgens mij intimideert het daarbij al te voortvarende chauffeurs ook een beetje om mij toch wat meer plaats te gunnen, want van dat rek wil je geen kras op je ziel, eh, blinkende bolide.

Achteraan kozen we voor een Yepp Maxxi stoeltje voor de jongste (toen bijna 1 jaar, nu bijna 2) en een Yepp Junior stoeltje voor de oudste (toen 3,5). De oudste kan weliswaar ook nog in de Maxxi en zit daar ook graag in, want iets meer comfort. Je kan ook met oudere kinderen voor de Clubhouse gaan, maar dat leek me persoonlijk minder handig omdat je dan minder kanten uit kan met je bagagedrager. De stoeltjes zijn er immers op en af binnen de minuut. En als de kinderen groot zijn kan je je bagagedrager ook nog verbouwen tot een groot cargorek. De gigantische grijze tassen krijg je bij de fiets, en ook die zijn zo slim ontworpen dat ze zowel massa’s boodschappen kunnen bevatten als heel klein opgevouwen worden.

Uitstapjes naar de speeltuin

Stevige beveiliging en een goede diefstalverzekering zijn helaas geen overbodige luxe, want evenredig met het aantal elektrische fietsen in Brussel stijgt ogenschijnlijk ook de diefstal ervan. We startten met een Abus Bordo slot en lieten een extra hoefijzerslot op het voorwiel plaatsen. We namen ook een diefstalverzekering met alles erop en eraan via de fietshandelaar. Geen overbodige luxe, zo bleek. Op een donkere novemberdag kwam ik om 17u12 buiten van mijn werk en was de fiets weg, het slot doorgezaagd. Op quasi klaarlichte dag, in koelen bloede gepikt. We kregen het volledige bedrag terug van de verzekering, maar je moet dan ook een nieuwe verzekering kopen, en de fiets was intussen duurder geworden, dus dat bedrag moesten we bijleggen. En je bent weer een halve dag kwijt met aangifte bij de politie, nieuwe fiets bestellen en ophalen, enz. enz.

Gone, baby gone: een illusie armer over de veiligheid van fietssloten…

Ik ben sindsdien ook een tikkeltje paranoïde geworden wat de beveiliging betreft en heb twee verschillende soorten sloten aangeschaft: een U-slot met ART 4 (ART is eens soort onafhankelijke beveiligsclassificatie voor fiets- en brommersloten) én een ABUS Bordo Alarm slot – met een bewegingssensor die begint te loeien als een alarm als iemand eraan komt. Bovendien is de fiets met een sticker geregistreerd via mybike.brussels en neem ik de batterij er vaker af als ik hem langer laten buiten staan, of in het donker ergens parkeer… Is dat waterdicht? Waarschijnlijk niet, maar het feit dat je 3 buizen moet doorslijpen én het alarm (heel hard) afgaat maakt onze fiets toch weer een pak minder aantrekkelijk voor een dief, hoop ik dan maar.

Een paar maanden na de aanschaf ontdekte ik dat er een levendige Facebookgroep (‘The Tern GSD’) gewijd is aan de fiets. Mensen van over de hele wereld delen er hun tips en tricks, weetjes, advies en geestige foto’s van de ladingen die ze met hun GSD vervoeren. Ik moet toegeven dat ik ook wel eens trots een foto deel wanneer ik een volledige Colruyt winkelkar op de fiets heb gestouwd :-) Wie een aankoop overweegt, kan er altijd zijn licht eens gaan opsteken.


De fiets heeft ons verplaatsingsgedrag toch nog een stuk getransformeerd. We hadden al Cambio ipv een eigen wagen, dan worden je autoverplaatsingen sowieso een meer bewuste afweging. Maar sinds ik elektrisch rijd, vervang ik veel vaker een rit met het openbaar vervoer doorheen Brussel door een fietstocht. Het is zo heerlijk om trapondersteuning te hebben op de Brusselse heuvels en je zo op het verkeer te kunnen concentreren in plaats van de berg die je opgaat. Toch word je er niet lui van, je kan zelf bepalen hoeveel ondersteuning je krijgt en ik voel het wel als ik een aardig stukje geklommen heb.

Ik gebruikte de GSD ook al voor (werk)verplaatsingen in een 20-25 km radius van Brussel: Mechelen, Vilvoorde, Halle. Heerlijk fietsen langs jaagpaden en kanalen en uitgewaaid op de meeting aankomen in dezelfde tijd als de (totale) treinreis. Ik kijk er naar uit als de kinderen groter zijn en een uurtje achterop zitten niet meer te veel is voor de jongste, dan trappen we zo naar de familie in Mechelen! En dat voor iemand die eigenlijk niet eens echt graag fietst (toch niet recreatief).

Zijn er ook nadelen? Ja hoor. Het grootste nadeel van de Tern GSD, waarover iedereen het eens is, is de staander. Het model dat initieel werd meegeleverd was eigenlijk van slechte kwaliteit, waardoor het al na een paar weken niet meer vlotjes in- en uitklapte en bij heel wat mensen gewoon afbrak op een bepaald moment. Je kinderen of vracht op de fiets laten zonder dat je hem vasthoudt (wat sowieso door Tern sterk wordt afgeraden) was totaal uit den boze. De vervangstaander, een Ergotec, is een pak steviger, maar is zodanig stug in gebruik dat het erg lastig is om de staander op te heffen als je kinderen of boodschappen eenmaal op de fiets zitten (tip: gebruik de Walk functie van de batterij, als het toch moet). Als antwoord op deze problemen ontwikkelde Tern de Atlas staander, die helaas door corona vertraging opliep. Intussen wordt hij al verdeeld in verschillende werelddelen, dus ik ben erg benieuwd of wij binnenkort de mogelijkheid tot upgrade gaan krijgen.

Een ander – eerder klein – nadeel vind ik de kleine afmeting van de wielen, waardoor je meer rondtrekt. Komende van een heel grote Achielle stadsfiets voel ik dat verschil hard. In het begin heb je daardoor de neiging om de versnellingen op het hoogste te zetten, om toch meer weerstand te voelen. Door die kortere trapcirkel krijg ik bij lange ritten soms ook wat last van de bloedcirculatie in mijn benen (slapende tenen). Maar ik heb nog nooit iemand anders daarover weten klagen :-) Die kleine wielen zijn er overigens wel voor een reden: het lage zwaartepunt maakt de fiets heel erg stabiel, wat handig is als je zware ladingen vervoert. Bovendien zijn de dikke banden uitermate geschikt om de Brusselse tramsporen mee te navigeren – weer een fietsangst minder.

Alles bij elkaar genomen, zou ik onze GSD niet meer kunnen missen. Van de aankoop hebben we nog geen seconde spijt gehad, en het elektrisch rijden bevalt ons zodanig dat we op het punt staan om een tweede elektrische fiets aan te schaffen, om vlot met het hele gezin op uitstap te kunnen gaan.

Heb je nog vragen over de GSD, longtail fietsen, of waarom we sommige keuzes hebben gemaakt? Laat het mij weten in de comments!

Knutselen: brandend huis van een kartonnen doos

Knutselen: brandend huis van een kartonnen doos

brandend huis van kartonnen doos

Bestelden jullie ook zoveel per post de voorbije weken? Bij gebrek aan fysieke winkels en met de orders om in ons kot te blijven mét kroost liet ik o.a. spelletjesboeken, plasticine, bloem, noten, kruiden, kindersandalen en paaschocolade aanrukken. Een pluim voor de postmedewerkers, want ook al kwam o.a. bpost met een gigantische backlog te zitten (sommige van onze pakjes deden er weken over), ze bleven toch maar keihard werken om die pakjes in deze omstandigheden tot aan onze deur te brengen. Maar wat doe je vervolgens met die stapel kartonnen dozen? Een goede gelegenheid om iets mee te knutselen!

Onze oudste kan ondertussen goed overweg met Pinterest, we zoeken samen naar ideetjes om te knutselen (kijk bijvoorbeeld op mijn Craft ideas bord). We wilden al lang een stad van kartonnen dozen knutselen, dus op een middag maakten we ons klaar om uit te pluizen hoe dat juist moet. Maar zoals dat zo vaak gaat als mama naar Pinterest zit te kijken, valt zoon zijn arendsoog op iets anders.

“STOP! Ga eens terug naar dat brandende huis!” Ik had geen brandend huis gezien. “Bij dat vorige fotootje van kartonnen dozen, tussen al die prentjes. Naar boven… Naar boven… Naar boven… DAT!” Het prentje in kwestie was effectief een brandend huis van een kartonnen doos, zonder link. Het zag er niet zo moeilijk uit, dus wij zochten een doos en gingen aan de slag!

Benodigdheden:
– kartonnen doos, niet te groot
– stevig zwart papier
– rood, oranje en geel papier
– een cuttermes (alleen als volwassene mee werken!)
– een schaar
– stevige plakband, bv. duct tape of brede schilderstape
– lijm (genre plakstift)
– meetlat
– als je graag een kleurtje geeft aan je flatgebouw, kan je de doos ook eerst nog schilderen.

Voor je begint te snijden kan je eerst je kind aan het werk zetten met de vlammetjes, als ze al kunnen knippen. Ik heb op dit moment ook uitgelegd dat een cuttermes gevaarlijk is en alléén mama of papa daar mee aan de slag mag. Je tekent een grote, middelgrote en kleine vlamvorm op de rode, oranje en gele papieren. Eigenlijk lijken onze vlammetjes nog het meest op gestileerde tulpen (ik was wellicht wat blijven hangen in de paasmandjes-sfeer). De rode vlam mag even groot of net iets groter zijn dan de hoogte van je ramen (ik liet een paar vlammetjes uit het raam komen voor extra dramatisch effect). Je tekent ook een grote wolk op het zwarte papier, zo breed als de helft van de breedte van je doos + een lipje van 2 cm om het mee vast te plakken onderaan, een grote vlam die past in je wolk voor het dak en een middelgrote vlam voor de deur.

vlammetjes van papier knippen
opperste concentratie

Ik gebruikte de onderkant van de doos om de ramen en deur uit te snijden. Je kan die gewoon toegeplakt laten en ook de binnenste flapjes op de bodem kan je toe laten. Zorg alleen dat je langs de binnenkant aan de buitenste laag karton kan. Verstevig eerst de doos langs de binnenkant, bv. door de binnenflap aan de onderkant extra vast te plakken (onze doos had wat afgezien met de post dus ik heb de hoeken ook wat verstevigd). Meet de hoogte van de doos en de breedte. Beslis hoeveel raampjes je wilt maken en hoe groot die ongeveer moeten zijn. Onze raampjes zijn bv. 3,5 cm hoog en 5 cm breed met 3 cm tussen. De deur is 7 cm hoog.

Voor de opening tussen de twee ramen snijd je een verticaal sleufje op de helft van de breedte van de flap. Dan snijd je langs weerskanten een horizontaal sleufje (dus 2,5 cm aan elke kant in ons voorbeeld) Voor de deuropening maak je de plakband tussen de twee flappen los en snijd je een horizontale sleuf aan de bovenkant. Je kan dit van tevoren aftekenen als je wilt, ik heb eerder uit de losse pols gewerkt bij dit project. Let erop dat je bij het snijden de kartonnen flap die aan de binnenkant van de doos zit min of meer heel laat. Open de raampjes en de deur. Het begint al te lijken op een flatgebouw, niet?

Aan de achterkant van het raampje rechtsboven wilden we een mannetje zetten, dat gered kan worden door de hulpdiensten. Je kan een mannetje tekenen om erachter te plakken zoals in het originele werk. Wat wij deden was de binnenste flap van de doos uitsnijden ter hoogte van het raampje en er met behulp van plakband (zie foto) een soort brugje van maken waar dan een Playmobil of Duplo mannetje op kan staan.

Als alles gesneden en uitgeknipt is, is het tijd om te plakken! Plak het oranje vlammetje op het rode, en dan het gele erop. De grote vlam gaat op de zwarte wolk. Daarvan plooi je het lipje om, en dat plak je op de bovenkant van het flatgebouw. Knip voor de achtergrond van de vlammetjes in de ramen uit het zwarte papier een rechthoek die 2 cm hoger en 2 cm breder is dan je raamopening (bv. 3,5 x 5 = zwart papier 5,5 x 7), doe hetzelfde voor de deur. Plak de vlammetjes op het zwarte papier, dat je dan achter de ramen plakt langs de binnenkant van de doos, met lijm en/of plakband. Als je een vlammetje uit het raam wilt laten komen, plak je eerste het zwarte papier achter het raam en dan het vlammetje erop. Je kiest zelf hoe hard je het gebouw laat branden!

brandend huis knutselen kartonnen doos
Klaar! The roof is on fire!

Et voilà! Als je een brandweerwagen in huis hebt, kan die nu de bewoners uit het gebouw beginnen redden!

brandend huis knutselen mannetje


Acht dingen die mij helpen tijdens de lockdown

Acht dingen die mij helpen tijdens de lockdown

Hoe ik probeer om deze periode draaglijk tot zelfs aangenaam te maken

41 dagen zitten we intussen in deze – bij alle gebruikelijke maatstaven – absurde situatie. De lockdown-die-geen-lockdown is, de quarantaine, de corontaine: ik ben het zelfs beu om er gekke namen voor te verzinnen. Iedereen is het beu en het gebrek aan perspectief voor iedereen, en ouders van jonge kinderen in het bijzonder, is vooral killing. Zowat alles levert schuldgevoel op: niet genoeg kunnen doen voor het werk, je geduld verliezen met je kinderen, je geduld verliezen met je partner. En dan is er nog het schuldgevoel over het feit dat ik zaag en klaag, terwijl zoveel andere mensen het duidelijk nog veel erger hebben zonder tuin, zonder ruimte, zonder brede trottoirs, zonder stabiele gezinssituatie, zonder partner, zonder broertjes of zusjes… You get the picture.

Maar goed, we moeten ook proberen om positief te blijven. Er zijn veel goede dingen en ervoor kiezen om daarop te focussen helpt. Het helpt echt om je aandacht bewust te besteden aan wat er wél goed is, waar je wel plezier uit kan halen, wat deze periode draaglijk tot zelfs plezant maakt. Dus bij deze: acht dingen die de corontaine voor mij draaglijk maken. Ik ben benieuwd naar die van jullie.

1. Blijven sporten op mijn vaste tijdstippen.

Normaal ga ik sporten op woensdag- en zondag middag met Friskis & Svettis Brussel en hoewel ik me daar al eens voor moet oppeppen van tevoren, doet het altijd gigantisch deugd om helemaal op te gaan in zo’n sessie en voel ik me achteraf fysiek en mentaal empowered. En mijn spiermassa groeit er van, dat is ook een fijn neveneffect. Ik heb vanaf de eerste week geprobeerd om die twee vaste dagen aan te houden: op woensdag middag doe ik nu één van de YouTube sessies die de instructors online hebben gezet.

20 km van Brussel - ontspanning door lopen
In andere tijden: de 20 km van Brussel, 2015

Hoe langer de lockdown duurt, hoe meer ik me moet motiveren om vast te houden aan die afspraak, en dat lukt vooral omdat ik weet dat het iedere keer geweldig voelt achteraf. Op zondag ga ik nu een uurtje lopen, initieel nog in de vage hoop dat de 20 km van Brussel zou mogen doorgaan, intussen gewoon uit gewoonte, en als mentale opkikker. Het Josaphatpark is me wel veel te druk en stresserend geworden om te joggen met de nodige social distance, en stress is niet echt what it’s about, toch? Dus ik was opgetogen dat deze week werd aangekondigd dat Schaarbeek een joggersparcours zal voorzien om hier aan tegemoet te komen! Allen daarheen (maar niet allemaal tegelijk aub ;-)).

2. “in the moment” zijn met de kinderen

Dit was één van mijn voornemens voor 2020. In de cursus ‘Baas Over Eigen Tijd’ van Werk & Leven moest ik als huiswerk een week lang al mijn activiteiten registreren. Eén van de dingen die ik daaruit leerde is dat ik best veel tijd doorbreng met mijn kinderen, maar dat eigenlijk vaak vooral frustratie opleverde omdat ik dan op dat moment iets wilde doén of bezig was met mijn GSM, terwijl zij wilden spelen… Confronterende vaststelling, dus ik besloot om zoveel mogelijk “in the moment” aanwezig proberen te zijn als ik met hen bezig was en de GSM wat vaker weg te leggen. Wist ik veel dat ik héél veel kansen ging krijgen om dat voornemen waar te maken dit jaar….

Ik besef dat niet iedereen momenteel die luxe heeft, maar ik vind het toch een verrijking en een opluchting om in deze lockdown met hen bezig te zijn en bewust niét te multitasken. Vaak vraag ik me af hoe we over enkele jaren op deze periode zullen terug kijken. Tenslotte zijn wij als Millennials een generatie ouders die veel belang hecht aan tijd doorbrengen met de kinderen en krijgen we daartoe nu ongevraagd volop de kans. Ik probeer echt te kijken, aanwezig te zijn en ik zie mijn peutertje op zes weken tijd gigantische verbale stappen vooruit zetten, ik voer filosofische gesprekken met mijn zoon over de oerknal… Ik heb het gevoel dat deze periode onze band verder verdiept, ondanks het soms op elkaars lip zitten en het gevoel om niks gedaan te krijgen.

3. Ruimte geven aan mijn innerlijke Monica Geller / Bree Van de Kamp

Monica Geller uit Friends en Bree Van de Kamp uit Desperate Housewives zijn twee tv-personages waar ik mijn liefde voor koken en bakken mee deel, maar absoluut niet mee overeenstem wat betreft hun neurotische kantjes. Bree heeft de gewoonte om zich te verliezen in extreem koken en bakken als haar problemen te veel worden, en dat vluchtgedrag herken ik wel een beetje. Iets als brood of gebak uit de oven toveren is tenslotte een soort van immediate gratification, waar je begint met simpele ingrediënten en eindigt met een product waar je zelf en anderen blij van worden, zeker als je zoon dan zegt dat je “de beste koker van de hele wereld” bent. Ik heb niet voor niks een kookblog, hein.

Maar tot mijn verbazing kan ik – gewoonlijk de sloddervos en hoarder van dienst – nu ook plezier scheppen in de kleine (of grote) OCD-kantjes van de beide vrouwen. Zo vergroot systematisch de stapel in onze kelder voor als Brussel Verniet weer open gaat, ruimde ik al verschillende kasten uit en heb ik mijn hele kruidenkast uitgerommeld, een deel weggedaan (!), ingedeeld volgens categorie en frequentie van gebruik én alles met kleuren en nummers gecodeerd om binnenkort die roze bessen wél terug te vinden als ik mezelf een gin tonic inschenk. Move over, Marie Kondo (haha.)

4. De herontdekking van yoga

Yoga en ik hebben een haat-liefde relatie. Rationéél weet ik dat yoga me goed doet. Maar mijn fysiek geheugen herinnert me altijd aan het gevoel dat ik kreeg de eerste keer dat ik ooit een warrior pose moest doen, een ongemakkelijk wriemelen en draaien en zweetvoeten die wegschuiven op een matje.

Tijdens mijn tweede zwangerschap wilde ik het opnieuw een kans geven en schreef ik me in voor prenatale yoga. Nadat de lesgeefster, zelf zwanger van een tweeling, moest afhaken, kregen we de fantastische Linda Chong als lesgeefster. Linda kan op één of andere manier je lichaam lezen en corrigeert je, past de oefeningen aan aan je lichaamstype… elke yogasessie met haar is tegelijk eenvoudige relaxatie en een echte workout.

Linda gaf ook een nieuwe cursus postnatale yoga (mét baby) in ons gemeenschapscentrum na mijn bevalling en zonder aarzelen schreef ik me in. Toen ik daarvan ‘afgestudeerd’ was, wilde ik graag haar cursussen blijven volgen, maar ik slaagde er maar niet in om me op donderdag middag vrij te maken om in de yogastudio te geraken waar ze les geeft.

Toen de lockdown begon ging ik op zoek naar manieren om te kunnen ontspannen. Ik kwam – zoals vele anderen – terecht bij Yoga With Adriene op YouTube, die een gigantisch gamma aan leuke yogavideo’s heeft. Maar ook Linda gaf vorig een Facebook Live bij Radiant Light Yoga en zo kwam ik ertoe om haar te boeken voor een privé online sessie. Zelfs door een scherm en  met beperkte video opties weet ze mij in de beste posities te wringen. Coro-yoga: ik kan het iedereen aanraden.

5. De Mol

Nu Netflix 16 miljoen extra gebruikers heeft dankzij de lockdown en de hetze over Tiger King, geniet ik extra van programma’s die je niet kan bingen of doorspoelen. Een stokpaardje van mijn moeder, die mijn generatie graag aanwrijft dat ze niet meer kunnen wachten. Ik keek de voorbije weken zó hard uit naar De Mol op zondagavond en ik zal oprecht treurig zijn als het voorbij is vanavond. Al ben ik ook wel heel benieuwd wie deze keer de saboteur blijkt te zijn.

6. Aardbeien en asperges

Ik werd oprecht gelukkig van het eerste bakje heerlijke zoete Belgische aardbeitjes dit jaar. Ik ben elk jaar blij als de aardbeien hun intrede doen, maar dit jaar smaken ze me nog meer. De kruidenier bij ons op de hoek heeft altijd goedkopere bakjes met kleinere vruchtjes, terwijl dat net de lekkerste zijn. Ze zijn zalig bij de yoghurt met granola als ontbijt, in een slaatje met kerstomaatjes en basilicum, of bij een heerlijk vanillleijsje als dessert… So, so good.

Ook de asperges van eigen bodem smaken me enorm. Ik maakte ze al klaar met pasta en zeekraal en à la flamande. Genieten van het witte goud. De schillen vries ik in om binnenkort soep van te maken. Do remember they can’t cancel the spring.

Lente Josaphat
Do remember they can’t cancel the spring

7. Rust in het groen

Doorgaans ben ik een stadsmus en maak ik bitter weinig natuurwandelingen. ’t Is niet dat mijn ouders het niet geprobeerd hebben, maar ik ben gewoon niet het type dat in mijn vrije tijd blij wordt van bossen en natuurparken. Ik ga liever cultuur en architectuur opsnuiven in een museum of Europese stad.

Door de quarantaine is genieten van groen echter een goed geworden waarvan we niet beseften dat het ooit zo schaars zou zijn. Ons Schaarbeekse Josaphatpark is zo druk dat ik me er eigenlijk niet op mijn gemak voel, ik moet de hele tijd roepen naar mijn kinderen dat ze afstand moeten houden, aan de kant gaan… terwijl sommige anderen zich er weinig van lijken aan te trekken, wat de frustratie alleen verhoogt.

Daarom ben ik zo blij dat we onze elektrische longtailfiets hebben waar we de twee kinderen kunnen opladen en een plekje in het groen gaan ontdekken waar het veel rustiger is. Het Meudonpark in Neder-Over-Heembeek was bijvoorbeeld een geweldige ontdekking, en ’t Moeraske in Evere was ook heel fijn (hoewel het daar ook nog vrij druk was op een zonnige namiddag). Ook het Albertpark, dichtbij, is een pak rustiger. En zelfs het mooie plein voor onze deur kan dienen om rondjes te crossen, als er even niet te veel mensen zijn. En als de kinderen heel even vrij kunnen rondlopen, kan ik een momentje écht ontspannen.

8. De WhatsApp groepjes met vrienden en familie

Er wordt wat afge-WhatsAppt deze dagen. Een paar argeloze uren zonder GSM levert soms meer dan 80 berichten op om bij te benen. Ik vind het vooral erg fijn om eens tegen mekaar te kunnen klagen met de nodige humor, om inzichten uit te wisselen, herkenbaarheid te vinden in situaties van anderen, of (en vooral) foto’s en filmpjes van de kinderen en al onze baksels te swappen. Een privé Instagram, als het ware.

Stoefen met bakselfoto’s op de familie-WhatsApp

En jullie, wat helpt jullie om deze periode door te komen?

Zuurdesembrood voor beginners: lekker veelzijdig

Zuurdesembrood voor beginners: lekker veelzijdig

Ik vertelde al hoe de corontaine mij ertoe aanzette om te beginnen experimenteren met fermentatie van rode (zuur)kool. Intussen is de rode kimchi bijna op (om nom nom) en staat er ook een pot met bloemkool en wortel op het aanrecht te broebelen. Maar er is nog een techniek waar mijn innerlijke keukenprinses slash experimentator blij én zen van wordt: desem. Je kan er heerlijk zuurdesembrood mee bakken en dat is helemaal niet zo moeilijk als het lijkt! Hieronder vind je een handleiding om het zelf te maken, from scratch. Het enige wat je nodig hebt naast water en meel? Tijd en geduld. En laat dat er nu net, voor één keer, in overvloed zijn bij velen onder ons.

Zuurdesem is net als gist, bakpoeder of dubbelkoolzure soda in essentie een rijsmiddel dat luchtigheid in je brood of baksels brengt. Daarnaast is dit specifieke rijsmiddel ook een smaakmaker – vandaar het ‘zuur’ in de naam. Laat je daardoor echter niet afschrikken: de zurige connotatie is vooral gelinkt aan het traditionele roggebrood (jeweetwel, dat donkerzwart baksteenbrood dat je at met magere kaas en tuinkers om niet te veel punten te sprokkelen tijdens een Weight Watchers-kuur). Je hebt de zuurheid van je desem ook vooral zelf in de hand door de mate waarin je de desem laat fermenteren, op welke temperatuur, enz. Allemaal dingen waarmee je volop kan gaan experimenteren eens je de basics onder de knie hebt.

Ik begon een hele tijd geleden voor het eerst met zuurdesembrood bakken na een vakantie in Frankrijk waar ik heerlijke pain au levain at. Niet veel later lanceerde De Standaard een reeks rond zuurdesem met een gratis zuurdesemstarter bij de krant. Daarmee bakte ik voor het eerst een zuurdesembrood met de uitstekende instructies van Sarah Lemke. Na een paar maanden ijverig brood bakken taande mijn enthousiasme wat, want combinatie met kind en voltijdse job enal, en bleef de zuurdesemstarter nog een hele tijd wegkwijnen ergens achterin mijn koelkast.

Mijn eerste zuurdesembrood (met een tikkeltje instantgist om de nieuwe starter een handje te helpen).

Enter corontaine en het idee om zelf weer aan het brood bakken te gaan, nu we thuis 4 monden moeten voeden en we liever niet elke dag naar de bakker gaan (ik moet momenteel ook nog op een mogelijke allergie letten, wat het allemaal nog iets lastiger maakt om buitenshuis brood te kopen). Ik was duidelijk niet de enige met dit lumineuze idee: in elke supermarkt waar ik kwam sinds de start van de lockdown was het rek van de bloem angstaanjagend leeg gehamsterd, op een zieltogend pakje witte patisseriebloem of een doos quinoa-, teff- lupine- of een ander exotisch meel na.

Gelukkig had ik voor de lockdown nog nietsvermoedend 2,5 kg goeie volkoren tarwemeel ingekocht die nu goed van pas kwamen. Hiermee begon ik mijn zuurdesemstarter, volgens de aanwijzingen van Xandra Bakt Brood. Simpelweg doe je dat als volgt.

Zuurdesemstarter maken

Ingrediënten:
Gebruik een broodmeel naar keuze. Het meel zal mee de smaak van de starter en het brood bepalen, maar je kan bijvoorbeeld starten met tarwe en later spelt toevoegen, of rogge, of vice versa…

Dag 1:
Meng 50 gram meel met 50 gram lauw water in een afsluitbaar plastic of glazen potje dat je eerst hebt omgespoeld met heet water (om eventuele afwasmiddel residu te elimineren). Goed roeren* tot het gemengd is en op kamertemperatuur afgedekt laten staan. Als het té koud is zal het niet goed van start gaan, dus mijd tochtige bijkeukens of kelders.
*Volgens sommige mensen die er meer van weten dan ik moet je metalen instrumenten mijden. Anderen zeggen dan weer dat dit niet nodig is. Ik meng meestal met een plastic lepel of siliconen pannenlikker.
Dag 2:
Voeg 50 gram meel en 50 gram water bij je starter. Goed mengen en terug afdekken. Ik doe zelf de starter niet elke dag in een nieuw potje, maar om de paar dagen, als er al wat meel aan de zijkant is blijven plakken.
Dag 3:
Voeg 50 gram meel en 50 gram water bij je starter. Goed mengen en terug afdekken.
Dag 4:
Voeg 50 gram meel en 50 gram water bij je starter. Goed mengen en terug afdekken.
Dag 5:
Voeg 50 gram meel en 50 gram water bij je starter. Goed mengen en terug afdekken.
Je zou gaandeweg moeten zien hoe je starter stilletjesaan begint te leven: er komen voorzichtig belletjes aan de oppervlakte. Dat is de bedoeling!
Op dag 5 is volgens Xandra je zuurdesemstarter klaar, maar naar ze aanraadt en ik zelf ook ondervond is het geen overbodige luxe om voor je eerste brood een tikkeltje (1 gram) instantgist toe te voegen. Je kan beginnen met brood bakken, yes!

Zuurdesemstarter gebruiken, bewaren en onderhouden

Je kan de zuurdesemstarter uit het bovenstaande recept onmiddellijk gebruiken voor brood. Als je een deel van je starter afneemt, kan je hem daarna best ongeveer even veel voeding teruggeven, de helft water en de helft meel. Je kan je starter prima in de koelkast bewaren en één keer per week een lepel meel en een lepel water geven.

Wil je je koelkaststarter gebruiken voor een broodrecept, dan haal je een halve dag van tevoren (ongeveer 8-10 uur) een deel van je starter af en doe je die in een proper afsluitbaar potje. Je voegt hierbij het dubbele aan meel en water toe (1:2:2). Dus voor 160 gram starter in het recept hieronder gebruik je ongeveer 32 gram koelkaststarter, 64 gram meel en 64 gram water. Goed mengen en afgedekt laten staan op kamertemperatuur tot het flink aan het broebelen is.

Flink actieve zuurdesemstarter na 8 uur op het aanrecht

Zuurdesembrood bakken

Ik testte enkele broodrecepten uit en hetgeen mij het beste ligt is dit van The Clever Carrot. Ik gebruik altijd volkoren tarwemeel, vaak aangevuld met ongeveer 1/5 witte patisseriebloem (de hamsters waren weg met de rest, weet je nog) of een mix van (volkoren) spelt, tarwe en witte bloem. De eerste keer gebruikte ik enkel volkoren tarwemeel, maar dan heb je echt een heel donker brood. Je kan hiermee zelf wat experimenteren tot je een verhouding vindt die je lekker vindt, of voor kant-en-klare broodmixen kiezen natuurlijk.

Ingrediënten en benodigdheden
160 gram actieve zuurdesemstarter (zie hierboven)
260 gram lauw water
25 gram olijfolie
500 gram broodmeel
10 gram zeezout
grof maïsmeel of semolina, voor het bestuiven van de onderkant

Een gietijzeren pot (ik heb een superfijne Staub pot) die dienst doet als Dutch oven en een deegschraper (niet met een handvat zoals een pannenlikker, maar zo’n rechthoekig afgerond exemplaar) zijn o zo handig maar niet volstrekt onontbeerlijk. De gietijzeren pot zorgt ervoor dat je brood de eerste 20 minuten in een voldoende vochtige omgeving zit en geeft ook een heerlijk korstje. Een pizzasteen of goede bakplaat en (hittebestendig) kommetje water in de oven kunnen daar eventueel ook voor zorgen als je geen gietijzeren pot ter beschikking hebt.

Begin met de zuurdesemstarter te mengen met het water en de olijfolie. Voeg het broodmeel en zeezout toe, meng tot er geen droge enclaves meer zijn en laat het geheel dan 30 minuten staan (dit proces heet autolyse).

Na 30 minuten kan je het mengsel verwerken tot een bal. Lange tijd kneden hoeft niet. Leg de bal terug in de kom en trek er plastic folie en een propere keukenhanddoek over. Laat een nacht rijzen in de koelkast, in een onverwarmde ruimte of buiten, of op het aanrecht als je huis niet te warm is. Hoe warmer de temperaturen, hoe korter dit proces duurt, en hoe meer je het kan vertragen door af te koelen. Je kan het dus ook overdag doen en in het oog houden wanneer het deeg ongeveer anderhalve keer zo groot is als in het begin. Tijdens deze fase kan je het deeg ook ‘stretchen’ om het extra volume te geven: rek het deeg voorzichtig wat uit en vouw het over zichzelf heen. Draai de kom een kwart en herhaal een uur later (dit is optioneel).

Flink gerezen brooddeeg

Als je deeg mooi gerezen is, ga je er een brood van maken. Haal het deeg met je deegschraper uit de kom en leg het op een lichtjes met bloem bestoven werkvlak. Nu vouw je een soort van enveloppevorm, om die op het einde om te rollen zodat de naden onderaan zitten. Je neemt een kant van het deeg, trekt die wat uit en rolt naar binnen. Dan doe je hetzelfde met de zijkanten en bovenkant, totdat je een soort pakketje hebt met een bolle onderkant. Dit rol je dan met behulp van een deegschraper over tot een mooie bolvorm. Sarah Lemke doet het ietsje anders maar geeft een goede uitleg in het filmpje van De Standaard hierboven, of anders is YouTube je vriend (hier een goed voorbeeld).

Deeg dat rijst in de Dutch oven / gietijzeren pot, boven de verwarming in mijn geval

Strooi wat maïsmeel in je gietijzeren pot en leg het gevormde brood erin, met de naad aan de onderkant. Strooi er bloem over of eventueel een mengeling van zaadjes. Je kan je pot eventueel voorverwarmen, maar als je een warme plek in huis hebt dan hoeft dit niet. Laat het deeg één tot twee uur rijzen op een warme plaats met het deksel op de pot, totdat het mooi bol is. Verwarm tegen dan de oven voor op 250 graden of zo hoog mogelijk (mijn persoonlijke ervaring met meer dan 250 graden zijn niet zo goed).

Maak een ondiepe snede in het brood met een scherp mes. Je kan hier je creativiteit aanspreken en een Z, X of I-patroon… zetten. Zet de pot met het deksel erop in de oven en laat 20 minuten bakken. Verlaag de temperatuur dan naar 225 graden en haal het deksel van de pot (opgepast, heet! Gebruik zeker goede handschoenen want je verbranden aan deze temperatuur is pijnlijk). Bak nog 35-40 minuten, totdat de onderkant van het brood hol klinkt of totdat een kookthermometer 95 graden geeft voor de binnenkant van het brood. Haal de pot uit de oven en laat het brood afkoelen op een rooster. Beleg met iets lekkers en wees trots op je broodcreatie from scratch!

Mmmmmmmm

Een woordje over timing

Het grootste ‘nadeel’ van zuurdesembrood is dat het veel tijd vergt om te maken: van het moment dat je de starter voedt totdat je je tanden in een boterham zet duurt het ongeveer 24 uur. Maar dat hoeft niet per se een nadeel te zijn. De verschillende stappen vergen immers weinig werktijd, je hoeft niet lang te kneden, dus alles is ook goed te doen zonder machines. Je kan de tijd ook zelf een heel stuk manipuleren door je deeg op een warmere of frissere plaats te laten rijzen – ik las zelfs al dat mensen hun brood 24 uur of meer laten rijzen. Een zuurdesemstarter in de koelkast is ook heel vergevingsgezind: vergeet je hem een paar weken of ga je met vakantie, dan geef je hem daarna gewoon weer een paar dagen voeding en verrijst hij als een feniks uit zijn, euh, verzuurde staat.

Mijn timing voor brood tegen de middag is ongeveer als volgt:

‘s Middags haal ik de starter uit de koelkast en geef ik hem voeding volgens de 1:2:2 regel. Dit mengsel laat ik op het aanrecht staan.
Tegen de avond check ik of het goed aan het broebelen is. Als dat het geval is, begin ik aan de autolyse. Eigenlijk moet je dit ten laatste een half uur voor je gaat slapen doen. Een half uurtje later vorm ik het deeg tot een bal in de pot en laat het rijzen, in de koelkast, op het aanrecht of in ons tuinhok.
Rond 9u vorm ik het deeg en gaat het in de gietijzeren pot. Daar rijst het een dik uur op de vensterbank boven de verwarming. Als het mooi gegroeid is start ik de oven op en als die opgewarmd is, kerf ik een snede in het deeg en gaat de pot erin met deksel erop. 20 minuten later gaat de oven naar 225 graden en dan is het zo’n 35-40 minuten tot het klaar is. Die laatste timing zal je zelf een beetje moeten ondervinden want is afhankelijk van je brood, je pot, de oven…

Als je tegen ‘s ochtends brood nodig hebt kan je ook je starter ‘s avonds opstarten, brood maken doorheen de dag en ‘s avonds bakken.

De smaak te pakken gekregen? Laat me weten hoe je zuurdesem avonturen gaan! Ik maakte intussen ook al pizzadeeg en wafels met mijn zuurdesemstarter, dus stay tuned voor de volgende aflevering!

Schattenjacht in een stadstuintje

Schattenjacht in een stadstuintje

Hoe je vierjarige entertainen in een tuin (of woonruimte) van 26 m²

De tuin was niet de reden dat we ons huis kochten. Toen we het huis gingen bezichtigen nam ik foto’s van het koertje erachter. Telkens we er terug kwamen (het was een openbare verkoop, dus we mochten meerdere malen gaan kijken) bleek het koertje ruimer dan in mijn herinnering, maar een voetbalveld was het nu ook weer niet bepaald. En de brokkelige betonnen ondergrond plus valgevaarlijke insijpelput zouden geen schoonheidsprijzen winnen. Maar goed, in de stad ben je vaak al blij als je buiten kan tout court, en er waren andere redenen waarom we verliefd werden op het huis.

Onze renovatiewerken vorderden zoetjesaan, en in 2018 lieten we onder begeleiding van een tuinarchitect en architect de achtergevel, koer, terras en kelder isoleren en omtoveren tot een aangenaam stadstuintje. In het voorjaar van 2019 was de metamorfose compleet met het aanplanten van de tuin en moestuinbak. Ik sta nog altijd versteld van de mogelijkheden die zij uit elke vierkante centimeter geperst hebben, en we zijn nog elke dag blij dat we beslist hebben om dat stukje verbouwing uit handen te geven aan een zeer kundig team van architect en aannemer.

Een stadstuintje van 26 m² is natuurlijk nog altijd geen grote tuin, je kan er geen sprintje in trekken of glijbaan in zetten, zelfs zo’n blauwe schelp vult al rap het hele terras. Ik maakte vorig jaar een zandbak van een oude wastafel die in de corontaine al dankbaar dienst heeft gedaan (want zand is soms echt all you need om een peuter/kleuter te animeren). We gaan nog steeds naar het park of op uitstap buitenshuis, maar de speeltuin is nu helaas gesloten en meer dan één keer per dag buiten komen zit er ook niet echt in. Nu dit weekend de zonnestralen echt doorbraken was het dan ook een fijne gelegenheid om wat meer tijd in de tuin door te brengen en besloot ik een schattenjacht in elkaar te steken om onze vierjarige te entertainen. Je kan dit ook binnenshuis organiseren, trouwens.

Het idee van een fotozoektocht pikte ik op in de geweldige impromptu opgerichte Facebookgroep 5WekenTotPasen van Maison Slash. Het is simpel maar geniaal: je maakt detailfoto’s in je tuin of binnenshuis van allerlei items, bloemen, planten… Je kind moet zoeken waar de foto gemaakt is, moet dan een opdrachtje uitvoeren en krijgt een nieuwe foto. Je kan altijd achteraf nog meer inzoomen op de foto om het moeilijker te maken, en afhankelijk van je kind en hoe lang je wilt dat het duurt kan je het moeilijker of makkelijker maken. Ik maakte een stuk of 15 foto’s met de smartphone en koos er 10 uit, die ik nog wat inzoomde en in een Google fotoalbum stak dat ik ook op de tablet kon openen. Met een oude digitale camera mocht hij zelf de foto’s namaken en dan komen tonen (dat vond hij nog het leukst van al).

Ik maakte van een zijde van een lege doos pasta met kleurpotloodjes een kaart van de tuin, duidde aan met een kruis waar de schat lag en de weg er naartoe, brandde de randjes wat af voor de pirate’s touch en knipte er 10 puzzelstukjes van: et voilà, een echte schatkaart. Een schoendoosje werd de schatkist, ik stak er een tekening van een ijsje in (hier kan je alles insteken wat je maar wilt: lekkere koekjes voor het vieruurtje, paaseitjes, een echte muntschat of een leuk stukje speelgoed…) en verstopte de doos ongezien op de plek van het kruisje.

Rest je nog om evenveel opdrachtjes als foto’s/puzzelstukjes te bedenken. Ook hier kan je het zo moeilijk of langgerekt maken als je zelf wilt. Onze opdrachten waren: zing een liedje, geef de planten water, spring rond als een kikker, maak een puzzel, zoek 10 rode dingen in huis, zoek 15 dieren in huis, maak een Duplo bouwwerk met minstens 6 verschillende kleuren, een optel-aftel-spel dat hij in de klas had gemaakt, tik 15 keer tegen een ballon met 2 sla scheppen zonder dat hij de grond raakt… you get the picture (oke oke, voor degenen die tot 10 kunnen tellen: ik ben een van de opdrachten vergeten. Gebruik uw creativiteit ;-))

Tijd om te beginnen met de schattenjacht! Je toont de eerste foto, je kind gaat de tuin in op zoek (bij foto 2 was het hier direct zonder één voet buiten te zetten: “ik zie niet wat het is. Geef eens een tip.”), maakt zelf de foto na, krijgt dan een opdracht en als die vervuld is een puzzelstuk en een nieuwe foto. Met een paar stukjes kan je al beginnen puzzelen en wordt het alleen maar plezanter. Als alle stukjes verzameld zijn is het een oefening in kaart lezen – wat is waar en waar ligt nu de schat verstopt? Hier was de schattenjacht alvast een dikke hit – eerst was het papieren ijsje een beetje een anticlimax, maar toen ik vertelde dat het voor een echt ijsje was klaarde hij op, en sindsdien heeft hij al elke dag gevraagd “wanneer we nog eens schattenjacht gaan doen?”. Veel plezier ermee!

Mindfulness in een potje: rode kool fermenteren

Mindfulness in een potje: rode kool fermenteren

Hoe ik van de nood van quarantaine een lekkere deugd probeerde te maken in de vorm van een pittige rode zuurkool

De eerste dagen van de corontaine waarover ik over enkele decennia heldhaftig zal opscheppen tegen mijn kleinkinderen, voelde het voor mij nog aan als een welkome gelegenheid om te vertragen en dingen te maken die tijd en geduld vragen – twee dingen die mij in normale omstandigheden niet zo goed af gaan. Dingen als fermenteren en zuurdesemstarters. Twee eeuwenoude trucjes uit de natuur, processen die ons eten als door een onzichtbaar, magisch proces transformeren van rauwe grondstoffen tot knapperige smaakbommetjes.

Mijn ervaring met fermenteren is eerder anekdotisch. Ik herinner me een proefje in de les biologie in het middelbaar met zuurkool (sauerkraut noemen ze dat in de VS) waarbij we aan de slag gingen met plastic potjes, knolselder en pekel om over anaerobe processen te leren. Op het einde mochten we onze eigen sauerkraut proeven. In 2018 deden we met de collega’s als nieuwjaarsuitstap een kookworkshop die draaide rond vergeten groenten, waar we o.a. prutsten met het inleggen van rode bietjes, wortel, daikon en smaakmakers als knoflook, gember en mierikswortel. Ik was gefascineerd. En een maand of twee geleden mocht ik van mijn collega Heleen op de middag door het prachtige boek Kimchi van Ae Jin Huys bladeren, ik kreeg prompt weer zin om te gaan fermenteren. Heleen raadde mij aan om met kool te beginnen – momenteel (nog net) in het seizoen.

Ik had nog een pre-corona rode kool in de koelkast zitten en zo’n hele kool tot klassieke rode kool verwerken is meestal toch een beetje te veel van het goede (ik heb geen geschikte kookpot waar een hele kool in past). Dus ik zocht naar recepten online om rode kool te fermenteren, die verrassend schaars blijken te zijn. Ik baseerde me uiteindelijk op dit recept van Ekoplaza en de uitleg van de Hippe Vegetariër Maar de techniek van lactofermentatie is uiteindelijk altijd hetzelfde: groenten fijn snijden, voldoende zout bij doen, in een afgesloten potje steken (ondergedompeld in vocht) en wachten. Na wat snuisteren in recepten ging ik aan de slag met rode peper, knoflook, mosterdzaad en zwarte peper als smaakmakers. Die zwarte peper zou ik retrospect niet meer doen: wel lekker, maar zo’n heel bolletje in je mond krijgen is niet geweldig en je wilt ook niet iedere keer naar bolletjes zitten vissen voor je gaat eten. De smaakmakers smaken in het begin heel sterk af, maar niet panikeren: die scherpe smaken vlakken echt af en maken de kimchi heerlijk smaakvol.

Paarse mindfulness in een potje: mijmeren en staren naar de belletjes die zich gezapig een weg naar boven werken… Of de overkant van de straat in de gaten houden. Bonuspunten voor wie de MIVB-bus spot!

Ik gebruikte ongeveer 1/3-1/2 of 400-450 gram rode kool voor een potje van 0,5 liter. Het kon er net in, maar het vocht ontsnapte wel af en toe uit de pot tijdens het fermenteren, dus zorg dat je er een bordje onder zet. Als potje gebruikte ik een IKEA voorraadpot zonder rekker (zodat de lucht eruit kan). Ik ‘steriliseerde’ het potje eerst door er kokend water over te gieten en te laten uitlekken op een propere keukenhanddoek.

De ingrediënten voor 0,5 liter:
– 1/3-1/2 rode kool
– 1 of 2 rode pepers
– 3 teentjes knoflook
– 3 cm gember
– 1 eetlepel mosterdzaad
– zeezout (mag grof zijn)

Rooster het mosterdzaad eventjes in een hete pan. Snijd de rode kool in fijne reepjes, laat het harde hart eruit. Als je een mandoline of keukenmachine met zo’n schijfjes-snijden-mes hebt zou je het ook daarmee kunnen doen, maar een rasp lijkt me (intuïtief) niet zo’n goed idee. Reepjes snijden als je tijd hebt is ook gewoon een fijne mindful bezigheid. Snijd de pepertjes ook in reepjes en hak de knoflook en gember heel fijn. Weeg alle ingrediënten samen af. Weeg per 100 gram groenten 1½ gram zeezout af (dus zout moet 1½ procent van het totaalgewicht zijn).

Doe alle ingrediënten samen in een grote kom en voeg het afgewogen zout toe. Kneed alles ca. 10 minuten stevig door; de groenten moeten gekneusd worden en door het zout hun vocht loslaten. Uiteindelijk ontstaat er veel vocht. Kap groenten en vocht samen in het schone potje. Mijn groenten stonden niet hélemaal onder als ze in het potje gingen, en in dat geval kan je voor de zekerheid een beetje pekel maken (recept: 30g zout per liter, dus 3 gram per 100ml) en aanvullen tot alles onder staat. Afsluiten met een laagje neutrale plantaardige olie zodat er geen lucht aan kan, deksel toe en klaar! Vergeet er geen bordje onder te zetten.
Ter info: als je meer wilt weten over lactofermentatie vind je hier veel nuttige info. Het is belangrijk dat je groenten onder blijven staan in de pekel zodat er geen lucht aan kan, soms wordt het daarom ook wat verzwaard met bv. een schoteltje (dat was niet echt een optie in mijn pot). Je kan in verschillende soorten potten en potjes fermenteren (glas, plastic…), maar denk eraan dat er lucht uit moet kunnen, desnoods door die elke dag eventjes te laten ontsnappen. Er bestaan ook speciale potten voor zuurkool waar de lucht uit kan, maar als beginner wil je daar wellicht niet meteen in investeren.

Nadat je de rode kool van je handen hebt geschrobd komt het zen gedeelte: elke dag met je kin op het aanrecht naar de bubbeltjes kijken die verschijnen tussen de koolreepjes! Na een dag of 5 kan je eens proeven om te kijken of het al zuur genoeg is. Het is normaal dat de groente knapperig blijft (maar niet rauw). Wanneer ik het goed vond deed ik de rek erin en zette ik het potje in de koelkast (als je een frisse kelder hebt van maximum 10 graden kan het ook daar). Daar blijft het héél lang goed.

Op een boterham met hummus… Ook heerlijk in een pita met falafel, die was te snel verorberd!

En dan, smullen maar! Waar kan je dat nu allemaal bij eten? Hier een paar ideetjes:
– voor een snelle avondmaaltijd: kant-en-klare falafels bakken in de pan, één of twee sausjes van Ottolenghi erbij (tahinsaus mag niet ontbreken – meng gewoon snel wat sesampasta met water, citroensap, en een geplet teentje look), wat rauwkost (bv. veldsla, komkommer), hummus en rode zuurkool op een pitabroodje
– ‘s middags op een boterham met hummus of bij Pa’lais blanc
– als smaakmaker tussen een broodje met een sappige veggieburger of bij een veggie hotdog
– bij puree, met een snufje mosterd erbij
Kortom, alles wat een beetje extra kick kan gebruiken. Smakelijk!

De wormenbak

Update in 2020: Ik schreef al acht jaar geleden over mijn wormenbak! Intussen is er in Brussel GFT-ophaling en gebruik ik hem minder. Toch heb ik over de jaren heen al veel plezier gehad aan onze wormenbak. Het is een geweldig micro ecosysteempje: jij steekt er je groente- en fruitafval in, en de wormen maken vruchtbare compost en wormenpercolaat dat je kan gebruiken om je planten mee te gieten. In het begin vond ik wormen ook best griezelig, maar na een tijdje bouwde ik er een soort affectieve/dankbare band mee op en vond ik het niet meer angstaanjagend om ze met de blote hand op te rapen als ze uit de bak waren gevallen. Ik kan het iedereen die zoekt naar een ecologische oplossing voor de appelschilletjes aanraden.

de worm, onze vriend!

Je kan heel wat informatie terugvinden bij Ivago, o.a. op deze website (scrollen tot voorlaatste item). Ik leg verder uit hoe ik mijn wormenbak gemaakt heb en wat je nodig hebt om zelf aan de slag te gaan.

Ik heb gekozen voor een gestapelde wormenbak. Dit is het makkelijkste model om zelf te maken. Het enige dat je nodig hebt zijn bakken met dezelfde afmetingen die stapelbaar zijn (te verkrijgen bij de doe-het-zelf-zaak) en waar je in de bodem vrij makkelijk gaatjes kan maken. Koop meteen genoeg bakken, ik heb er momenteel drie in gebruik en eentje op reserve. Je hebt ook één deksel nodig dat goed past op de bak (dus liefst met een soort kliksysteem). Als je deksel transparant is, kan je het afdekken met een zwart stuk plastic, want wormen houden niet van licht. Verder heb je natuurlijk ook wormen nodig: die kan je het best halen bij iemand met een mesthoop, compostvat of wormenbak. Het is echt niet nodig om ‘speciale’ wormen te bestellen via internet. De wormen verplaats je best in hun natuurlijke omgeving (=compostgrond). Ivago raadt aan om een 5-tal liter compost met wormen te nemen om mee te starten. Als je de compost van een mesthoop of compostvat haalt, zullen er ook andere woelers inzitten zoals pissebedden, duizendpoten, mieren… dat is prima, hoe meer beestjes, hoe meer vreugd! Het is wel best om je bak te starten in het voorjaar, als het niet te koud meer is. Bovendien zal het ook makkelijker zijn om dan wormen te vinden, want in de winter houden die zich liefst wat dieper in de grond schuil.

de moeder-mesthoop van mijn wormen

Je hebt één bak nodig zonder gaten in de bodem. Dit wordt de bak waarin het percolaat (de vruchtbare vloeistof die de wormen produceren) wordt opgevangen. Daarnaast maak je in de tweede bak relatief kleine gaatjes (zo’n 3-5 mm doorsnede) zodat de wormen er niet al te gemakkelijk door vallen, maar het wel kan doordruppen en verluchten. De bakken daarboven mogen gaten van zeker 1 cm doorsnede hebben. Je kan die gaten maken met een boor. Bij gebrek aan een boor heb ik de gaatjes gemaakt met een verhitte fonduepen, wees vooral voorzichtig als je voor deze optie kiest.

onderste laag van de wormenbak

In de onderste bak zet je enkele ondersteuningselementen, bv. blokjes hout, bakstenen of omgekeerde bloempotten. Daarop plaats je de tweede bak. Hierin komen je wormen. Je begint deze tweede bak met een ‘beddinglaag’ bestaande uit makkelijk verteerbaar, luchtig materiaal zoals verdorde plantenstengels, houtsnippers, gekapt stro… Daarop deponeer je de wormen, die zich liefst in hun natuurlijke verplaatste habitat bevinden. Daarboven leg je de eerste bescheiden laag groente- en fruitafval (een 5tal cm dik), eventueel losjes afgedekt door versnipperde kranten, karton en eierschalen. Nu moet je geduld oefenen (dit was voor mij het moeilijkste gedeelte) en de bak enkele weken laten staan. De wormen moeten immers wennen aan hun nieuwe omgeving, en het organisch materiaal zal eerst beginnen schimmelen alvorens het opgegeten wordt. Panikeer dus niet als de boel begint te schimmelen, dit is normaal! Na een tijdje zal je merken dat het materiaal begint te composteren, dan kan je nieuw keukenafval toevoegen. Zet je bak op een beschutte plaats, binnen of buiten (niet in de blakke zon en niet in de ijzige kou). De mijne staat in het voorjaar en de zomer buiten, ook omdat het dan makkelijker is om de fruitvliegjes buiten te houden (hoewel er wel manieren zijn om deze te verminderen, zie de brochure van Ivago).

Als je een aardige laag compost hebt die al vrij goed verwerkt is en je wormen zijn al enkele maanden aan het kweken, kan je een volgende bak bovenop deze laag plaatsen. Dit is gewoon een nieuwe bak met vrij grote gaten. Je vult deze bak opnieuw met groente- en fruitresten. De wormen zullen vanzelf door de gaten op zoek gaan naar eten. Als je na enkele dagen wilt testen of het lukt, hef dan even deze laag op. Als je in de onderste bak de wormen aan de oppervlakte ziet krioelen, zit het goed! Zo kan je in feite blijven stapelen, al is het makkelijker om af en toe wat van de zuiverste compost te oogsten en te gebruiken.

Let op! Je kan niet zomaar alles in de wormenbak gooien. Wormen houden van groente- en fruitafval (in kleine stukken), koffiedik, theezakjes, geplette eierschalen en verwelkte bloemen en planten. Ze houden niet van zuivel, gekookte etensresten, pasta, brood, rijst, mest, olie, saus enz… Let ook op met grote concentraties zure dingen: af en toe een citrusschil kan geen kwaad, maar te veel zuur ineens kan de pH in de bak verstoren. De beste manier om dit te controleren is af en toe je neus in de bak steken: als de bak neutraal naar compost ruikt, is er niks aan de hand. Als het stinkt kan het zijn dat je bak te zuur is en/of de wormen aan het sterven zijn. Voeg dan zeker geen nieuw voedsel toe, verlucht je materiaal (omscheppen) en voeg wat beddingmateriaal toe. Als je geen wormen meer kan vinden in de bak, is het waarschijnlijk te laat en zal je opnieuw moeten beginnen… Meer info over probleemsituaties (o.a. fruitvliegjes) vind je bij Ivago.

Het percolaat zal na enkele weken beginnen vormen in de onderste bak (bij mij duurde dit wel een tijdje, dus geen paniek). Deze vloeistof is zeer vruchtbaar. Je kan ze dus ‘oogsten’ en verdunnen met water (1/10 percolaat/water) en aan je planten geven als meststof. Na verloop van tijd kan je ook de onderste laag compost oogsten en gebruiken als potgrond. Disclaimer: de compost in een wormenbak wordt niet verhit zoals industrieel verwerkte potgrond, en zaadjes van bv. paprika, pompoen… die je erin gooide kunnen dus beginnen kiemen. Handig als je van gratis zaaigoed of verrassingen houdt :-)

Voila, dit is de werking van de wormenbak in a nutshell. Ik hoop dat ik je heb kunnen aanmoedigen om zelf ook met een wormenbak te beginnen. Wil je meer weten of heb je vragen, stuur me dan gerust een bericht, of contacteer een specialist in je buurt via www.ovam.be.