Bezocht: Keith Haring @ Bozar

Bezocht: Keith Haring @ Bozar

Naar aanleiding van zijn dertigjarige heengaan is er dit jaar een grote Keith Haring retrospectieve in de Bozar. Ik had de tentoonstelling begin dit jaar aangekruist als ‘niet te missen’, en toen gingen de musea dicht voor het publiek op exact de dag dat ik van plan was om te gaan. Het was zo één van die dingen waar ik die eerste lockdown-weken dik van baalde, en me tegelijk schuldig voelde dat ik daar nu over zat te zagen terwijl er mensen veel ellendigere dingen meemaakten. Ik was dus verheugd toen ik vernam dat de expo verlengd werd tot 21 juli. Afgelopen vrijdag kreeg ik eindelijk de kans om een bezoekje te brengen.

Keith Haring Art is for everybody

En de tentoonstelling stelde niet teleur! Ik was erg onder de indruk van de werken en de rode draad in het leven van Keith Haring. Veel van zijn werk heeft een sociale, politieke en/of activistische kant. De actualiteit van zijn thema’s raakte me: hij streed voor inclusiviteit, diversiteit, gelijke rechten, tegen apartheid, atoomwapens en vooral: tegen onverschilligheid. Boodschappen en kunstwerken die een snaar raken nu de hele wereld betoogt voor Black Lives Matter, en ik me ook afvraag wat ik zelf kan doen om anti-racist te worden.

Keith Haring

Over de rassen segregatie zei Keith Haring: “In alle verhalen over blanke expansie, kolonisatie en overheersing is er voortdurend sprake van machtsmisbruik en mishandeling. Ik ben blij dat ik anders ben. Ik ben trots dat ik homo ben. Ik ben trots dat ik vrienden en minnaars van alle kleuren heb. Ik schaam me over mijn voorouders. Ik ben niet zoals zij.”

Als homo was hij actief in de gay rights beweging van de jaren 80. Hij stierf 30 jaar geleden aan de pandemie die toen (en nu nog steeds) vele mensenlevens acuut verwoestte: hiv. AIDS was in die tijd een doodvonnis, en een gigantisch taboe.

Bij één van de video’s die vertoond wordt zie je Haring die kunst maakt in de metro’s van New York City. Dat deed hij graag, omdat het kunst tot bij mensen bracht die nooit een museum of galerij zouden betreden, en omdat hij direct in dialoog kon gaan met zijn publiek. Een toeschouwer zegt: het kunstwerk vult een leemte in jezelf. Dat is exact wat deze tentoonstelling deed, 30 jaar later. Ik ben zo dankbaar dat ik ze nog kon zien.

De foto’s zijn enkele van mijn favoriete werken uit de tentoonstelling. Ze is nog tot 21 juli te bezichtigen in Bozar, je kan vooraf tickets kopen voor een bepaald tijdsslot.

Gevlochten aardbei-rabarbertaart

Gevlochten aardbei-rabarbertaart

Gevlochten aardbei-rabarbertaart

De lente is een heerlijk groente- en fruitseizoen. Ik schreef al hoe aardbeien en asperges mij door de coronacrisis helpen. Rabarber is nog zo’n lentetopper. Zalig in combinatie met aardbeien, die de zure kantjes er wat afvlakken. Het fruit gaat rauw in de taart en door de lange baktijd komt het eruit als een heerlijke confituur. Door het vlechtwerk ziet deze vrij eenvoudige taart er ook meteen gesofisticeerd uit.

In het Engels heet zo’n gevlochten taart een lattice pie maar bij ons blijkt daar geen woord voor te bestaan. Creatieve vlechtideeën zijn echter wel legio op Pinterest. Ik baseerde me op het recept van Martha Stewart, ongekroonde koningin van de lattice pies. Voor het kruimeldeeg kan je ook het iets zoetere recept van Ottolenghi gebruiken, dat ik persoonlijk echt een topper vind. Hieronder geef ik het recept van Martha Stewart dat ik gebruikte.

Opgelet: het kruimeldeeg moet een tijdje rusten in de koelkast en ook de taart moet er even in. Als je de afkoeltijd erbij rekent (en die heb je echt wel nodig), duurt het minstens een uur of 5 voor je de taart aan het eten bent.

Ingrediënten

Voor de vulling:
– 1,5 kg rabarber
– 500 gram aardbeien
– 250 gram suiker (mag grove korrel zijn)
– 50 gram maïzena
– een theelepel geraspte (bio) citroen- of appelsienschil en een eetlepel citroen- of appelsiensap
– zeezout
Voor het deeg:
– 330 gram patisseriebloem
– 1 eetlepel (15ml) fijne suiker
– 1 theelepel zout
– 250 gram koude boter of een plantaardige variant (ik ben fan van de Megarine van Vitaquell)
– 100-200 ml ijskoud water
en ook nog:
– 50 gram koud (plantaardige) boter, in kleine blokjes
– een losgeklopt ei (kan je eventueel vervangen door 1 el ahornsiroop met 2 el plantaardige melk)
– grove suiker om te bestrooien (mag ook parelsuiker zijn)
– een taartvorm van ongeveer 22 à 25 cm, liefst met schuine randen

Bereiding:

Kruimeldeeg: 10 min bereiding + 1 uur opstijven

Begin met het kruimeldeeg. Meng de bloem, suiker en zout. Je kan dit doen in een keukenmachine als je die hebt, of met de hand. Voeg er vervolgens de boter bij in kleine blokjes. Werk met de pulse knop van de keukenmachine of wrijf de boter met je vingers door de bloem, totdat je een grove, kruimelige massa hebt. Voeg rustigaan 100 ml ijskoud water toe, meng opnieuw (zo kort mogelijk) totdat het deeg samenkomt tot een massa. Voeg meer water toe indien nodig. Als het deeg klaar is, verdeel je het in twee gelijke delen die je tot een platte schijf vormt. Verpak de schijven in plastic folie en laat ze minstens een uur opstijven in de koelkast.

Vulling en taart: 20 min bereiding + 30 min opstijven + 90 min bakken + 2 uur afkoelen

Begin met de vulling. Schil de rabarber met een mesje (trek de linten eraf) en snijd in blokjes van 1,5 cm. Ontkroon de aardbeien en snij in de helft of kwartjes. Meng in een grote kom met de suiker, maïzena, zout, citrussap en -schil en zet weg.

Bekleed de taartvorm met bakpapier. Rol één van de twee kruimeldeeg schijven uit tot ongeveer 3 mm dikte, ongeveer 30 cm diameter en bekleed de taartvorm ermee. Prik enkele gaatjes in de bodem met een vork. Doe de rabarbervulling erin en leg er de blokjes boter op. Zet in de koelkast terwijl je de bovenkant voorbereidt..

Rol de andere deegschijf uit tot een cirkel van 30 cm, ongeveer 3 mm dikte. Gebruik een pizza cutter of scherp mes om in minstens 15 linten van 1,5 cm breed te snijden.

Neem 8 van de linten die je gesneden hebt, om en om (dus het eerste, derde, vijfde…) en leg ze over de breedte van de taart. Neem nu het eerste, derde, vijfde en zevende lint op de taart en plooi ze op de helft terug. Neem het langste resterende lint en leg dit loodrecht op de overblijvende linten, in het midden van de taart. Leg de linten terug op hun plaats en plooi nu het tweede, vierde, zesde en achtste lint terug. Werk zo al vlechtend verder tot je alle linten hebt verwerkt in de taart. Werk de randen netjes af: ik verwerkte het deeg dat ik over had tot een randje rondom dat ik met een vork van een decoratief kartelpatroontje voorzag. Zet de taart 30 minuten in de koelkast om op te stijven en verwarm de oven voor op 190 graden (je weet zelf wellicht wel hoe lang dit duurt met jouw oven).

Borstel het losgeklopte ei of de ahornsiroop + plantaardige melk over de bovenkant van de taart. Bestrooi met suiker en zet in de oven. Opgepast: de vulling zal overlopen in de oven en daar karamelliseren en verbranden, dus zet de taart ofwel op een rooster met een bakplaat + bakpapier eronder, of op een bakplaat die hier tegen kan. Laat ongeveer 90 minuten bakken, totdat de vulling stevig aan het pruttelen is. Als de taart te snel bruint kan je er een ruim tentje van aluminiumfolie over maken, of de ovenstand aanpassen en/of een andere bakplaat erboven zetten helpt soms ook. Haal uit de oven en laat minstens 2 uur afkoelen op een rooster. Smakelijk!

Gevlochten rabarber-aardbeitaart
Gevlochten aardbei-rabarbertaart
Smakelijk!
Hoe ik de strijd aanbind met de chaos

Hoe ik de strijd aanbind met de chaos

In het leven van een jonge ouder is chaos eerder de norm dan de uitzondering. Je zal mij nooit horen zeggen dat een beetje chaos niet gezellig kan zijn, maar als je het gevoel hebt dat je de hele dag van hot naar her holt, en dan ’s avonds in de zetel ploft met de gedachte “ik heb NIKS gedaan vandaag” dan is er iets mis. Bij mij werd de chaos op een bepaald moment teveel. Sindsdien probeer ik de dingen stapje voor stapje anders aan te pakken. Hieronder vertel ik hoe.

Ik was altijd al iemand die graag veel balletjes tegelijk in de lucht hield (en dat redelijk probleemloos volhield), maar vier-en-half jaar geleden werd mijn wereld serieus op z’n kop gezet door de komst van onze zoon. Ik was net begonnen in een nieuwe, leidinggevende en uitdagende functie toen ik zwanger werd. In mijn eerste jaar als ouder heb ik in een soort ontkenning geleefd dat er iets veranderd was aan mijn leven – en mijn tijdsbesteding. Ik ging door alsof dit een balletje was dat ik er wel zou bij nemen. Fulltime job, verbouwing, hobby’s, engagementen: the show must go on.

TO DO lijst
Een greep uit de to do-lijst tijdens een week vakantie

Terwijl een kleine baby, alleen al uitgedrukt in uren besteed aan borstvoeden, troosten en luiers wisselen, natuurlijk heel veel tijd opslorpt. Mijn fear of missing out en bezige bij-gewoontes werden serieus op de proef gesteld. De belangrijkste les die het moederschap mij in die periode heeft geleerd is dan ook dat het ook kalmer aan mág, dat dat geen schande is. Dat dingen die dit jaar niet lukken omdat er een kleintje afhankelijk van je is en het even niet uitkomt, ook volgend jaar nog wel eens terugkomen.

Intussen werd mijn job er niet minder druk op en leek ik soms op een draaimolen te zitten waarvan de stop-knop niet meer werkte. Dik twee jaar geleden, zwanger van nummertje twee, voelde ik dat het op was. Dankzij een alerte vroedvrouw kwam ik terecht bij een psycholoog en een coach. Haar verdict was duidelijk: je staat op de rand van een burn-out, en je kan beter nú stoppen voor je de afgrond in galoppeert. Ze waarschuwde me om burn-out ernstig te nemen door de impact op je leven te vergelijken met een hartinfarct. Die zat. Ik stopte een maand met werken* om aan mijn herstel te werken en deed heel wat denkwerk. Ik bleef bewust langer thuis met de baby deze keer en kon ook – in samenspraak met mijn werkgever – mijn job craften. Geen leidinggevende meer, wel project manager.

Een vrijwillige demotie** dus – waar ik nog geen seconde spijt van heb gehad. In plaats van cyclische processen mag ik nu projecten met begin, einde, pieken en détentes beheren en dat ligt me veel beter. Sinds die switch voel ik me beter dan ooit. Alleen… met twee kinderen en nog steeds heel wat “buitenschoolse activiteiten” (ik heb het over mezelf, ja, want als vanzelf rol ik dan weer in de ouderwerking van de school…) is de chaos verre van bezworen. En overvalt me nog heel regelmatig het gevoel van “vandaag ben ik precies de hele dag bezig geweest, en ik heb níks gedaan”. Herkenbaar?

zwangerschap
Wat zit er in je buik, mama? Mijn tweede zwangerschap was het moment waarop ik het roer moest omgooien

Cue Anouck en Kelly van Werk & Leven. Ervaringsdeskundigen terzake (moeders, dertigers en allebei meerdere balletjes in de lucht) die ik leerde kennen via de blog van Kelly. Ze lanceerden een cursus ‘Baas Over Eigen Tijd’ die belooft om net dat gevoel van die eindeloze draaimolen een halt toe te roepen.

Initieel was ik behoorlijk sceptisch. Na de intense ontstress-periode ben ik een hele tijd allergisch geweest voor alles wat rook naar planmatig en productief. Ik vond dat de wereld al genoeg draaide rond “nog net dat extra druppeltje productiviteit squeezen door deze lifehack toe te passen”. Ik was het volmondig eens met deze opinie van Selma Franssen: “Ik weet ook niet precies waar de oplossingen liggen, maar ze liggen zeker niet in betere ochtendroutines, playlists met werkmuziek of het optimaliseren van ons eigen ik totdat we erbij neervallen. Misschien mijn beste voornemen voor dit jaar: laat je niet gek maken.” Meer traagheid en meer mildheid, dat was er nodig. Geen onbekende emotie bij mensen die iets gelijkaardigs hebben meegemaakt, zo blijkt.

De eerste edities van de cursus sloeg ik dan ook over. Ik voelde mij er gewoon niet klaar voor. Ik wás er waarschijnlijk niet klaar voor. Maar ik was intussen stevig fan geworden van de podcast van Werk & Leven, waar ik al eens een lifehack of twee oppikte. In november vorig jaar kwam er een nieuwe inschrijvingsronde van Baas Over Eigen Tijd. De promotekstjes leken wel op mijn lijf geschreven en ook de testimonials klonken heel herkenbaar. Maar ja, die vrouwen doen aan content marketing en copywriting voor hun broodwinning – hoe wist ik zeker of het wel echt iets voor mij was? En ging dat allemaal wel lukken in combinatie met het slaaptekort dat ik toen had opgebouwd door de chronische oorontstekingen van onze jongste? Ik heb tot het laatste uur getwijfeld, nog wat vragen gesteld in de live chat, en me dan toch ingeschreven. (Geheel terzijde – ik mocht een vraag stellen in de Ask Us Anything podcast aflevering van seizoen drie, en die ging over het nemen van beslissingen – want ja, daar heb ik het al eens lastig mee.)

Anouck en Kelly beloven dat je in drie weken tijd, met een half uur investering per dag, de cursus kan doorlopen. Ik geloof zeker dat dat kan, maar ik heb er zelf een stuk langer over gedaan. Ik begon vol frisse moed begin december, maar nam bewust een cursuspauze op vrijdag (mijn vrije dag) en in het weekend. Toen kwam er een kerstvakantie tussen, een stresserende operatie voor buisjes van de jongste in januari, en toen was ik even de draad wat kwijt.

Maar uitstel was geen afstel, want na een maand ongeplande (ahum) pauze ben ik wel op een trager tempo verder blijven doen met het cursusmateriaal. En doordat ik alles op het gemak deed, heb ik ook veel tijd gehad om de verschillende lessen al doende te implementeren. Een beetje zoals je huis verbouwen terwijl je erin woont – iets waar ik toevallig ook ervaring mee heb. Eind april ben ik definitief afgestudeerd als Tijdsbaas!

Corona ideale week Bullet Journal
In de cursus Baas Over Eigen Tijd leerde ik onder andere een ideale week ontwerpen – zo hoef ik me niet elke ochtend af te vragen met wat ik in hemelsnaam zal beginnen. Dankzij dit kneepje bedacht ik hoe ik mijn tijd optimaal kan inzetten in tijden van corona.

Was het nu de investering waard, zowel van geld als van tijd? Het antwoord is volmondig *ja*. Baas Over Eigen Tijd is echt heel wat meer dan een serie trucjes om tijd te besparen. Het is een systeem dat je je eigen maakt, waarmee je je leven écht kan veranderen. Het gaat to-taal niet over jezelf als een citroen squeezen tot de laatste druppel productiviteit, maar wel goed nadenken wat je doet, wanneer je het doet en waarom je het doet. Het gaat over bewust keuzes maken in je tijdsbesteding en over het wegnemen van de honderden dagelijkse keuzestressjes die je mentale bandbreedte aantasten. Het is – en ik schuw de grote woorden niet – een Copernicaanse revolutie op vlak van je omgang met tijd.

Ik ben nog volop bezig met het implementeren van alles wat ik uit de cursus heb geleerd en zal er wellicht nog regelmatig naar terugkeren om stukjes te herlezen of nieuwe moed/inspiratie te putten. Niet al mijn dagen lopen strak gepland, en dat is ook echt wel oké. Rome is ook niet op één dag gebouwd. Het is een nieuwe mindset en set van reflexen die dagelijks een stukje meer vorm krijgt. Maar de voordelen ervan worden nu al zichtbaar: ik ben rustiger, ik krijg meer gedaan in minder tijd, en voor ik “ja” zeg pauzeer ik even en denk ik na: tegen wat zeg ik dan eigenlijk “nee”? Ik grapte al eens dat ze de Brexit-slogan “Take Back Control” moeten opeisen***, maar eigenlijk meen ik het echt: dankzij de cursus krijg je terug controle krijgen over je eigen tijd – and dare I say – je leven.

Ook benieuwd? Hier kan je meer te weten komen en inschrijven voor de nieuwe cursuseditie.

goede voornemens take back control
Take Back Control – het kan echt.

Enkele voetnoten:
*Toen ik zwanger een maand wilde stoppen, moest ik uitrekenen en puzzelen om ervoor te zorgen dat dat niet werd afgetrokken van mijn zwangerschapsverlof. Ik ben dan ook ongelofelijk blij dat er eindelijk een politieke doorbraak is om deze absurde regel op te heffen.
**Demotie is een heel interessant – en onderbelicht – onderwerp. Tanja Verheyen heeft er heel zinnige dingen over te zeggen en De Wereld van Sofie wijdde er al eens een heel mooie aflevering aan.
*** Wie wil weten hoe die slogan tot stand kwam, kan ik echt aanraden om de boeiende (en lichtjes angstaanjagende) film “Brexit – The Uncivil War” te bekijken met Benedict Cumberbatch in de rol van Dominic Cummings, het gehaaide brein achter Brexit (en intussen topadviseur van Boris Johnson).

Pastaschelpen in de oven met spinazie, pesto en vegan kaassaus

Pastaschelpen in de oven met spinazie, pesto en vegan kaassaus

Pastaschelpen. Gekocht in een ander tijdperk en terug tegengekomen toen we in de strijd tegen een plaag meelmotten eindelijk alle zakjes droge bonen, rijst, en pasta die zich hadden verzameld in de keukenkasten in mooie, doorzichtige en vooral hermetisch afsluitbare potten staken. Alleen pakken zo’n schelpen best veel plaats in in die potten, en zijn er niet zo gek veel recepten om pastaschelpen te verwerken. Dus toen er in één van de Donderdag Veggiedag-nieuwsbrieven van EVA vzw een ovenschotel met pastaschelpen, spinazie, pesto en vegan bechamelsaus besloot ik om dat meteen te proberen!

Ik heb het recept lichtjes aangepast: de pesto maakte ik van radijsjesloof en pijnboompitten omdat ik dat allebei in huis had, en maar een beetje basilicum (dat loof-idee kwam ook van een EVA recept). Je kan het dus ook prima met basilicum of peterselie doen. De saus maakte ik met cashewnoten om het smeuïger te maken, ze zorgen er ook voor dat je saus minder ‘opgaat’ in de rest van het gerecht. Ik vulde ons restje pastaschelpen aan met wat diertjespasta voor de kinderen (die uiteraard vervolgens alleen de schelpen wilden) en gebruikte 400 gram spinazie ipv 200, omdat dat nu eenmaal de inhoud van een zak uit de winkel is en die anders blijft verleppen in de koelkast.

Ingrediënten voor een grote ovenschotel, 4-6 personen

– 300 gram pastaschelpen of andere vormpasta zoals penne, strikjes…
– 200-400 gram spinazie of andere bladgroente
– olijfolie
– 1 ui
– 1 teentje look
– een blik kikkererwten (400 gram)
voor de pesto:
– loof van een bussel radijzen, plus wat peterselie of basilicum (wat je in huis hebt)
– 1 teentje look
– 4 soeplepels pijnboompitten of blanke amandelen
– 100 ml olijfolie
– peper en zout
voor de kaassaus:
– 100 gram cashewnoten, 4-5 uur geweekt of 10 minuten gekookt in water en uitgelekt
– 300 ml ongezoete plantaardige melk (bv. amandel of haver)
– 2 tl maïzena
– 1 teen knoflook, gesnipperd of geperst
– 1 tl uienpoeder
– 1 eetlepel gistvlokken
– peper, zout en muskaatnoot
– optioneel: vegan gemalen kaas of Parmezaan

Benodigdheden: een grote (steel)pan met dikke bodem, een kleinere steelpan, een keukenrobot, een grote ovenschaal van 26 x 26 of 30 x 22

Bereiding:

Kook de pastaschelpen al dente. Verwarm wat olijfolie in de steelpan, pel en snipper de ui en fruit in de olie tot hij glazig is. Plet en snipper de knoflook en voeg hem erbij. Voeg de spinazie erbij, zet het deksel erop en bak mee tot hij geslonken is.

Verwarm de oven voor op 180 °C.

Breng voor de kaassaus 150 ml melk aan de kook in de steelpan. Meng intussen de maïzena met 50 ml melk. Als de melk begint te koken, voeg je de maïzena en de knoflook, het uienpoeder en de gistvlokken toe. Laat nog 1 minuut doorkoken. Doe de uitgelekte cashewnoten in de keukenrobot met de rest van de melk en pureer tot een gladde pasta. Voeg bij de melksaus. Voeg eventueel een handje gemalen kaas toe. Breng flink op smaak met zout, peper en muskaatnoot.

Voor de pesto doe je de knoflook, pijnboompitten en loof/kruiden in de keukenrobot en maal ze fijn. Voeg de olijfolie geleidelijk toe tot je een smeuïge pesto hebt. Breng op smaak met zout.

Doe de pasta in de ovenschaal en meng de gebakken spinazie en kikkererwten eronder. Schep de pesto en kaassaus erover, zet in de oven en bak het gerecht 15 minuten. Eventueel kan je op het einde de grill nog even opzetten voor een lekker korstje.


Knutselen: brandend huis van een kartonnen doos

Knutselen: brandend huis van een kartonnen doos

brandend huis van kartonnen doos

Bestelden jullie ook zoveel per post de voorbije weken? Bij gebrek aan fysieke winkels en met de orders om in ons kot te blijven mét kroost liet ik o.a. spelletjesboeken, plasticine, bloem, noten, kruiden, kindersandalen en paaschocolade aanrukken. Een pluim voor de postmedewerkers, want ook al kwam o.a. bpost met een gigantische backlog te zitten (sommige van onze pakjes deden er weken over), ze bleven toch maar keihard werken om die pakjes in deze omstandigheden tot aan onze deur te brengen. Maar wat doe je vervolgens met die stapel kartonnen dozen? Een goede gelegenheid om iets mee te knutselen!

Onze oudste kan ondertussen goed overweg met Pinterest, we zoeken samen naar ideetjes om te knutselen (kijk bijvoorbeeld op mijn Craft ideas bord). We wilden al lang een stad van kartonnen dozen knutselen, dus op een middag maakten we ons klaar om uit te pluizen hoe dat juist moet. Maar zoals dat zo vaak gaat als mama naar Pinterest zit te kijken, valt zoon zijn arendsoog op iets anders.

“STOP! Ga eens terug naar dat brandende huis!” Ik had geen brandend huis gezien. “Bij dat vorige fotootje van kartonnen dozen, tussen al die prentjes. Naar boven… Naar boven… Naar boven… DAT!” Het prentje in kwestie was effectief een brandend huis van een kartonnen doos, zonder link. Het zag er niet zo moeilijk uit, dus wij zochten een doos en gingen aan de slag!

Benodigdheden:
– kartonnen doos, niet te groot
– stevig zwart papier
– rood, oranje en geel papier
– een cuttermes (alleen als volwassene mee werken!)
– een schaar
– stevige plakband, bv. duct tape of brede schilderstape
– lijm (genre plakstift)
– meetlat
– als je graag een kleurtje geeft aan je flatgebouw, kan je de doos ook eerst nog schilderen.

Voor je begint te snijden kan je eerst je kind aan het werk zetten met de vlammetjes, als ze al kunnen knippen. Ik heb op dit moment ook uitgelegd dat een cuttermes gevaarlijk is en alléén mama of papa daar mee aan de slag mag. Je tekent een grote, middelgrote en kleine vlamvorm op de rode, oranje en gele papieren. Eigenlijk lijken onze vlammetjes nog het meest op gestileerde tulpen (ik was wellicht wat blijven hangen in de paasmandjes-sfeer). De rode vlam mag even groot of net iets groter zijn dan de hoogte van je ramen (ik liet een paar vlammetjes uit het raam komen voor extra dramatisch effect). Je tekent ook een grote wolk op het zwarte papier, zo breed als de helft van de breedte van je doos + een lipje van 2 cm om het mee vast te plakken onderaan, een grote vlam die past in je wolk voor het dak en een middelgrote vlam voor de deur.

vlammetjes van papier knippen
opperste concentratie

Ik gebruikte de onderkant van de doos om de ramen en deur uit te snijden. Je kan die gewoon toegeplakt laten en ook de binnenste flapjes op de bodem kan je toe laten. Zorg alleen dat je langs de binnenkant aan de buitenste laag karton kan. Verstevig eerst de doos langs de binnenkant, bv. door de binnenflap aan de onderkant extra vast te plakken (onze doos had wat afgezien met de post dus ik heb de hoeken ook wat verstevigd). Meet de hoogte van de doos en de breedte. Beslis hoeveel raampjes je wilt maken en hoe groot die ongeveer moeten zijn. Onze raampjes zijn bv. 3,5 cm hoog en 5 cm breed met 3 cm tussen. De deur is 7 cm hoog.

Voor de opening tussen de twee ramen snijd je een verticaal sleufje op de helft van de breedte van de flap. Dan snijd je langs weerskanten een horizontaal sleufje (dus 2,5 cm aan elke kant in ons voorbeeld) Voor de deuropening maak je de plakband tussen de twee flappen los en snijd je een horizontale sleuf aan de bovenkant. Je kan dit van tevoren aftekenen als je wilt, ik heb eerder uit de losse pols gewerkt bij dit project. Let erop dat je bij het snijden de kartonnen flap die aan de binnenkant van de doos zit min of meer heel laat. Open de raampjes en de deur. Het begint al te lijken op een flatgebouw, niet?

Aan de achterkant van het raampje rechtsboven wilden we een mannetje zetten, dat gered kan worden door de hulpdiensten. Je kan een mannetje tekenen om erachter te plakken zoals in het originele werk. Wat wij deden was de binnenste flap van de doos uitsnijden ter hoogte van het raampje en er met behulp van plakband (zie foto) een soort brugje van maken waar dan een Playmobil of Duplo mannetje op kan staan.

Als alles gesneden en uitgeknipt is, is het tijd om te plakken! Plak het oranje vlammetje op het rode, en dan het gele erop. De grote vlam gaat op de zwarte wolk. Daarvan plooi je het lipje om, en dat plak je op de bovenkant van het flatgebouw. Knip voor de achtergrond van de vlammetjes in de ramen uit het zwarte papier een rechthoek die 2 cm hoger en 2 cm breder is dan je raamopening (bv. 3,5 x 5 = zwart papier 5,5 x 7), doe hetzelfde voor de deur. Plak de vlammetjes op het zwarte papier, dat je dan achter de ramen plakt langs de binnenkant van de doos, met lijm en/of plakband. Als je een vlammetje uit het raam wilt laten komen, plak je eerste het zwarte papier achter het raam en dan het vlammetje erop. Je kiest zelf hoe hard je het gebouw laat branden!

brandend huis knutselen kartonnen doos
Klaar! The roof is on fire!

Et voilà! Als je een brandweerwagen in huis hebt, kan die nu de bewoners uit het gebouw beginnen redden!

brandend huis knutselen mannetje


Acht dingen die mij helpen tijdens de lockdown

Acht dingen die mij helpen tijdens de lockdown

Hoe ik probeer om deze periode draaglijk tot zelfs aangenaam te maken

41 dagen zitten we intussen in deze – bij alle gebruikelijke maatstaven – absurde situatie. De lockdown-die-geen-lockdown is, de quarantaine, de corontaine: ik ben het zelfs beu om er gekke namen voor te verzinnen. Iedereen is het beu en het gebrek aan perspectief voor iedereen, en ouders van jonge kinderen in het bijzonder, is vooral killing. Zowat alles levert schuldgevoel op: niet genoeg kunnen doen voor het werk, je geduld verliezen met je kinderen, je geduld verliezen met je partner. En dan is er nog het schuldgevoel over het feit dat ik zaag en klaag, terwijl zoveel andere mensen het duidelijk nog veel erger hebben zonder tuin, zonder ruimte, zonder brede trottoirs, zonder stabiele gezinssituatie, zonder partner, zonder broertjes of zusjes… You get the picture.

Maar goed, we moeten ook proberen om positief te blijven. Er zijn veel goede dingen en ervoor kiezen om daarop te focussen helpt. Het helpt echt om je aandacht bewust te besteden aan wat er wél goed is, waar je wel plezier uit kan halen, wat deze periode draaglijk tot zelfs plezant maakt. Dus bij deze: acht dingen die de corontaine voor mij draaglijk maken. Ik ben benieuwd naar die van jullie.

1. Blijven sporten op mijn vaste tijdstippen.

Normaal ga ik sporten op woensdag- en zondag middag met Friskis & Svettis Brussel en hoewel ik me daar al eens voor moet oppeppen van tevoren, doet het altijd gigantisch deugd om helemaal op te gaan in zo’n sessie en voel ik me achteraf fysiek en mentaal empowered. En mijn spiermassa groeit er van, dat is ook een fijn neveneffect. Ik heb vanaf de eerste week geprobeerd om die twee vaste dagen aan te houden: op woensdag middag doe ik nu één van de YouTube sessies die de instructors online hebben gezet.

20 km van Brussel - ontspanning door lopen
In andere tijden: de 20 km van Brussel, 2015

Hoe langer de lockdown duurt, hoe meer ik me moet motiveren om vast te houden aan die afspraak, en dat lukt vooral omdat ik weet dat het iedere keer geweldig voelt achteraf. Op zondag ga ik nu een uurtje lopen, initieel nog in de vage hoop dat de 20 km van Brussel zou mogen doorgaan, intussen gewoon uit gewoonte, en als mentale opkikker. Het Josaphatpark is me wel veel te druk en stresserend geworden om te joggen met de nodige social distance, en stress is niet echt what it’s about, toch? Dus ik was opgetogen dat deze week werd aangekondigd dat Schaarbeek een joggersparcours zal voorzien om hier aan tegemoet te komen! Allen daarheen (maar niet allemaal tegelijk aub ;-)).

2. “in the moment” zijn met de kinderen

Dit was één van mijn voornemens voor 2020. In de cursus ‘Baas Over Eigen Tijd’ van Werk & Leven moest ik als huiswerk een week lang al mijn activiteiten registreren. Eén van de dingen die ik daaruit leerde is dat ik best veel tijd doorbreng met mijn kinderen, maar dat eigenlijk vaak vooral frustratie opleverde omdat ik dan op dat moment iets wilde doén of bezig was met mijn GSM, terwijl zij wilden spelen… Confronterende vaststelling, dus ik besloot om zoveel mogelijk “in the moment” aanwezig proberen te zijn als ik met hen bezig was en de GSM wat vaker weg te leggen. Wist ik veel dat ik héél veel kansen ging krijgen om dat voornemen waar te maken dit jaar….

Ik besef dat niet iedereen momenteel die luxe heeft, maar ik vind het toch een verrijking en een opluchting om in deze lockdown met hen bezig te zijn en bewust niét te multitasken. Vaak vraag ik me af hoe we over enkele jaren op deze periode zullen terug kijken. Tenslotte zijn wij als Millennials een generatie ouders die veel belang hecht aan tijd doorbrengen met de kinderen en krijgen we daartoe nu ongevraagd volop de kans. Ik probeer echt te kijken, aanwezig te zijn en ik zie mijn peutertje op zes weken tijd gigantische verbale stappen vooruit zetten, ik voer filosofische gesprekken met mijn zoon over de oerknal… Ik heb het gevoel dat deze periode onze band verder verdiept, ondanks het soms op elkaars lip zitten en het gevoel om niks gedaan te krijgen.

3. Ruimte geven aan mijn innerlijke Monica Geller / Bree Van de Kamp

Monica Geller uit Friends en Bree Van de Kamp uit Desperate Housewives zijn twee tv-personages waar ik mijn liefde voor koken en bakken mee deel, maar absoluut niet mee overeenstem wat betreft hun neurotische kantjes. Bree heeft de gewoonte om zich te verliezen in extreem koken en bakken als haar problemen te veel worden, en dat vluchtgedrag herken ik wel een beetje. Iets als brood of gebak uit de oven toveren is tenslotte een soort van immediate gratification, waar je begint met simpele ingrediënten en eindigt met een product waar je zelf en anderen blij van worden, zeker als je zoon dan zegt dat je “de beste koker van de hele wereld” bent. Ik heb niet voor niks een kookblog, hein.

Maar tot mijn verbazing kan ik – gewoonlijk de sloddervos en hoarder van dienst – nu ook plezier scheppen in de kleine (of grote) OCD-kantjes van de beide vrouwen. Zo vergroot systematisch de stapel in onze kelder voor als Brussel Verniet weer open gaat, ruimde ik al verschillende kasten uit en heb ik mijn hele kruidenkast uitgerommeld, een deel weggedaan (!), ingedeeld volgens categorie en frequentie van gebruik én alles met kleuren en nummers gecodeerd om binnenkort die roze bessen wél terug te vinden als ik mezelf een gin tonic inschenk. Move over, Marie Kondo (haha.)

4. De herontdekking van yoga

Yoga en ik hebben een haat-liefde relatie. Rationéél weet ik dat yoga me goed doet. Maar mijn fysiek geheugen herinnert me altijd aan het gevoel dat ik kreeg de eerste keer dat ik ooit een warrior pose moest doen, een ongemakkelijk wriemelen en draaien en zweetvoeten die wegschuiven op een matje.

Tijdens mijn tweede zwangerschap wilde ik het opnieuw een kans geven en schreef ik me in voor prenatale yoga. Nadat de lesgeefster, zelf zwanger van een tweeling, moest afhaken, kregen we de fantastische Linda Chong als lesgeefster. Linda kan op één of andere manier je lichaam lezen en corrigeert je, past de oefeningen aan aan je lichaamstype… elke yogasessie met haar is tegelijk eenvoudige relaxatie en een echte workout.

Linda gaf ook een nieuwe cursus postnatale yoga (mét baby) in ons gemeenschapscentrum na mijn bevalling en zonder aarzelen schreef ik me in. Toen ik daarvan ‘afgestudeerd’ was, wilde ik graag haar cursussen blijven volgen, maar ik slaagde er maar niet in om me op donderdag middag vrij te maken om in de yogastudio te geraken waar ze les geeft.

Toen de lockdown begon ging ik op zoek naar manieren om te kunnen ontspannen. Ik kwam – zoals vele anderen – terecht bij Yoga With Adriene op YouTube, die een gigantisch gamma aan leuke yogavideo’s heeft. Maar ook Linda gaf vorig een Facebook Live bij Radiant Light Yoga en zo kwam ik ertoe om haar te boeken voor een privé online sessie. Zelfs door een scherm en  met beperkte video opties weet ze mij in de beste posities te wringen. Coro-yoga: ik kan het iedereen aanraden.

5. De Mol

Nu Netflix 16 miljoen extra gebruikers heeft dankzij de lockdown en de hetze over Tiger King, geniet ik extra van programma’s die je niet kan bingen of doorspoelen. Een stokpaardje van mijn moeder, die mijn generatie graag aanwrijft dat ze niet meer kunnen wachten. Ik keek de voorbije weken zó hard uit naar De Mol op zondagavond en ik zal oprecht treurig zijn als het voorbij is vanavond. Al ben ik ook wel heel benieuwd wie deze keer de saboteur blijkt te zijn.

6. Aardbeien en asperges

Ik werd oprecht gelukkig van het eerste bakje heerlijke zoete Belgische aardbeitjes dit jaar. Ik ben elk jaar blij als de aardbeien hun intrede doen, maar dit jaar smaken ze me nog meer. De kruidenier bij ons op de hoek heeft altijd goedkopere bakjes met kleinere vruchtjes, terwijl dat net de lekkerste zijn. Ze zijn zalig bij de yoghurt met granola als ontbijt, in een slaatje met kerstomaatjes en basilicum, of bij een heerlijk vanillleijsje als dessert… So, so good.

Ook de asperges van eigen bodem smaken me enorm. Ik maakte ze al klaar met pasta en zeekraal en à la flamande. Genieten van het witte goud. De schillen vries ik in om binnenkort soep van te maken. Do remember they can’t cancel the spring.

Lente Josaphat
Do remember they can’t cancel the spring

7. Rust in het groen

Doorgaans ben ik een stadsmus en maak ik bitter weinig natuurwandelingen. ’t Is niet dat mijn ouders het niet geprobeerd hebben, maar ik ben gewoon niet het type dat in mijn vrije tijd blij wordt van bossen en natuurparken. Ik ga liever cultuur en architectuur opsnuiven in een museum of Europese stad.

Door de quarantaine is genieten van groen echter een goed geworden waarvan we niet beseften dat het ooit zo schaars zou zijn. Ons Schaarbeekse Josaphatpark is zo druk dat ik me er eigenlijk niet op mijn gemak voel, ik moet de hele tijd roepen naar mijn kinderen dat ze afstand moeten houden, aan de kant gaan… terwijl sommige anderen zich er weinig van lijken aan te trekken, wat de frustratie alleen verhoogt.

Daarom ben ik zo blij dat we onze elektrische longtailfiets hebben waar we de twee kinderen kunnen opladen en een plekje in het groen gaan ontdekken waar het veel rustiger is. Het Meudonpark in Neder-Over-Heembeek was bijvoorbeeld een geweldige ontdekking, en ’t Moeraske in Evere was ook heel fijn (hoewel het daar ook nog vrij druk was op een zonnige namiddag). Ook het Albertpark, dichtbij, is een pak rustiger. En zelfs het mooie plein voor onze deur kan dienen om rondjes te crossen, als er even niet te veel mensen zijn. En als de kinderen heel even vrij kunnen rondlopen, kan ik een momentje écht ontspannen.

8. De WhatsApp groepjes met vrienden en familie

Er wordt wat afge-WhatsAppt deze dagen. Een paar argeloze uren zonder GSM levert soms meer dan 80 berichten op om bij te benen. Ik vind het vooral erg fijn om eens tegen mekaar te kunnen klagen met de nodige humor, om inzichten uit te wisselen, herkenbaarheid te vinden in situaties van anderen, of (en vooral) foto’s en filmpjes van de kinderen en al onze baksels te swappen. Een privé Instagram, als het ware.

Stoefen met bakselfoto’s op de familie-WhatsApp

En jullie, wat helpt jullie om deze periode door te komen?

Popcorn: naturel, met karamel en chocolade of als Shaun het Schaap

Popcorn: naturel, met karamel en chocolade of als Shaun het Schaap

Een ode aan de meervoudige entertainende kwaliteit van popcorn

Popcorn! Nostalgie, eenvoud, bioscoop, zalig met karamel en chocolade, die hilarische eekhoorn uit Ice Age… Veel dingen komen spontaan in mij boven als ik aan popcorn denk. Wij gingen aan het poffen en maakten er een deluxe karamel-chocoladeversie en een schattige Shaun het Schaap van. Tip: als de Paasklokken toch iets te gul waren, ben je ook in één keer van je overvloedige paaseieren af!

popcorn toerisme
popcorn toeristen

De eerste weken van de corontaine had ik last van een bizar soort FOMO (fear of missing out): ik werd langs alle kanten overstelpt met ideeën om te doen met kinderen en ik werd een beetje nerveus over het feit dat ik dat niet allemaal ging kunnen uitvoeren. How could I be more wrong, hahaha. Om de chaos in mijn hoofd wat te organiseren hield ik een Google Keep-lijstje bij met alle leuke ideeën die bij me opkwamen of die ik voorbij zag komen. Eitjes blazen en beschilderen, bijvoorbeeld, of deze superleuke tekenopdrachten. En ook: popcorn poffen. Zo’n typische activiteit die leuk is om met kinderen te doen, herinner ik me uit mijn eigen kindertijd.

Al wat je nodig hebt voor popcorn is een kookpot met redelijk dikke bodem, een likje plantaardige olie (bv. zonnebloem) en maïskorrels. Een pot met een glazen deksel is extra leuk, want dan kan je het ook echt POP zien doen! Entertainment. Het is vrij simpel: zet de pot op een middelhoog vuur, doe er een scheutje olie in, een flinke schep maïskorrels en wacht. Schud regelmatig met de pot zodat de korrels niet aanbranden en wacht tot ze ploffen. Nu het deksel er niet meer afnemen! Als het ploffen gradueel minder wordt zet je op de duur het vuur af en wacht je tot het helemaal gedaan is.

Je kan de popcorn zo opeten (eventueel in de zetel bij een leuke film), dat is het gezondste. Wij dopten vroeger onze popcorn in een eierdopje met poedersuiker, eventueel op smaak gebracht met een druppel appelsap. Persoonlijk eet ik mijn popcorn graag zout. Maar je kan het ook nog een niveautje hoger tillen als karamel-chocoladepopcorn, of er een knutselvervolg aan breien!

Karamel-chocolade popcorn

Ik bracht drie jaar van mijn tienerjaren door in de VS en daar hadden ze naast veel ongelofelijk slechte chocolade (I’m looking at you, Hershey’s) ook veel lekkere snacks. Als ik terugdenk aan de chess koekjes van Pepperidge Farm loopt het water me in de mond… Er was ook een winkeltje in het Rehoboth Outlet Center waar wij soms gingen shoppen waar ze Moose Munch popcorn van Harry & David’s hadden. Man, wat was dat lekker. In mijn herinnering betrof het een doorschijnend plastic zakje met een rendier op de buitenkant en aan de binnenkant een goddelijke mix van karamel, nootjes, chocolade en popcorn.

chocolade karamel popcorn

Zoveel jaren later heb ik dus geprobeerd om die popcorn na te maken, met succes zou ik durven zeggen. Het moeilijkste is de houdbaarheid: de karamel wordt na verloop van tijd wat zacht terwijl de chocolade toch altijd een heel klein beetje blijft smelten in je hand. Harry & David hadden daar ongetwijfeld een oplossing voor, maar ik zou zeggen: gewoon snel opeten, je vingers aflikken en dan is er geen probleem. Toch?

Het recept van de karamel-chocolade popcorn

chocolade karamel popcorn

Ingrediënten:
– popcorn, ongeveer anderhalve liter (zie hierboven) verdeeld in drie gelijke delen
– anderhalf kopje fijne witte kristalsuiker
– een kopje smeltchocolade in brokken of druppels (ik heb het liefst Callets, anders in stukjes gebroken donkere chocolade). Kan ook handig zijn om van je overvloedige paaseieren af te geraken!
– eventueel geroosterde noten (bv amandel of hazelnoot) of amandelschilfers voor in de karamel

Benodigdheden:
– een (steel)pan met dikke bodem om de karamel in te smelten
– een houten lepel
– iets om de chocolade au bain-marie in te smelten, bv. een steelpan met water en een glazen schaaltje dat erboven kan hangeno
– een bakplaat bekleed met bakpapier

Voor je begint, een waarschuwing: gesmolten suiker of karamel wordt héél heet. Wees super voorzichtig en laat je kinderen hier niet bij helpen! Wie al eens naar de Bake-off kijkt weet dat zelfs de beste hobbybakkers hun handen lelijk verbranden aan karamel. Kom niet in de verleiding om aan de vers gestorte karamelpopcorn te komen behalve met een lepel!

Voor de karamelpopcorn:

Doe de suiker in de steelpan op middelhoog vuur. Wacht en roer niet. De suiker begint vanzelf te smelten als het heet genoeg is. Dan kan je wat schudden met de pan om de suiker eventueel gelijkmatig te laten smelten of roeren met de lepel. Als alles gekarameliseerd is en goudbruin kleurt, doe je een derde van de popcorn en alle noten erbij. Let op, dit gaat plots snel dus erbij blijven is de boodschap. Goed mengen met de houten lepel totdat alle popcorn bedekt is en uitstorten op de helft van de bakplaat, de brij een beetje afplatten zodat het geen hoopje is en voor de rest laten afkoelen en afblijven. De overgebleven karamel plakt aan je pan, maar is met heet water makkelijk af te spoelen eens hij gestold is.

Voor de chocoladepopcorn:

Doe de chocolade in de au bain-marie pan. Smelt op een laag vuur. Meng een derde van de popcorn erin. Als alle popcorn goed bedekt is met chocolade stort je dit uit op de andere helft van de bakplaat. Als de karamelpopcorn afgekoeld is en de chocolade niet snel genoeg stolt naar je zin kan je die even apart in de koelkast zetten (karamel niet in de koelkast doen, die stolt vanzelf).

karamel en chocolade popcorn op een bakplaat

Meng als alles gestold en droog is de karamel, chocolade en overgebleven derde van de naturel popcorn. Bewaren kan eventueel enkele dagen in een luchtdichte trommel. Ook ideaal als cadeautje in een cellofaanpapiertje. Filmavondje doen, iemand?

Shaun het Schaap knutselactiviteit

Ik had dit ideetje ooit op een Pinterestbord gepind en onze oudste, die intussen zelf ook Pinterest-savvy is (“ik heb dit fotootje even bewaard he mama”) had zijn idool Shaun het Schaap herkend en drong er dus op aan dat we dit eens zouden knutselen. Zo gezegd, zo gedaan.

Shaun het Schaap knutselen met popcorn

Benodigdheden:
– naturel popcorn (of chocolade, dan heb je een zwart schaap)
– plastic zakjes of cellofaanpapier (wij deden het met puntzakjes waarvan we de punten wegmoffelden met wat plakband)
– een stukje stevig wit tekenpapier
– een zwart kleurpotlood
– lijm type Velpon of alleslijm (of een nietjesmachine)
– plakband

Teken het gezicht van Shaun het Schaap op het papier, kleur in en knip uit. Je kan dit uiteraard ook opzoeken en printen, maar zelf maken duurt langer (lees: vult meer tijd), is ook heel leuk om te doen en net dat tikkeltje authentieker. Vul het zakje met popcorn of knip een cirkel uit cellofaanpapier en doe daar een handjevol popcorn op. Plak dicht met plakband zodat je ongeveer een schapen-romp-vormig zakje hebt (een platte bol dus). Plak hierop het uitgeknipte hoofd van Shaun met een beetje lijm. Et voilà. Ook dit is leuk als cadeautje, om uit te delen voor een verjaardag bijvoorbeeld!

Zuurdesembrood voor beginners: lekker veelzijdig

Zuurdesembrood voor beginners: lekker veelzijdig

Ik vertelde al hoe de corontaine mij ertoe aanzette om te beginnen experimenteren met fermentatie van rode (zuur)kool. Intussen is de rode kimchi bijna op (om nom nom) en staat er ook een pot met bloemkool en wortel op het aanrecht te broebelen. Maar er is nog een techniek waar mijn innerlijke keukenprinses slash experimentator blij én zen van wordt: desem. Je kan er heerlijk zuurdesembrood mee bakken en dat is helemaal niet zo moeilijk als het lijkt! Hieronder vind je een handleiding om het zelf te maken, from scratch. Het enige wat je nodig hebt naast water en meel? Tijd en geduld. En laat dat er nu net, voor één keer, in overvloed zijn bij velen onder ons.

Zuurdesem is net als gist, bakpoeder of dubbelkoolzure soda in essentie een rijsmiddel dat luchtigheid in je brood of baksels brengt. Daarnaast is dit specifieke rijsmiddel ook een smaakmaker – vandaar het ‘zuur’ in de naam. Laat je daardoor echter niet afschrikken: de zurige connotatie is vooral gelinkt aan het traditionele roggebrood (jeweetwel, dat donkerzwart baksteenbrood dat je at met magere kaas en tuinkers om niet te veel punten te sprokkelen tijdens een Weight Watchers-kuur). Je hebt de zuurheid van je desem ook vooral zelf in de hand door de mate waarin je de desem laat fermenteren, op welke temperatuur, enz. Allemaal dingen waarmee je volop kan gaan experimenteren eens je de basics onder de knie hebt.

Ik begon een hele tijd geleden voor het eerst met zuurdesembrood bakken na een vakantie in Frankrijk waar ik heerlijke pain au levain at. Niet veel later lanceerde De Standaard een reeks rond zuurdesem met een gratis zuurdesemstarter bij de krant. Daarmee bakte ik voor het eerst een zuurdesembrood met de uitstekende instructies van Sarah Lemke. Na een paar maanden ijverig brood bakken taande mijn enthousiasme wat, want combinatie met kind en voltijdse job enal, en bleef de zuurdesemstarter nog een hele tijd wegkwijnen ergens achterin mijn koelkast.

Mijn eerste zuurdesembrood (met een tikkeltje instantgist om de nieuwe starter een handje te helpen).

Enter corontaine en het idee om zelf weer aan het brood bakken te gaan, nu we thuis 4 monden moeten voeden en we liever niet elke dag naar de bakker gaan (ik moet momenteel ook nog op een mogelijke allergie letten, wat het allemaal nog iets lastiger maakt om buitenshuis brood te kopen). Ik was duidelijk niet de enige met dit lumineuze idee: in elke supermarkt waar ik kwam sinds de start van de lockdown was het rek van de bloem angstaanjagend leeg gehamsterd, op een zieltogend pakje witte patisseriebloem of een doos quinoa-, teff- lupine- of een ander exotisch meel na.

Gelukkig had ik voor de lockdown nog nietsvermoedend 2,5 kg goeie volkoren tarwemeel ingekocht die nu goed van pas kwamen. Hiermee begon ik mijn zuurdesemstarter, volgens de aanwijzingen van Xandra Bakt Brood. Simpelweg doe je dat als volgt.

Zuurdesemstarter maken

Ingrediënten:
Gebruik een broodmeel naar keuze. Het meel zal mee de smaak van de starter en het brood bepalen, maar je kan bijvoorbeeld starten met tarwe en later spelt toevoegen, of rogge, of vice versa…

Dag 1:
Meng 50 gram meel met 50 gram lauw water in een afsluitbaar plastic of glazen potje dat je eerst hebt omgespoeld met heet water (om eventuele afwasmiddel residu te elimineren). Goed roeren* tot het gemengd is en op kamertemperatuur afgedekt laten staan. Als het té koud is zal het niet goed van start gaan, dus mijd tochtige bijkeukens of kelders.
*Volgens sommige mensen die er meer van weten dan ik moet je metalen instrumenten mijden. Anderen zeggen dan weer dat dit niet nodig is. Ik meng meestal met een plastic lepel of siliconen pannenlikker.
Dag 2:
Voeg 50 gram meel en 50 gram water bij je starter. Goed mengen en terug afdekken. Ik doe zelf de starter niet elke dag in een nieuw potje, maar om de paar dagen, als er al wat meel aan de zijkant is blijven plakken.
Dag 3:
Voeg 50 gram meel en 50 gram water bij je starter. Goed mengen en terug afdekken.
Dag 4:
Voeg 50 gram meel en 50 gram water bij je starter. Goed mengen en terug afdekken.
Dag 5:
Voeg 50 gram meel en 50 gram water bij je starter. Goed mengen en terug afdekken.
Je zou gaandeweg moeten zien hoe je starter stilletjesaan begint te leven: er komen voorzichtig belletjes aan de oppervlakte. Dat is de bedoeling!
Op dag 5 is volgens Xandra je zuurdesemstarter klaar, maar naar ze aanraadt en ik zelf ook ondervond is het geen overbodige luxe om voor je eerste brood een tikkeltje (1 gram) instantgist toe te voegen. Je kan beginnen met brood bakken, yes!

Zuurdesemstarter gebruiken, bewaren en onderhouden

Je kan de zuurdesemstarter uit het bovenstaande recept onmiddellijk gebruiken voor brood. Als je een deel van je starter afneemt, kan je hem daarna best ongeveer even veel voeding teruggeven, de helft water en de helft meel. Je kan je starter prima in de koelkast bewaren en één keer per week een lepel meel en een lepel water geven.

Wil je je koelkaststarter gebruiken voor een broodrecept, dan haal je een halve dag van tevoren (ongeveer 8-10 uur) een deel van je starter af en doe je die in een proper afsluitbaar potje. Je voegt hierbij het dubbele aan meel en water toe (1:2:2). Dus voor 160 gram starter in het recept hieronder gebruik je ongeveer 32 gram koelkaststarter, 64 gram meel en 64 gram water. Goed mengen en afgedekt laten staan op kamertemperatuur tot het flink aan het broebelen is.

Flink actieve zuurdesemstarter na 8 uur op het aanrecht

Zuurdesembrood bakken

Ik testte enkele broodrecepten uit en hetgeen mij het beste ligt is dit van The Clever Carrot. Ik gebruik altijd volkoren tarwemeel, vaak aangevuld met ongeveer 1/5 witte patisseriebloem (de hamsters waren weg met de rest, weet je nog) of een mix van (volkoren) spelt, tarwe en witte bloem. De eerste keer gebruikte ik enkel volkoren tarwemeel, maar dan heb je echt een heel donker brood. Je kan hiermee zelf wat experimenteren tot je een verhouding vindt die je lekker vindt, of voor kant-en-klare broodmixen kiezen natuurlijk.

Ingrediënten en benodigdheden
160 gram actieve zuurdesemstarter (zie hierboven)
260 gram lauw water
25 gram olijfolie
500 gram broodmeel
10 gram zeezout
grof maïsmeel of semolina, voor het bestuiven van de onderkant

Een gietijzeren pot (ik heb een superfijne Staub pot) die dienst doet als Dutch oven en een deegschraper (niet met een handvat zoals een pannenlikker, maar zo’n rechthoekig afgerond exemplaar) zijn o zo handig maar niet volstrekt onontbeerlijk. De gietijzeren pot zorgt ervoor dat je brood de eerste 20 minuten in een voldoende vochtige omgeving zit en geeft ook een heerlijk korstje. Een pizzasteen of goede bakplaat en (hittebestendig) kommetje water in de oven kunnen daar eventueel ook voor zorgen als je geen gietijzeren pot ter beschikking hebt.

Begin met de zuurdesemstarter te mengen met het water en de olijfolie. Voeg het broodmeel en zeezout toe, meng tot er geen droge enclaves meer zijn en laat het geheel dan 30 minuten staan (dit proces heet autolyse).

Na 30 minuten kan je het mengsel verwerken tot een bal. Lange tijd kneden hoeft niet. Leg de bal terug in de kom en trek er plastic folie en een propere keukenhanddoek over. Laat een nacht rijzen in de koelkast, in een onverwarmde ruimte of buiten, of op het aanrecht als je huis niet te warm is. Hoe warmer de temperaturen, hoe korter dit proces duurt, en hoe meer je het kan vertragen door af te koelen. Je kan het dus ook overdag doen en in het oog houden wanneer het deeg ongeveer anderhalve keer zo groot is als in het begin. Tijdens deze fase kan je het deeg ook ‘stretchen’ om het extra volume te geven: rek het deeg voorzichtig wat uit en vouw het over zichzelf heen. Draai de kom een kwart en herhaal een uur later (dit is optioneel).

Flink gerezen brooddeeg

Als je deeg mooi gerezen is, ga je er een brood van maken. Haal het deeg met je deegschraper uit de kom en leg het op een lichtjes met bloem bestoven werkvlak. Nu vouw je een soort van enveloppevorm, om die op het einde om te rollen zodat de naden onderaan zitten. Je neemt een kant van het deeg, trekt die wat uit en rolt naar binnen. Dan doe je hetzelfde met de zijkanten en bovenkant, totdat je een soort pakketje hebt met een bolle onderkant. Dit rol je dan met behulp van een deegschraper over tot een mooie bolvorm. Sarah Lemke doet het ietsje anders maar geeft een goede uitleg in het filmpje van De Standaard hierboven, of anders is YouTube je vriend (hier een goed voorbeeld).

Deeg dat rijst in de Dutch oven / gietijzeren pot, boven de verwarming in mijn geval

Strooi wat maïsmeel in je gietijzeren pot en leg het gevormde brood erin, met de naad aan de onderkant. Strooi er bloem over of eventueel een mengeling van zaadjes. Je kan je pot eventueel voorverwarmen, maar als je een warme plek in huis hebt dan hoeft dit niet. Laat het deeg één tot twee uur rijzen op een warme plaats met het deksel op de pot, totdat het mooi bol is. Verwarm tegen dan de oven voor op 250 graden of zo hoog mogelijk (mijn persoonlijke ervaring met meer dan 250 graden zijn niet zo goed).

Maak een ondiepe snede in het brood met een scherp mes. Je kan hier je creativiteit aanspreken en een Z, X of I-patroon… zetten. Zet de pot met het deksel erop in de oven en laat 20 minuten bakken. Verlaag de temperatuur dan naar 225 graden en haal het deksel van de pot (opgepast, heet! Gebruik zeker goede handschoenen want je verbranden aan deze temperatuur is pijnlijk). Bak nog 35-40 minuten, totdat de onderkant van het brood hol klinkt of totdat een kookthermometer 95 graden geeft voor de binnenkant van het brood. Haal de pot uit de oven en laat het brood afkoelen op een rooster. Beleg met iets lekkers en wees trots op je broodcreatie from scratch!

Mmmmmmmm

Een woordje over timing

Het grootste ‘nadeel’ van zuurdesembrood is dat het veel tijd vergt om te maken: van het moment dat je de starter voedt totdat je je tanden in een boterham zet duurt het ongeveer 24 uur. Maar dat hoeft niet per se een nadeel te zijn. De verschillende stappen vergen immers weinig werktijd, je hoeft niet lang te kneden, dus alles is ook goed te doen zonder machines. Je kan de tijd ook zelf een heel stuk manipuleren door je deeg op een warmere of frissere plaats te laten rijzen – ik las zelfs al dat mensen hun brood 24 uur of meer laten rijzen. Een zuurdesemstarter in de koelkast is ook heel vergevingsgezind: vergeet je hem een paar weken of ga je met vakantie, dan geef je hem daarna gewoon weer een paar dagen voeding en verrijst hij als een feniks uit zijn, euh, verzuurde staat.

Mijn timing voor brood tegen de middag is ongeveer als volgt:

‘s Middags haal ik de starter uit de koelkast en geef ik hem voeding volgens de 1:2:2 regel. Dit mengsel laat ik op het aanrecht staan.
Tegen de avond check ik of het goed aan het broebelen is. Als dat het geval is, begin ik aan de autolyse. Eigenlijk moet je dit ten laatste een half uur voor je gaat slapen doen. Een half uurtje later vorm ik het deeg tot een bal in de pot en laat het rijzen, in de koelkast, op het aanrecht of in ons tuinhok.
Rond 9u vorm ik het deeg en gaat het in de gietijzeren pot. Daar rijst het een dik uur op de vensterbank boven de verwarming. Als het mooi gegroeid is start ik de oven op en als die opgewarmd is, kerf ik een snede in het deeg en gaat de pot erin met deksel erop. 20 minuten later gaat de oven naar 225 graden en dan is het zo’n 35-40 minuten tot het klaar is. Die laatste timing zal je zelf een beetje moeten ondervinden want is afhankelijk van je brood, je pot, de oven…

Als je tegen ‘s ochtends brood nodig hebt kan je ook je starter ‘s avonds opstarten, brood maken doorheen de dag en ‘s avonds bakken.

De smaak te pakken gekregen? Laat me weten hoe je zuurdesem avonturen gaan! Ik maakte intussen ook al pizzadeeg en wafels met mijn zuurdesemstarter, dus stay tuned voor de volgende aflevering!

Schattenjacht in een stadstuintje

Schattenjacht in een stadstuintje

Hoe je vierjarige entertainen in een tuin (of woonruimte) van 26 m²

De tuin was niet de reden dat we ons huis kochten. Toen we het huis gingen bezichtigen nam ik foto’s van het koertje erachter. Telkens we er terug kwamen (het was een openbare verkoop, dus we mochten meerdere malen gaan kijken) bleek het koertje ruimer dan in mijn herinnering, maar een voetbalveld was het nu ook weer niet bepaald. En de brokkelige betonnen ondergrond plus valgevaarlijke insijpelput zouden geen schoonheidsprijzen winnen. Maar goed, in de stad ben je vaak al blij als je buiten kan tout court, en er waren andere redenen waarom we verliefd werden op het huis.

Onze renovatiewerken vorderden zoetjesaan, en in 2018 lieten we onder begeleiding van een tuinarchitect en architect de achtergevel, koer, terras en kelder isoleren en omtoveren tot een aangenaam stadstuintje. In het voorjaar van 2019 was de metamorfose compleet met het aanplanten van de tuin en moestuinbak. Ik sta nog altijd versteld van de mogelijkheden die zij uit elke vierkante centimeter geperst hebben, en we zijn nog elke dag blij dat we beslist hebben om dat stukje verbouwing uit handen te geven aan een zeer kundig team van architect en aannemer.

Een stadstuintje van 26 m² is natuurlijk nog altijd geen grote tuin, je kan er geen sprintje in trekken of glijbaan in zetten, zelfs zo’n blauwe schelp vult al rap het hele terras. Ik maakte vorig jaar een zandbak van een oude wastafel die in de corontaine al dankbaar dienst heeft gedaan (want zand is soms echt all you need om een peuter/kleuter te animeren). We gaan nog steeds naar het park of op uitstap buitenshuis, maar de speeltuin is nu helaas gesloten en meer dan één keer per dag buiten komen zit er ook niet echt in. Nu dit weekend de zonnestralen echt doorbraken was het dan ook een fijne gelegenheid om wat meer tijd in de tuin door te brengen en besloot ik een schattenjacht in elkaar te steken om onze vierjarige te entertainen. Je kan dit ook binnenshuis organiseren, trouwens.

Het idee van een fotozoektocht pikte ik op in de geweldige impromptu opgerichte Facebookgroep 5WekenTotPasen van Maison Slash. Het is simpel maar geniaal: je maakt detailfoto’s in je tuin of binnenshuis van allerlei items, bloemen, planten… Je kind moet zoeken waar de foto gemaakt is, moet dan een opdrachtje uitvoeren en krijgt een nieuwe foto. Je kan altijd achteraf nog meer inzoomen op de foto om het moeilijker te maken, en afhankelijk van je kind en hoe lang je wilt dat het duurt kan je het moeilijker of makkelijker maken. Ik maakte een stuk of 15 foto’s met de smartphone en koos er 10 uit, die ik nog wat inzoomde en in een Google fotoalbum stak dat ik ook op de tablet kon openen. Met een oude digitale camera mocht hij zelf de foto’s namaken en dan komen tonen (dat vond hij nog het leukst van al).

Ik maakte van een zijde van een lege doos pasta met kleurpotloodjes een kaart van de tuin, duidde aan met een kruis waar de schat lag en de weg er naartoe, brandde de randjes wat af voor de pirate’s touch en knipte er 10 puzzelstukjes van: et voilà, een echte schatkaart. Een schoendoosje werd de schatkist, ik stak er een tekening van een ijsje in (hier kan je alles insteken wat je maar wilt: lekkere koekjes voor het vieruurtje, paaseitjes, een echte muntschat of een leuk stukje speelgoed…) en verstopte de doos ongezien op de plek van het kruisje.

Rest je nog om evenveel opdrachtjes als foto’s/puzzelstukjes te bedenken. Ook hier kan je het zo moeilijk of langgerekt maken als je zelf wilt. Onze opdrachten waren: zing een liedje, geef de planten water, spring rond als een kikker, maak een puzzel, zoek 10 rode dingen in huis, zoek 15 dieren in huis, maak een Duplo bouwwerk met minstens 6 verschillende kleuren, een optel-aftel-spel dat hij in de klas had gemaakt, tik 15 keer tegen een ballon met 2 sla scheppen zonder dat hij de grond raakt… you get the picture (oke oke, voor degenen die tot 10 kunnen tellen: ik ben een van de opdrachten vergeten. Gebruik uw creativiteit ;-))

Tijd om te beginnen met de schattenjacht! Je toont de eerste foto, je kind gaat de tuin in op zoek (bij foto 2 was het hier direct zonder één voet buiten te zetten: “ik zie niet wat het is. Geef eens een tip.”), maakt zelf de foto na, krijgt dan een opdracht en als die vervuld is een puzzelstuk en een nieuwe foto. Met een paar stukjes kan je al beginnen puzzelen en wordt het alleen maar plezanter. Als alle stukjes verzameld zijn is het een oefening in kaart lezen – wat is waar en waar ligt nu de schat verstopt? Hier was de schattenjacht alvast een dikke hit – eerst was het papieren ijsje een beetje een anticlimax, maar toen ik vertelde dat het voor een echt ijsje was klaarde hij op, en sindsdien heeft hij al elke dag gevraagd “wanneer we nog eens schattenjacht gaan doen?”. Veel plezier ermee!

Mindfulness in een potje: rode kool fermenteren

Mindfulness in een potje: rode kool fermenteren

Hoe ik van de nood van quarantaine een lekkere deugd probeerde te maken in de vorm van een pittige rode zuurkool

De eerste dagen van de corontaine waarover ik over enkele decennia heldhaftig zal opscheppen tegen mijn kleinkinderen, voelde het voor mij nog aan als een welkome gelegenheid om te vertragen en dingen te maken die tijd en geduld vragen – twee dingen die mij in normale omstandigheden niet zo goed af gaan. Dingen als fermenteren en zuurdesemstarters. Twee eeuwenoude trucjes uit de natuur, processen die ons eten als door een onzichtbaar, magisch proces transformeren van rauwe grondstoffen tot knapperige smaakbommetjes.

Mijn ervaring met fermenteren is eerder anekdotisch. Ik herinner me een proefje in de les biologie in het middelbaar met zuurkool (sauerkraut noemen ze dat in de VS) waarbij we aan de slag gingen met plastic potjes, knolselder en pekel om over anaerobe processen te leren. Op het einde mochten we onze eigen sauerkraut proeven. In 2018 deden we met de collega’s als nieuwjaarsuitstap een kookworkshop die draaide rond vergeten groenten, waar we o.a. prutsten met het inleggen van rode bietjes, wortel, daikon en smaakmakers als knoflook, gember en mierikswortel. Ik was gefascineerd. En een maand of twee geleden mocht ik van mijn collega Heleen op de middag door het prachtige boek Kimchi van Ae Jin Huys bladeren, ik kreeg prompt weer zin om te gaan fermenteren. Heleen raadde mij aan om met kool te beginnen – momenteel (nog net) in het seizoen.

Ik had nog een pre-corona rode kool in de koelkast zitten en zo’n hele kool tot klassieke rode kool verwerken is meestal toch een beetje te veel van het goede (ik heb geen geschikte kookpot waar een hele kool in past). Dus ik zocht naar recepten online om rode kool te fermenteren, die verrassend schaars blijken te zijn. Ik baseerde me uiteindelijk op dit recept van Ekoplaza en de uitleg van de Hippe Vegetariër Maar de techniek van lactofermentatie is uiteindelijk altijd hetzelfde: groenten fijn snijden, voldoende zout bij doen, in een afgesloten potje steken (ondergedompeld in vocht) en wachten. Na wat snuisteren in recepten ging ik aan de slag met rode peper, knoflook, mosterdzaad en zwarte peper als smaakmakers. Die zwarte peper zou ik retrospect niet meer doen: wel lekker, maar zo’n heel bolletje in je mond krijgen is niet geweldig en je wilt ook niet iedere keer naar bolletjes zitten vissen voor je gaat eten. De smaakmakers smaken in het begin heel sterk af, maar niet panikeren: die scherpe smaken vlakken echt af en maken de kimchi heerlijk smaakvol.

Paarse mindfulness in een potje: mijmeren en staren naar de belletjes die zich gezapig een weg naar boven werken… Of de overkant van de straat in de gaten houden. Bonuspunten voor wie de MIVB-bus spot!

Ik gebruikte ongeveer 1/3-1/2 of 400-450 gram rode kool voor een potje van 0,5 liter. Het kon er net in, maar het vocht ontsnapte wel af en toe uit de pot tijdens het fermenteren, dus zorg dat je er een bordje onder zet. Als potje gebruikte ik een IKEA voorraadpot zonder rekker (zodat de lucht eruit kan). Ik ‘steriliseerde’ het potje eerst door er kokend water over te gieten en te laten uitlekken op een propere keukenhanddoek.

De ingrediënten voor 0,5 liter:
– 1/3-1/2 rode kool
– 1 of 2 rode pepers
– 3 teentjes knoflook
– 3 cm gember
– 1 eetlepel mosterdzaad
– zeezout (mag grof zijn)

Rooster het mosterdzaad eventjes in een hete pan. Snijd de rode kool in fijne reepjes, laat het harde hart eruit. Als je een mandoline of keukenmachine met zo’n schijfjes-snijden-mes hebt zou je het ook daarmee kunnen doen, maar een rasp lijkt me (intuïtief) niet zo’n goed idee. Reepjes snijden als je tijd hebt is ook gewoon een fijne mindful bezigheid. Snijd de pepertjes ook in reepjes en hak de knoflook en gember heel fijn. Weeg alle ingrediënten samen af. Weeg per 100 gram groenten 1½ gram zeezout af (dus zout moet 1½ procent van het totaalgewicht zijn).

Doe alle ingrediënten samen in een grote kom en voeg het afgewogen zout toe. Kneed alles ca. 10 minuten stevig door; de groenten moeten gekneusd worden en door het zout hun vocht loslaten. Uiteindelijk ontstaat er veel vocht. Kap groenten en vocht samen in het schone potje. Mijn groenten stonden niet hélemaal onder als ze in het potje gingen, en in dat geval kan je voor de zekerheid een beetje pekel maken (recept: 30g zout per liter, dus 3 gram per 100ml) en aanvullen tot alles onder staat. Afsluiten met een laagje neutrale plantaardige olie zodat er geen lucht aan kan, deksel toe en klaar! Vergeet er geen bordje onder te zetten.
Ter info: als je meer wilt weten over lactofermentatie vind je hier veel nuttige info. Het is belangrijk dat je groenten onder blijven staan in de pekel zodat er geen lucht aan kan, soms wordt het daarom ook wat verzwaard met bv. een schoteltje (dat was niet echt een optie in mijn pot). Je kan in verschillende soorten potten en potjes fermenteren (glas, plastic…), maar denk eraan dat er lucht uit moet kunnen, desnoods door die elke dag eventjes te laten ontsnappen. Er bestaan ook speciale potten voor zuurkool waar de lucht uit kan, maar als beginner wil je daar wellicht niet meteen in investeren.

Nadat je de rode kool van je handen hebt geschrobd komt het zen gedeelte: elke dag met je kin op het aanrecht naar de bubbeltjes kijken die verschijnen tussen de koolreepjes! Na een dag of 5 kan je eens proeven om te kijken of het al zuur genoeg is. Het is normaal dat de groente knapperig blijft (maar niet rauw). Wanneer ik het goed vond deed ik de rek erin en zette ik het potje in de koelkast (als je een frisse kelder hebt van maximum 10 graden kan het ook daar). Daar blijft het héél lang goed.

Op een boterham met hummus… Ook heerlijk in een pita met falafel, die was te snel verorberd!

En dan, smullen maar! Waar kan je dat nu allemaal bij eten? Hier een paar ideetjes:
– voor een snelle avondmaaltijd: kant-en-klare falafels bakken in de pan, één of twee sausjes van Ottolenghi erbij (tahinsaus mag niet ontbreken – meng gewoon snel wat sesampasta met water, citroensap, en een geplet teentje look), wat rauwkost (bv. veldsla, komkommer), hummus en rode zuurkool op een pitabroodje
– ‘s middags op een boterham met hummus of bij Pa’lais blanc
– als smaakmaker tussen een broodje met een sappige veggieburger of bij een veggie hotdog
– bij puree, met een snufje mosterd erbij
Kortom, alles wat een beetje extra kick kan gebruiken. Smakelijk!