Categorie: kinderen

Een verjaardag, een dinosaurustaart en een bezinning over quitters

Een verjaardag, een dinosaurustaart en een bezinning over quitters

Afgelopen zaterdag werd Roald vijf. Een mijlpaal voor hem, en voor ons. Mijmerend door babyfoto’s scrollen en niet kunnen geloven dat er al vijf jaar voorbij zijn. De eerste rollende ogen als ik hem zeg wat een schattige baby hij toch was. Kinderen hebben lijkt constant schipperen tussen “stop de klok!” en stiekem verlangen naar de volgende mijlpaal. Ik kijk er bijvoorbeeld enorm naar uit als hij volgend jaar zal leren lezen – de wereld die voor hem open zal gaan! Hij is al een boekenwurm van voor zijn eerste jaar en nog steeds hangt hij aan de lippen van eenieder die een boekje voorleest.

Vijf jaar moederschap, ook. Veel geleerd over mezelf, in die jaren. Soms denk ik dat dat te maken heeft met de kaap van de dertig ronden en meer perspectief krijgen, maar ongetwijfeld dwingen kinderen je ook om een aantal inconvenient truths over jezelf te confronteren. Over het beeld dat je van jezelf hebt, bijvoorbeeld. Of over je drijfveren – de zichtbare en de onzichtbare.

Een paar jaar geleden haalde mijn moeder op kerstdag aan tafel onze roze boekjes van Kind en Gezin boven, waar ze vanalles over ons in onze eerste levensjaren had genoteerd. “Kan al hele liedjes repertoires zingen” of “nogal autoritair aangelegd” – hilarisch en herkenning van vroege karaktertjes. Ik nam me voor om ook zo veel mogelijk herinneringen over de kinderen aan het papier toe te vertrouwen.

Voor Roald geboren werd, kocht ik daarom een dagboek voor vijf jaar: “Mom’s One Line A Day”. Met het idee om dagelijks één regel te schrijven (want, haalbaar). Van zodra er een jaar rond is, kom je jezelf een jaar geleden tegen en kan je terugblikken op wat je toen aan het doen was. In ons geval ging dat naast de kinderlijke evoluties (en weeklachten over te weinig slaap, die precies toch ook nogal cyclisch waren) ook vaak over een bepaalde fase van de verbouwing, wat moed gaf om verder te doen.

In het begin vulde ik trouw dagelijks mijn boekje in. Hoe de roze wolk voelde, wie er die dag op bezoek was geweest, waneer hij begon te kruipen… Maar na een tijdje stak routine de kop op. Ik ben niet goed met routine, heb ik de laatste jaren beseft. Maar toch vond ik het belangrijk om door te gaan. Ik haalde vaak op het einde van de week, agenda en foto’s op de GSM in de hand, halsstarrig herinneringen in. Soms moest ik zelfs twee of meer weken inhalen. Energie om de dagen van een jaar, twee, drie, geleden na te lezen en te grinniken was er niet meer. Het werd een taak op de af te werken lijst en de lol was eraf. Waarom bleef ik dan registreren? Wetende dat ik in mijn hele leven nooit langer dan een paar maanden een dagboek heb volgehouden, alle wetenschap over het nut van regelmatig schrijven ten spijt?

Het zit zo: ik krijg energie van nieuwe dingen doen, leren, mensen ontmoeten. Een dagboek starten, een activiteit bedenken, een organisatie in gang trekken. Maar na een tijdje slaat de routine toe, en dan blijf ik het doen uit loyauteit – of in dit geval, omdat ik een bepaald beeld van mezelf heb gecreëerd. Dat ik zo’n moeder zal zijn die over 20 jaar karaktertjes kan oproepen aan de kerstdis, die alle herinneringen registreerde. En ook: dat ik geen quitter ben. Want opgeven terwijl de eindmeet in zicht is, is dat niet voor losers?

Toen kwam de eerste lockdown. Uren werden dagen werden weken werden maanden. Het gebrek aan externe prikkels, gebeurtenissen, evenementen die werken als kapstok voor mijn geheugen maakt dat die periode één lange tijdsbrij is als ik erop terugkijk. Laatst was ik foto’s aan het sorteren en stond ik versteld van de hoeveelheid knutselwerken, parkbezoeken… die we in die maanden gedaan hebben. Ik ben het precies allemaal vergeten. Tegelijk was de motivatie voor het dagboek echt helemaal weg. Ik stopte met invullen en een dag werd een week werd een maand …

De lege pagina’s stapelden zich op. De berg om terug op te klimmen werd steeds hoger. Het boek openen en invullen impliceert dat ik het àllemaal moet invullen, teruggaan in de tijd. Insurmountable. Die gedachte is een gevolg van (kwalijk) perfectionisme, dat besef ik intussen, maar wat moet je daarmee?

Dat was het moment om me af te vragen: waarom doe ik dit? Wil ik dit echt? Of is het om een bepaald beeld voor mezelf of van mezelf in stand te houden? Ga ik dat ooit allemaal terug lezen? Wie gaat mij hiervoor een reprimande geven, behalve ikzelf? Zal ik niet sowieso die moeder zijn die goeie verhalen heeft aan de kerstdis of herinneringen doorgeeft aan haar kinderen? (ja, ik geloof van wel)

Dus besloot ik om dan toch maar een quitter te worden. Die opgeeft met de finish in zicht. Nee, ik zal geen triomfantelijke foto kunnen posten van het boekje in kwestie ter ere van zijn vijfde verjaardag. De foto die zonder woorden zegt “Kijk eens hoe lang ik al goed bezig ben!” So what? Kan ik niet beter accepteren dat ik liever mijn energie steek in het opstarten van nieuwe dingen, daar waar ze rendeert? Waar ik content van word?

Verjaardagstaart: approved

Ik liet het passeren. En we vierden Roald zijn vijfde verjaardag met een lekkere dinotaart (want nieuwe taartjes bakken doe ik nog altijd graag, jaja). Het boekje staat in de kast, onvolmaakt te wezen, en dat is oké. Misschien komt er een dag dat ik nog een paar hoogtepunten aanvul. Of niet. Ooit zal ik er zeker terug door bladeren en grinniken om zoveel baby antics en slaaptekort. Met samen herinneringen maken gaan we intussen gewoon door.

Voor wie de taart wilt namaken:

Ik maakte deze chocomoussetaart + een simpele 4/4 cake en cupcakes voor de vulkaan. Je kan ook je favoriete biscuit, devil’s food cake… bakken en vullen met je favoriete vulling. Alles werd bestreken met chocoladeganache van het recept en versierd met chocolade-botercrème (100 ml room opwarmen en over 50 gram witte chocolade gieten, mengen, mixen met 100 gram malse boter en enkele eetlepels poedersuiker) met groene en blauwe kleurstof voor het meer en de bosjes, icing van eiwit met rode en oranje kleurstof (er zijn twee eiwitten over van het taartrecept die je hiervoor kan gebruiken), Lion of Malteser balletjes voor de rotsen en plastic dino’s en boompjes.

Een spuitzak met een spuitmondje zijn nodig om de botercrème en icing aan te brengen. De crème voor het meer spoot ik erop en smeerde ik dan wat uit met een lepeltje. De bosjes errond zijn met een gekarteld spuitmondje gemaakt. De oranje en rode icing was zeer lopend en spoot ik met een spuitzak met dunne opening van bovenaf in de vulkaanmond, en dat liep er als net echt naar beneden uit.

Over borstvoeding (oh no she didn’t)

Over borstvoeding (oh no she didn’t)

“En wanneer gaat u stoppen met borstvoeding?”

Ik had niet verbaasd mogen zijn met deze vraag, want zo veel vrouwen kregen ze al voor mij. Ik had net aan de specialist van het universitair ziekenhuis waar ik op consultatie was uitgelegd, naar adem happend achter mijn mondmasker, dat ik al bijna vijf jaar borstvoeding geef, gezien me dat relevant leek voor het probleem dat me daar had gebracht en nuttige informatie voor de eventuele behandeling.

Maar ik was het dus toch. Verbaasd. In tegenstelling tot vele vrouwen voor mij heb ik eigenlijk zelden negatieve opmerkingen gekregen over borstvoeding. Mijn partner, familie, vriendenkring, werkgever: ze kennen mij wellicht allemaal goed genoeg om te weten dat ik mijn eigen keuzes maak en daar geen commentaar op nodig heb. Net als bij de melkmuil van een dochter verraadt mijn gezichtsexpressie meestal ook exact wat ik denk, en als ik zo een ongepaste opmerking krijg staat de expressiemeter meestal op “say what? You kidding me?”. Misschien was het mondmasker en het daaruitvolgende gebrek aan expressie de boosdoener.

“Euhm, dat weet ik niet. Wanneer mijn dochter dat wilt?” hoorde ik mezelf stamelen. De professionele doch uiterst verbaasde houding van de dokter deed me vermoeden dat ze zelf nog niet aan kinderen was begonnen en niks wilde suggereren met de vraag. Haar verdere vragen deden me ook vermoeden dat ze dacht dat dochterlief net als een pasgeboren baby van ’s morgens tot ’s avonds aan de borst wilt hangen. Ik ging buiten met het akelige gevoel dat zij en haar stagiaire elkaar zouden aankijken en “wat. was. dat?” zeggen.

Waarom voel ik de behoefte om hierover te schrijven? Het is deze week Internationale Week van de Borstvoeding, mijn vijfde op rij al. De arts in kwestie was zich ongetwijfeld niet van de ironie bewust dat haar ziekenhuis daar steevast campagne rond voert. En dat het thema van dit jaar ‘steun van de omgeving en zorgprofessionals’ is. Die bewuste vraag niet (zo) stellen als zorgverlener hoort daar wat mij betreft bij.

Lang voeden (blijven borstvoeden nadat je baby geen baby meer is) is een taboe, en begrijpelijk. Het is quasi onzichtbaar en de meeste vrouwen die hun baby langer dan een jaar voeden lopen er niet mee te koop, omdat het raar is en soms een beetje schaamtelijk. En ja, ook wel eens gênant, als de peuter zo nodig in het openbaar wilt drinken maar geen flauw idee heeft dat blote borsten geacht worden bedekt te zijn in de open ruimte, net als je mond en neus op het openbaar vervoer tegenwoordig. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het zelf ook een heel raar idee vond voor ik er aan begonnen was. Ik vond het zelfs raar wanneer ik voor dit bericht naar foto’s aan het zoeken was om er eentje tegen te komen met mijn driejarige.

Het was nochtans geen bewuste keuze, bij mij. Net als zo veel moeders begon ik eraan ‘op hoop van zege’, en ‘we zien wel’. De eerste maanden waren bij beide baby’s sukkelachtig. Spruw, syndroom van Raynaud, overproductie (Chinees voor wie nog nooit borstvoeding gaf en hopelijk niet herkenbaar als je het wel deed), smakkende baby’s, vrezen voor koemelkallergie… Met vallen en opstaan en steun van een geweldige lactatiekundige én de omgeving, die me nooit heeft ontmoedigd. Ik wens het iedereen toe, die steun.

En dan komt plots die dag dat het vanzelf gaat en je denkt “hé, dit is handig!”. En dat blijft zo, tot op het moment dat je je geneert om het in het openbaar te doen, tenminste (gelukkig hebben mijn peuters nooit veel interesse gehad in de borst buitenshuis, dus dat taboe kunnen we al overslaan). De band die je ermee opbouwt en die rust momentjes zijn zo heerlijk, dus waarom ook stoppen? Ik ben een langvoedster by chance, not by choice. Zo zie ik het tenminste. Stoppen doen we wel als het weer onhandig wordt, of niet meer leuk.

Hierover schrijven ligt een eindje buiten mijn comfortzone (en dan hebben we het nog niet eens over tandemvoeden gehad, kuch). Maar ik doe het deze keer toch. Omdat er nog steeds te veel vrouwen de vraag krijgen “wanneer ze gaan stoppen” (ja, ook op 3 maanden) terwijl dat gewoon geen vraag zou moeten zijn. Omdat iemand me eens vertelde dat ze een positief beeld kreeg van borstvoeding toen ik er iets over gepost had en ik daar helemaal warm van werd. Omdat er veel meer langvoedende mama’s zijn dan je zou denken, die het veelal binnenskamers doen. Keep rocking the milk, mama’s, en laat niemands oordeel aan je hart komen.

P.S. Dit bericht is er om te spreken uit mijn eigen ervaring, en die van mij alleen. Ik weet dat niet iedereen borstvoeding wilt geven, of dat het niet bij iedereen gelukt is zoals ze wilden, of dat ze vroeger moesten stoppen dan ze wilden. Of dat ze gewoon geen zin hadden om het langer dan 3 maanden te rekken. Dat is helemaal oké (of jammer, als je dat jammer vindt, en dan hoop ik dat je er vrede mee kan vinden). Flesvoeding is ook voeding en moederliefde is moederliefde.

Eén jaar met de Tern GSD

Eén jaar met de Tern GSD

Vandaag zijn we één jaar trotse eigenaars van de Tern GSD, de felblauwe longtailfiets die ons al massa’s rijplezier bezorgd heeft. Omdat ik er regelmatig vragen over krijg en anderen de elektrische-cargofiets experience alleen maar kan aanraden, schreef ik ter ere van die eerste verjaardag onze ervaringen neer.

Tern GSD
Fun achterop de Tern GSD

Sinds een jaar of twee is het aantal longtailfietsen in Brussel geëxplodeerd. In het begin een curiositeit, nu gaat er geen dag voorbij of ik zie er eentje passeren in onze straat of onderweg. Bij de ouders van onze (kleine) kleuterschool zijn er – uit het blote hoofd – minstens 5 (hier stond eigenlijk 4, maar vanmorgen spotte ik nog een ouder met een gloednieuw ogende bike43!). Als je ermee parkeert aan de school of crèche word je vaak bevraagd, nog vaker door ouders die zelf overwegen om er eentje aan te schaffen. Het is dan ook een ideaal “middenklasse” voertuig voor (milieubewuste) Brusselse stadsbewoners met 1 of 2 kinderen die veel van hun verplaatsingen op twee wielen willen doen. Ik zeg “middenklasse”, want hoewel het natuurlijk een pak goedkoper is dan een auto, is het toch een stevige investering. Wij deden wat rekenwerk en kozen voor een fietslening, waarvan de rente bij aankoop zodanig laag stond dat het eigenlijk niet uitmaakte of we het bedrag onmiddellijk zouden leggen of op maandelijkse afbetaling. Intussen zijn er ook wel wat goedkopere modellen op de markt, en wie weet ontstaat er ook stilletjes aan een (legitieme) tweedehandsmarkt?

Mijn oog viel op de Tern GSD ergens begin 2019. Ik had al gehoord van de bike43, een Brusselse creatie, en vond het idee van zo’n fiets erg interessant. Toen kocht een kennis een Tern GSD om haar kind mee te vervoeren en vertelde er enthousiast over op Facebook. Ik begon over de fiets te lezen en op te zoeken. De specs en snufjes zijn impressionant. De belangrijkste eigenschap is uiteraard dat hij twee kinderen op het bagagerek kan dragen (of een volwassene!), maar eigenlijk is het een echte cargofiets, zonder ‘bak’. Hij kan tot 200 kg dragen, wat hem volgens de fans/marketeers een bestelwagen op twee wielen maakt.

Het zadel gaat heel makkelijk op en neer, heeft slimme maatstreepjes en een handvat onderaan om op te tillen dat echt handig is. De fiets kan ook rechtstaan op z’n bagagedrager, wat hem ideaal maakt om op kleine plekjes op te bergen of zelfs in een lift mee te nemen. Het stuur kan inklappen, wat hem vervoerbaar zou maken in een monovolume auto (nog niet getest, wegens niet in bezit van een monovolume :-)). En dat alles in een fiets die maar 2 meter lang is – zo lang als een doorsnee stadsfiets dus.

Tern GSD
De eerlijkheid gebiedt me erbij te zeggen dat je de fiets eigenlijk niet mag loslaten als de kinderen erop zitten. Dus: don’t try this at home.

Ik heb geen uitgebreide vergelijking gedaan tussen alle merken en modellen, maar wel een GSD getest alvorens de knoop door te hakken. Dat mocht van de kennis die hem had, en dat vond ik zo prettig dat ik ook al meerdere mensen heb laten testen. Je wordt vanzelf een ambassadeur van het merk. Het element dat voor ons de doorslag gaf was het rechtop zetten: ten tijde van de aanschaf hadden we nog geen plaats in een velobox en onze inkom is maar heel kort voordat de trap begint, de fiets kan er zelfs niet in de lengte staan. Maar hij paste wel perfect tussen de deur en trap, tegen de muur. De stoeltjes konden we ernaast ophangen aan enkele kapstokken van de Brico. Het wiel maakten we vast met een extra fietsslot, vooral tegen het omvallen, mocht er toch eens een kind aan gaan hangen.

Tern GSD rechtstaand opbergen
Ingeklapt en rechtstaand is de GSD ongeveer de grootte van een volwassen persoon

De setup dan. Ook daar kan je massa’s kanten uit. De GSD is gemaakt om te passen met de bagagedrager stoeltjes van Yepp, geen extra adapters nodig. Je kan er een voor-bagagedrager aan toevoegen, die net zo groot is als een euronorm 40 x 30 cm (lees: een bak bier). Han-dig, dat ding (behalve soms om te parkeren op een smal plekje. Maar ach.) Dat voorste rek fungeert in mijn ogen ook een beetje als stootkussen naar auto’s toe. Het is zwart en chunky en volgens mij intimideert het daarbij al te voortvarende chauffeurs ook een beetje om mij toch wat meer plaats te gunnen, want van dat rek wil je geen kras op je ziel, eh, blinkende bolide.

Achteraan kozen we voor een Yepp Maxxi stoeltje voor de jongste (toen bijna 1 jaar, nu bijna 2) en een Yepp Junior stoeltje voor de oudste (toen 3,5). De oudste kan weliswaar ook nog in de Maxxi en zit daar ook graag in, want iets meer comfort. Je kan ook met oudere kinderen voor de Clubhouse gaan, maar dat leek me persoonlijk minder handig omdat je dan minder kanten uit kan met je bagagedrager. De stoeltjes zijn er immers op en af binnen de minuut. En als de kinderen groot zijn kan je je bagagedrager ook nog verbouwen tot een groot cargorek. De gigantische grijze tassen krijg je bij de fiets, en ook die zijn zo slim ontworpen dat ze zowel massa’s boodschappen kunnen bevatten als heel klein opgevouwen worden.

Uitstapjes naar de speeltuin

Stevige beveiliging en een goede diefstalverzekering zijn helaas geen overbodige luxe, want evenredig met het aantal elektrische fietsen in Brussel stijgt ogenschijnlijk ook de diefstal ervan. We startten met een Abus Bordo slot en lieten een extra hoefijzerslot op het voorwiel plaatsen. We namen ook een diefstalverzekering met alles erop en eraan via de fietshandelaar. Geen overbodige luxe, zo bleek. Op een donkere novemberdag kwam ik om 17u12 buiten van mijn werk en was de fiets weg, het slot doorgezaagd. Op quasi klaarlichte dag, in koelen bloede gepikt. We kregen het volledige bedrag terug van de verzekering, maar je moet dan ook een nieuwe verzekering kopen, en de fiets was intussen duurder geworden, dus dat bedrag moesten we bijleggen. En je bent weer een halve dag kwijt met aangifte bij de politie, nieuwe fiets bestellen en ophalen, enz. enz.

Gone, baby gone: een illusie armer over de veiligheid van fietssloten…

Ik ben sindsdien ook een tikkeltje paranoïde geworden wat de beveiliging betreft en heb twee verschillende soorten sloten aangeschaft: een U-slot met ART 4 (ART is eens soort onafhankelijke beveiligsclassificatie voor fiets- en brommersloten) én een ABUS Bordo Alarm slot – met een bewegingssensor die begint te loeien als een alarm als iemand eraan komt. Bovendien is de fiets met een sticker geregistreerd via mybike.brussels en neem ik de batterij er vaker af als ik hem langer laten buiten staan, of in het donker ergens parkeer… Is dat waterdicht? Waarschijnlijk niet, maar het feit dat je 3 buizen moet doorslijpen én het alarm (heel hard) afgaat maakt onze fiets toch weer een pak minder aantrekkelijk voor een dief, hoop ik dan maar.

Een paar maanden na de aanschaf ontdekte ik dat er een levendige Facebookgroep (‘The Tern GSD’) gewijd is aan de fiets. Mensen van over de hele wereld delen er hun tips en tricks, weetjes, advies en geestige foto’s van de ladingen die ze met hun GSD vervoeren. Ik moet toegeven dat ik ook wel eens trots een foto deel wanneer ik een volledige Colruyt winkelkar op de fiets heb gestouwd :-) Wie een aankoop overweegt, kan er altijd zijn licht eens gaan opsteken.


De fiets heeft ons verplaatsingsgedrag toch nog een stuk getransformeerd. We hadden al Cambio ipv een eigen wagen, dan worden je autoverplaatsingen sowieso een meer bewuste afweging. Maar sinds ik elektrisch rijd, vervang ik veel vaker een rit met het openbaar vervoer doorheen Brussel door een fietstocht. Het is zo heerlijk om trapondersteuning te hebben op de Brusselse heuvels en je zo op het verkeer te kunnen concentreren in plaats van de berg die je opgaat. Toch word je er niet lui van, je kan zelf bepalen hoeveel ondersteuning je krijgt en ik voel het wel als ik een aardig stukje geklommen heb.

Ik gebruikte de GSD ook al voor (werk)verplaatsingen in een 20-25 km radius van Brussel: Mechelen, Vilvoorde, Halle. Heerlijk fietsen langs jaagpaden en kanalen en uitgewaaid op de meeting aankomen in dezelfde tijd als de (totale) treinreis. Ik kijk er naar uit als de kinderen groter zijn en een uurtje achterop zitten niet meer te veel is voor de jongste, dan trappen we zo naar de familie in Mechelen! En dat voor iemand die eigenlijk niet eens echt graag fietst (toch niet recreatief).

Zijn er ook nadelen? Ja hoor. Het grootste nadeel van de Tern GSD, waarover iedereen het eens is, is de staander. Het model dat initieel werd meegeleverd was eigenlijk van slechte kwaliteit, waardoor het al na een paar weken niet meer vlotjes in- en uitklapte en bij heel wat mensen gewoon afbrak op een bepaald moment. Je kinderen of vracht op de fiets laten zonder dat je hem vasthoudt (wat sowieso door Tern sterk wordt afgeraden) was totaal uit den boze. De vervangstaander, een Ergotec, is een pak steviger, maar is zodanig stug in gebruik dat het erg lastig is om de staander op te heffen als je kinderen of boodschappen eenmaal op de fiets zitten (tip: gebruik de Walk functie van de batterij, als het toch moet). Als antwoord op deze problemen ontwikkelde Tern de Atlas staander, die helaas door corona vertraging opliep. Intussen wordt hij al verdeeld in verschillende werelddelen, dus ik ben erg benieuwd of wij binnenkort de mogelijkheid tot upgrade gaan krijgen.

Een ander – eerder klein – nadeel vind ik de kleine afmeting van de wielen, waardoor je meer rondtrekt. Komende van een heel grote Achielle stadsfiets voel ik dat verschil hard. In het begin heb je daardoor de neiging om de versnellingen op het hoogste te zetten, om toch meer weerstand te voelen. Door die kortere trapcirkel krijg ik bij lange ritten soms ook wat last van de bloedcirculatie in mijn benen (slapende tenen). Maar ik heb nog nooit iemand anders daarover weten klagen :-) Die kleine wielen zijn er overigens wel voor een reden: het lage zwaartepunt maakt de fiets heel erg stabiel, wat handig is als je zware ladingen vervoert. Bovendien zijn de dikke banden uitermate geschikt om de Brusselse tramsporen mee te navigeren – weer een fietsangst minder.

Alles bij elkaar genomen, zou ik onze GSD niet meer kunnen missen. Van de aankoop hebben we nog geen seconde spijt gehad, en het elektrisch rijden bevalt ons zodanig dat we op het punt staan om een tweede elektrische fiets aan te schaffen, om vlot met het hele gezin op uitstap te kunnen gaan.

Heb je nog vragen over de GSD, longtail fietsen, of waarom we sommige keuzes hebben gemaakt? Laat het mij weten in de comments!

Pastaschelpen in de oven met spinazie, pesto en vegan kaassaus

Pastaschelpen in de oven met spinazie, pesto en vegan kaassaus

Pastaschelpen. Gekocht in een ander tijdperk en terug tegengekomen toen we in de strijd tegen een plaag meelmotten eindelijk alle zakjes droge bonen, rijst, en pasta die zich hadden verzameld in de keukenkasten in mooie, doorzichtige en vooral hermetisch afsluitbare potten staken. Alleen pakken zo’n schelpen best veel plaats in in die potten, en zijn er niet zo gek veel recepten om pastaschelpen te verwerken. Dus toen er in één van de Donderdag Veggiedag-nieuwsbrieven van EVA vzw een ovenschotel met pastaschelpen, spinazie, pesto en vegan bechamelsaus besloot ik om dat meteen te proberen!

Ik heb het recept lichtjes aangepast: de pesto maakte ik van radijsjesloof en pijnboompitten omdat ik dat allebei in huis had, en maar een beetje basilicum (dat loof-idee kwam ook van een EVA recept). Je kan het dus ook prima met basilicum of peterselie doen. De saus maakte ik met cashewnoten om het smeuïger te maken, ze zorgen er ook voor dat je saus minder ‘opgaat’ in de rest van het gerecht. Ik vulde ons restje pastaschelpen aan met wat diertjespasta voor de kinderen (die uiteraard vervolgens alleen de schelpen wilden) en gebruikte 400 gram spinazie ipv 200, omdat dat nu eenmaal de inhoud van een zak uit de winkel is en die anders blijft verleppen in de koelkast.

Ingrediënten voor een grote ovenschotel, 4-6 personen

– 300 gram pastaschelpen of andere vormpasta zoals penne, strikjes…
– 200-400 gram spinazie of andere bladgroente
– olijfolie
– 1 ui
– 1 teentje look
– een blik kikkererwten (400 gram)
voor de pesto:
– loof van een bussel radijzen, plus wat peterselie of basilicum (wat je in huis hebt)
– 1 teentje look
– 4 soeplepels pijnboompitten of blanke amandelen
– 100 ml olijfolie
– peper en zout
voor de kaassaus:
– 100 gram cashewnoten, 4-5 uur geweekt of 10 minuten gekookt in water en uitgelekt
– 300 ml ongezoete plantaardige melk (bv. amandel of haver)
– 2 tl maïzena
– 1 teen knoflook, gesnipperd of geperst
– 1 tl uienpoeder
– 1 eetlepel gistvlokken
– peper, zout en muskaatnoot
– optioneel: vegan gemalen kaas of Parmezaan

Benodigdheden: een grote (steel)pan met dikke bodem, een kleinere steelpan, een keukenrobot, een grote ovenschaal van 26 x 26 of 30 x 22

Bereiding:

Kook de pastaschelpen al dente. Verwarm wat olijfolie in de steelpan, pel en snipper de ui en fruit in de olie tot hij glazig is. Plet en snipper de knoflook en voeg hem erbij. Voeg de spinazie erbij, zet het deksel erop en bak mee tot hij geslonken is.

Verwarm de oven voor op 180 °C.

Breng voor de kaassaus 150 ml melk aan de kook in de steelpan. Meng intussen de maïzena met 50 ml melk. Als de melk begint te koken, voeg je de maïzena en de knoflook, het uienpoeder en de gistvlokken toe. Laat nog 1 minuut doorkoken. Doe de uitgelekte cashewnoten in de keukenrobot met de rest van de melk en pureer tot een gladde pasta. Voeg bij de melksaus. Voeg eventueel een handje gemalen kaas toe. Breng flink op smaak met zout, peper en muskaatnoot.

Voor de pesto doe je de knoflook, pijnboompitten en loof/kruiden in de keukenrobot en maal ze fijn. Voeg de olijfolie geleidelijk toe tot je een smeuïge pesto hebt. Breng op smaak met zout.

Doe de pasta in de ovenschaal en meng de gebakken spinazie en kikkererwten eronder. Schep de pesto en kaassaus erover, zet in de oven en bak het gerecht 15 minuten. Eventueel kan je op het einde de grill nog even opzetten voor een lekker korstje.


Knutselen: brandend huis van een kartonnen doos

Knutselen: brandend huis van een kartonnen doos

brandend huis van kartonnen doos

Bestelden jullie ook zoveel per post de voorbije weken? Bij gebrek aan fysieke winkels en met de orders om in ons kot te blijven mét kroost liet ik o.a. spelletjesboeken, plasticine, bloem, noten, kruiden, kindersandalen en paaschocolade aanrukken. Een pluim voor de postmedewerkers, want ook al kwam o.a. bpost met een gigantische backlog te zitten (sommige van onze pakjes deden er weken over), ze bleven toch maar keihard werken om die pakjes in deze omstandigheden tot aan onze deur te brengen. Maar wat doe je vervolgens met die stapel kartonnen dozen? Een goede gelegenheid om iets mee te knutselen!

Onze oudste kan ondertussen goed overweg met Pinterest, we zoeken samen naar ideetjes om te knutselen (kijk bijvoorbeeld op mijn Craft ideas bord). We wilden al lang een stad van kartonnen dozen knutselen, dus op een middag maakten we ons klaar om uit te pluizen hoe dat juist moet. Maar zoals dat zo vaak gaat als mama naar Pinterest zit te kijken, valt zoon zijn arendsoog op iets anders.

“STOP! Ga eens terug naar dat brandende huis!” Ik had geen brandend huis gezien. “Bij dat vorige fotootje van kartonnen dozen, tussen al die prentjes. Naar boven… Naar boven… Naar boven… DAT!” Het prentje in kwestie was effectief een brandend huis van een kartonnen doos, zonder link. Het zag er niet zo moeilijk uit, dus wij zochten een doos en gingen aan de slag!

Benodigdheden:
– kartonnen doos, niet te groot
– stevig zwart papier
– rood, oranje en geel papier
– een cuttermes (alleen als volwassene mee werken!)
– een schaar
– stevige plakband, bv. duct tape of brede schilderstape
– lijm (genre plakstift)
– meetlat
– als je graag een kleurtje geeft aan je flatgebouw, kan je de doos ook eerst nog schilderen.

Voor je begint te snijden kan je eerst je kind aan het werk zetten met de vlammetjes, als ze al kunnen knippen. Ik heb op dit moment ook uitgelegd dat een cuttermes gevaarlijk is en alléén mama of papa daar mee aan de slag mag. Je tekent een grote, middelgrote en kleine vlamvorm op de rode, oranje en gele papieren. Eigenlijk lijken onze vlammetjes nog het meest op gestileerde tulpen (ik was wellicht wat blijven hangen in de paasmandjes-sfeer). De rode vlam mag even groot of net iets groter zijn dan de hoogte van je ramen (ik liet een paar vlammetjes uit het raam komen voor extra dramatisch effect). Je tekent ook een grote wolk op het zwarte papier, zo breed als de helft van de breedte van je doos + een lipje van 2 cm om het mee vast te plakken onderaan, een grote vlam die past in je wolk voor het dak en een middelgrote vlam voor de deur.

vlammetjes van papier knippen
opperste concentratie

Ik gebruikte de onderkant van de doos om de ramen en deur uit te snijden. Je kan die gewoon toegeplakt laten en ook de binnenste flapjes op de bodem kan je toe laten. Zorg alleen dat je langs de binnenkant aan de buitenste laag karton kan. Verstevig eerst de doos langs de binnenkant, bv. door de binnenflap aan de onderkant extra vast te plakken (onze doos had wat afgezien met de post dus ik heb de hoeken ook wat verstevigd). Meet de hoogte van de doos en de breedte. Beslis hoeveel raampjes je wilt maken en hoe groot die ongeveer moeten zijn. Onze raampjes zijn bv. 3,5 cm hoog en 5 cm breed met 3 cm tussen. De deur is 7 cm hoog.

Voor de opening tussen de twee ramen snijd je een verticaal sleufje op de helft van de breedte van de flap. Dan snijd je langs weerskanten een horizontaal sleufje (dus 2,5 cm aan elke kant in ons voorbeeld) Voor de deuropening maak je de plakband tussen de twee flappen los en snijd je een horizontale sleuf aan de bovenkant. Je kan dit van tevoren aftekenen als je wilt, ik heb eerder uit de losse pols gewerkt bij dit project. Let erop dat je bij het snijden de kartonnen flap die aan de binnenkant van de doos zit min of meer heel laat. Open de raampjes en de deur. Het begint al te lijken op een flatgebouw, niet?

Aan de achterkant van het raampje rechtsboven wilden we een mannetje zetten, dat gered kan worden door de hulpdiensten. Je kan een mannetje tekenen om erachter te plakken zoals in het originele werk. Wat wij deden was de binnenste flap van de doos uitsnijden ter hoogte van het raampje en er met behulp van plakband (zie foto) een soort brugje van maken waar dan een Playmobil of Duplo mannetje op kan staan.

Als alles gesneden en uitgeknipt is, is het tijd om te plakken! Plak het oranje vlammetje op het rode, en dan het gele erop. De grote vlam gaat op de zwarte wolk. Daarvan plooi je het lipje om, en dat plak je op de bovenkant van het flatgebouw. Knip voor de achtergrond van de vlammetjes in de ramen uit het zwarte papier een rechthoek die 2 cm hoger en 2 cm breder is dan je raamopening (bv. 3,5 x 5 = zwart papier 5,5 x 7), doe hetzelfde voor de deur. Plak de vlammetjes op het zwarte papier, dat je dan achter de ramen plakt langs de binnenkant van de doos, met lijm en/of plakband. Als je een vlammetje uit het raam wilt laten komen, plak je eerste het zwarte papier achter het raam en dan het vlammetje erop. Je kiest zelf hoe hard je het gebouw laat branden!

brandend huis knutselen kartonnen doos
Klaar! The roof is on fire!

Et voilà! Als je een brandweerwagen in huis hebt, kan die nu de bewoners uit het gebouw beginnen redden!

brandend huis knutselen mannetje


Popcorn: naturel, met karamel en chocolade of als Shaun het Schaap

Popcorn: naturel, met karamel en chocolade of als Shaun het Schaap

Een ode aan de meervoudige entertainende kwaliteit van popcorn

Popcorn! Nostalgie, eenvoud, bioscoop, zalig met karamel en chocolade, die hilarische eekhoorn uit Ice Age… Veel dingen komen spontaan in mij boven als ik aan popcorn denk. Wij gingen aan het poffen en maakten er een deluxe karamel-chocoladeversie en een schattige Shaun het Schaap van. Tip: als de Paasklokken toch iets te gul waren, ben je ook in één keer van je overvloedige paaseieren af!

popcorn toerisme
popcorn toeristen

De eerste weken van de corontaine had ik last van een bizar soort FOMO (fear of missing out): ik werd langs alle kanten overstelpt met ideeën om te doen met kinderen en ik werd een beetje nerveus over het feit dat ik dat niet allemaal ging kunnen uitvoeren. How could I be more wrong, hahaha. Om de chaos in mijn hoofd wat te organiseren hield ik een Google Keep-lijstje bij met alle leuke ideeën die bij me opkwamen of die ik voorbij zag komen. Eitjes blazen en beschilderen, bijvoorbeeld, of deze superleuke tekenopdrachten. En ook: popcorn poffen. Zo’n typische activiteit die leuk is om met kinderen te doen, herinner ik me uit mijn eigen kindertijd.

Al wat je nodig hebt voor popcorn is een kookpot met redelijk dikke bodem, een likje plantaardige olie (bv. zonnebloem) en maïskorrels. Een pot met een glazen deksel is extra leuk, want dan kan je het ook echt POP zien doen! Entertainment. Het is vrij simpel: zet de pot op een middelhoog vuur, doe er een scheutje olie in, een flinke schep maïskorrels en wacht. Schud regelmatig met de pot zodat de korrels niet aanbranden en wacht tot ze ploffen. Nu het deksel er niet meer afnemen! Als het ploffen gradueel minder wordt zet je op de duur het vuur af en wacht je tot het helemaal gedaan is.

Je kan de popcorn zo opeten (eventueel in de zetel bij een leuke film), dat is het gezondste. Wij dopten vroeger onze popcorn in een eierdopje met poedersuiker, eventueel op smaak gebracht met een druppel appelsap. Persoonlijk eet ik mijn popcorn graag zout. Maar je kan het ook nog een niveautje hoger tillen als karamel-chocoladepopcorn, of er een knutselvervolg aan breien!

Karamel-chocolade popcorn

Ik bracht drie jaar van mijn tienerjaren door in de VS en daar hadden ze naast veel ongelofelijk slechte chocolade (I’m looking at you, Hershey’s) ook veel lekkere snacks. Als ik terugdenk aan de chess koekjes van Pepperidge Farm loopt het water me in de mond… Er was ook een winkeltje in het Rehoboth Outlet Center waar wij soms gingen shoppen waar ze Moose Munch popcorn van Harry & David’s hadden. Man, wat was dat lekker. In mijn herinnering betrof het een doorschijnend plastic zakje met een rendier op de buitenkant en aan de binnenkant een goddelijke mix van karamel, nootjes, chocolade en popcorn.

chocolade karamel popcorn

Zoveel jaren later heb ik dus geprobeerd om die popcorn na te maken, met succes zou ik durven zeggen. Het moeilijkste is de houdbaarheid: de karamel wordt na verloop van tijd wat zacht terwijl de chocolade toch altijd een heel klein beetje blijft smelten in je hand. Harry & David hadden daar ongetwijfeld een oplossing voor, maar ik zou zeggen: gewoon snel opeten, je vingers aflikken en dan is er geen probleem. Toch?

Het recept van de karamel-chocolade popcorn

chocolade karamel popcorn

Ingrediënten:
– popcorn, ongeveer anderhalve liter (zie hierboven) verdeeld in drie gelijke delen
– anderhalf kopje fijne witte kristalsuiker
– een kopje smeltchocolade in brokken of druppels (ik heb het liefst Callets, anders in stukjes gebroken donkere chocolade). Kan ook handig zijn om van je overvloedige paaseieren af te geraken!
– eventueel geroosterde noten (bv amandel of hazelnoot) of amandelschilfers voor in de karamel

Benodigdheden:
– een (steel)pan met dikke bodem om de karamel in te smelten
– een houten lepel
– iets om de chocolade au bain-marie in te smelten, bv. een steelpan met water en een glazen schaaltje dat erboven kan hangeno
– een bakplaat bekleed met bakpapier

Voor je begint, een waarschuwing: gesmolten suiker of karamel wordt héél heet. Wees super voorzichtig en laat je kinderen hier niet bij helpen! Wie al eens naar de Bake-off kijkt weet dat zelfs de beste hobbybakkers hun handen lelijk verbranden aan karamel. Kom niet in de verleiding om aan de vers gestorte karamelpopcorn te komen behalve met een lepel!

Voor de karamelpopcorn:

Doe de suiker in de steelpan op middelhoog vuur. Wacht en roer niet. De suiker begint vanzelf te smelten als het heet genoeg is. Dan kan je wat schudden met de pan om de suiker eventueel gelijkmatig te laten smelten of roeren met de lepel. Als alles gekarameliseerd is en goudbruin kleurt, doe je een derde van de popcorn en alle noten erbij. Let op, dit gaat plots snel dus erbij blijven is de boodschap. Goed mengen met de houten lepel totdat alle popcorn bedekt is en uitstorten op de helft van de bakplaat, de brij een beetje afplatten zodat het geen hoopje is en voor de rest laten afkoelen en afblijven. De overgebleven karamel plakt aan je pan, maar is met heet water makkelijk af te spoelen eens hij gestold is.

Voor de chocoladepopcorn:

Doe de chocolade in de au bain-marie pan. Smelt op een laag vuur. Meng een derde van de popcorn erin. Als alle popcorn goed bedekt is met chocolade stort je dit uit op de andere helft van de bakplaat. Als de karamelpopcorn afgekoeld is en de chocolade niet snel genoeg stolt naar je zin kan je die even apart in de koelkast zetten (karamel niet in de koelkast doen, die stolt vanzelf).

karamel en chocolade popcorn op een bakplaat

Meng als alles gestold en droog is de karamel, chocolade en overgebleven derde van de naturel popcorn. Bewaren kan eventueel enkele dagen in een luchtdichte trommel. Ook ideaal als cadeautje in een cellofaanpapiertje. Filmavondje doen, iemand?

Shaun het Schaap knutselactiviteit

Ik had dit ideetje ooit op een Pinterestbord gepind en onze oudste, die intussen zelf ook Pinterest-savvy is (“ik heb dit fotootje even bewaard he mama”) had zijn idool Shaun het Schaap herkend en drong er dus op aan dat we dit eens zouden knutselen. Zo gezegd, zo gedaan.

Shaun het Schaap knutselen met popcorn

Benodigdheden:
– naturel popcorn (of chocolade, dan heb je een zwart schaap)
– plastic zakjes of cellofaanpapier (wij deden het met puntzakjes waarvan we de punten wegmoffelden met wat plakband)
– een stukje stevig wit tekenpapier
– een zwart kleurpotlood
– lijm type Velpon of alleslijm (of een nietjesmachine)
– plakband

Teken het gezicht van Shaun het Schaap op het papier, kleur in en knip uit. Je kan dit uiteraard ook opzoeken en printen, maar zelf maken duurt langer (lees: vult meer tijd), is ook heel leuk om te doen en net dat tikkeltje authentieker. Vul het zakje met popcorn of knip een cirkel uit cellofaanpapier en doe daar een handjevol popcorn op. Plak dicht met plakband zodat je ongeveer een schapen-romp-vormig zakje hebt (een platte bol dus). Plak hierop het uitgeknipte hoofd van Shaun met een beetje lijm. Et voilà. Ook dit is leuk als cadeautje, om uit te delen voor een verjaardag bijvoorbeeld!

Schattenjacht in een stadstuintje

Schattenjacht in een stadstuintje

Hoe je vierjarige entertainen in een tuin (of woonruimte) van 26 m²

De tuin was niet de reden dat we ons huis kochten. Toen we het huis gingen bezichtigen nam ik foto’s van het koertje erachter. Telkens we er terug kwamen (het was een openbare verkoop, dus we mochten meerdere malen gaan kijken) bleek het koertje ruimer dan in mijn herinnering, maar een voetbalveld was het nu ook weer niet bepaald. En de brokkelige betonnen ondergrond plus valgevaarlijke insijpelput zouden geen schoonheidsprijzen winnen. Maar goed, in de stad ben je vaak al blij als je buiten kan tout court, en er waren andere redenen waarom we verliefd werden op het huis.

Onze renovatiewerken vorderden zoetjesaan, en in 2018 lieten we onder begeleiding van een tuinarchitect en architect de achtergevel, koer, terras en kelder isoleren en omtoveren tot een aangenaam stadstuintje. In het voorjaar van 2019 was de metamorfose compleet met het aanplanten van de tuin en moestuinbak. Ik sta nog altijd versteld van de mogelijkheden die zij uit elke vierkante centimeter geperst hebben, en we zijn nog elke dag blij dat we beslist hebben om dat stukje verbouwing uit handen te geven aan een zeer kundig team van architect en aannemer.

Een stadstuintje van 26 m² is natuurlijk nog altijd geen grote tuin, je kan er geen sprintje in trekken of glijbaan in zetten, zelfs zo’n blauwe schelp vult al rap het hele terras. Ik maakte vorig jaar een zandbak van een oude wastafel die in de corontaine al dankbaar dienst heeft gedaan (want zand is soms echt all you need om een peuter/kleuter te animeren). We gaan nog steeds naar het park of op uitstap buitenshuis, maar de speeltuin is nu helaas gesloten en meer dan één keer per dag buiten komen zit er ook niet echt in. Nu dit weekend de zonnestralen echt doorbraken was het dan ook een fijne gelegenheid om wat meer tijd in de tuin door te brengen en besloot ik een schattenjacht in elkaar te steken om onze vierjarige te entertainen. Je kan dit ook binnenshuis organiseren, trouwens.

Het idee van een fotozoektocht pikte ik op in de geweldige impromptu opgerichte Facebookgroep 5WekenTotPasen van Maison Slash. Het is simpel maar geniaal: je maakt detailfoto’s in je tuin of binnenshuis van allerlei items, bloemen, planten… Je kind moet zoeken waar de foto gemaakt is, moet dan een opdrachtje uitvoeren en krijgt een nieuwe foto. Je kan altijd achteraf nog meer inzoomen op de foto om het moeilijker te maken, en afhankelijk van je kind en hoe lang je wilt dat het duurt kan je het moeilijker of makkelijker maken. Ik maakte een stuk of 15 foto’s met de smartphone en koos er 10 uit, die ik nog wat inzoomde en in een Google fotoalbum stak dat ik ook op de tablet kon openen. Met een oude digitale camera mocht hij zelf de foto’s namaken en dan komen tonen (dat vond hij nog het leukst van al).

Ik maakte van een zijde van een lege doos pasta met kleurpotloodjes een kaart van de tuin, duidde aan met een kruis waar de schat lag en de weg er naartoe, brandde de randjes wat af voor de pirate’s touch en knipte er 10 puzzelstukjes van: et voilà, een echte schatkaart. Een schoendoosje werd de schatkist, ik stak er een tekening van een ijsje in (hier kan je alles insteken wat je maar wilt: lekkere koekjes voor het vieruurtje, paaseitjes, een echte muntschat of een leuk stukje speelgoed…) en verstopte de doos ongezien op de plek van het kruisje.

Rest je nog om evenveel opdrachtjes als foto’s/puzzelstukjes te bedenken. Ook hier kan je het zo moeilijk of langgerekt maken als je zelf wilt. Onze opdrachten waren: zing een liedje, geef de planten water, spring rond als een kikker, maak een puzzel, zoek 10 rode dingen in huis, zoek 15 dieren in huis, maak een Duplo bouwwerk met minstens 6 verschillende kleuren, een optel-aftel-spel dat hij in de klas had gemaakt, tik 15 keer tegen een ballon met 2 sla scheppen zonder dat hij de grond raakt… you get the picture (oke oke, voor degenen die tot 10 kunnen tellen: ik ben een van de opdrachten vergeten. Gebruik uw creativiteit ;-))

Tijd om te beginnen met de schattenjacht! Je toont de eerste foto, je kind gaat de tuin in op zoek (bij foto 2 was het hier direct zonder één voet buiten te zetten: “ik zie niet wat het is. Geef eens een tip.”), maakt zelf de foto na, krijgt dan een opdracht en als die vervuld is een puzzelstuk en een nieuwe foto. Met een paar stukjes kan je al beginnen puzzelen en wordt het alleen maar plezanter. Als alle stukjes verzameld zijn is het een oefening in kaart lezen – wat is waar en waar ligt nu de schat verstopt? Hier was de schattenjacht alvast een dikke hit – eerst was het papieren ijsje een beetje een anticlimax, maar toen ik vertelde dat het voor een echt ijsje was klaarde hij op, en sindsdien heeft hij al elke dag gevraagd “wanneer we nog eens schattenjacht gaan doen?”. Veel plezier ermee!